Skip to ContentSkip to Navigation

Centre for Operational Excellence (COPE)

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Centre for Operational Excellence (COPE)ProjectenE-Global

E-Global: Een internationaal perspectief op

E-commerce logistiek

Vrijwel elke retailer heeft vandaag de dag naast fysieke winkels ook een online winkel. Het managen van deze totaal verschillende verkoop- en distributiekanalen zorgt voor complexe vraagstukken op operationeel gebied. In een tweejarig onderzoeksproject ontwikkelt COPE nieuwe tools en verdienmodellen voor e-commerce logistiek.

Onderzoek levert retailers inzicht in complexe e-fulfilment vraagstukken

De omzet van Nederlandse webwinkels is het afgelopen jaar met 23% gegroeid tot 20,16 miljard euro, blijkt uit de Thuiswinkel Markt Monitor 2016. Het aantal producten dat Nederlanders op het internet koopt, blijft maar stijgen en inmiddels koopt bijna 90% van de Nederlanders weleens iets online.

Deze enorme groeicijfers, gecombineerd met de teruglopende omzetcijfers van fysieke winkels, zorgen ervoor dat retailers steeds meer aandacht aan hun hun online kanaal gaan geven. Een webwinkel betekent niet alleen een extra verkoopkanaal, maar ook een nieuw distributiekanaal met totaal andere kenmerken. De complexiteit stijgt nog verder omdat tussen de verschillende kanalen ook allerlei kruisverbanden ontstaan.

Momenteel worden meer e-commercezendingen in Nederland geïmporteerd dan geëxporteerd. Dat feit staat haaks op het beeld van Nederland als krachtige speler op de internationale logistieke markt. Om de nationale en internationale logistieke operaties te verbeteren zijn nieuwe efficiëntere en effectievere concepten nodig voor omni-channel voorraadbeheer, magazijnontwerp en bezorging. Naast economische aspecten verdient ook het duurzaamheidsaspect aandacht. Bij de bezorging worden veel kilometers gereden, die niet altijd noodzakelijk zijn. Ook zijn verzenddozen vaak groter dan het product, waardoor er veel lucht wordt vervoerd.

Onderzoeksproject met zes thema’s

Het onderzoeksproject vormt een concrete uitwerking van de innovatieagenda van de innovatiecommunity voor e-commerce logistiek en de genoemde e-commerce prioriteiten uit de Roadmap Cross Chain Control Centers van de Topsector Logistiek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium dat naast de Rijksuniversiteit Groningen en Fontys Hogescholen bestaat uit verschillende brancheinstellingen, logistiek dienstverleners, adviesbureaus en softwareleveranciers. Het onderzoek is in 2017 gestart, heeft een looptijd van twee jaar en wordt gefinancierd door het NWO.

Zes speerpunten zijn geïdentificeerd ter versterking van de positie van Nederland op de e-commercemarkt. De bijbehorende projecten hebben allemaal als doel om nieuwe kennis te ontwikkelen die ook direct in de praktijk bruikbaar is.

  1. Versterken van Nederland als e-fulfilment hotspot: De service en prijsstelling van Nederlandse webwinkels in het buitenland is vaak onvoldoende concurrerend door grote afstanden en beperkte mogelijkheden om de integrale deur-tot-deur verzending van pakketten Europees te organiseren.
  2. Verpakken en bedrukken op maat: Producten worden vaak in een te grote doos verstuurd waardoor onnodig veel lucht wordt vervoerd. Webwinkels ondervinden hier geen directe hinder van omdat in Europa de verzendkosten worden bepaald aan de hand van gewicht. Nieuwe verpakkingstechnologieën maken verpakken zonder lucht goed mogelijk. Tevens is er een grote behoefte om de verzenddoos als marketing instrument te gebruiken.
  3. Omni-channel logistiek: Vaak bieden webwinkels een omni-channel ervaring aan consumenten terwijl tegelijkertijd de onderliggende logistieke processen strikt zijn gescheiden per kanaal. Doorvoering van de omni-channel benadering in de logistieke processen lijkt veel kansen te bieden om hogere serviceniveaus en lagere kosten te bereiken. De snelle groei en verandering van assortimenten, promoties en de onvoorspelbare vraag zorgen voor additionele uitdagingen. Productretouren verhogen de complexiteit.
  4. Magazijnstrategieën voor e-fulfilment: De eigenschappen van e-commerce maken het noodzakelijk om veel magazijnconcepten opnieuw te bestuderen. De noodzaak in de e-commerce tot grote flexibiliteit, het tegengaan van congestie in drukke periodes en de integratie van retourstromen zijn mogelijke aandachtspunten. Ook de mogelijkheid van automatisering is relatief nieuw voor e-commerce omdat pas sinds enige tijd de schaalgrootte daarvoor aanwezig is. Het werken aan integratie van magazijnbeslissingen met het distributieproces kan zorgen voor een efficiëntere en effectievere keten.
  5. Last-mile distributie: Het aantal bestelbusjes in woonwijken en steden neemt steeds verder toe door de aanhoudende stijging van het aantal e-commercezendingen. De last-mile distributie, van magazijn tot klant, wordt daarmee een steeds groter aandachtspunt. De first-mile van de retourlogistiek is hier nauw mee verbonden. Uit oogpunt van duurzaamheid en leefbaarheid van de stad zouden stromen beter moeten worden gebundeld via bijvoorbeeld horizontale samenwerking of door de inzet van alternatieve modellen.
  6. Supply netwerk strategieën: Een steeds groter deel van de online verkopen verloopt via platformen die een breed assortiment van een groot aantal aanbieders bij elkaar brengen (bijvoorbeeld Bol.com, Amazon). Ook bieden deze platformen vaker de mogelijkheid aan aanbieders om de e-fulfilment processen (deels) voor hen uit te voeren. In plaats van traditionele supplier-buyer relaties wordt het een dynamisch ecosysteem, waarvoor nog geen duidelijke richtlijnen voor de organisatievorm beschikbaar zijn.

Dienstverlening verbeteren

E-GLOBAL is een acroniem voor “Gezamenlijk Leren: Orders Beter Afhandelen in de Logistiek voor e-commerce”. Het consortium bestaat hoofdzakelijk uit bedrijven die verschillende diensten en tools leveren aan webwinkels en retailers in Nederland. Dankzij hun deelname aan het onderzoeksproject krijgen deze bedrijven als eerste de beschikking over nieuwe wetenschappelijke inzichten, waarmee zij hun dienstverlening kunnen verbeteren. Daarmee stellen zij ook retailers in staat hun multichannel-processen te optimaliseren.

Community vorming

Een van de doelstellingen is ook om bestaande relaties tussen het bedrijfsleven en kennisinstellingen op het gebied van e-fulfilment verder te versterken. De community is samengesteld uit, werkt samen met en bouwt voort op netwerken van de deelnemende kennisinstellingen, bedrijven en organisaties zoals IMCC, Thuiswinkel.org en ShoppingTomorrow.


Deelonderzoek: Hoe verdeel je de voorraad over twee verkoopkanalen?

Retailers die naast hun fysieke winkels ook een webwinkel openen, staan voor een grote logistieke uitdaging. Ze moeten hun voorraad nu opeens verdelen over twee kanalen met totaal verschillende karakteristieken. “Als een artikel in een winkel niet op voorraad ligt, ben je de klant kwijt. Op internet kun je soms datzelfde artikel toch aanbieden, alleen met een langere levertijd omdat het eerst moet worden bijbesteld”, noemt promovendus Arjan Dijkstra als voorbeeld.

Dijkstra werkt aan een onderzoek naar voorraadbeheer bij multichannel retailers. Hij ontwikkelt modellen waarmee retailers kunnen uitrekenen hoeveel voorraad ze voor welk kanaal moeten reserveren en waar moeten neerleggen. “Voor een beperkt aantal artikelen en voorraadpunten kunnen we dat goed uitrekenen, maar als het aantal artikelen en voorraadpunten groeit neemt de rekentijd sterk toe. Daarvoor moet ik andere oplossingen ontwikkelen”, vertelt Dijkstra.

De modellen van Dijkstra moeten retailers straks helpen om de juiste strategische beslissingen te nemen. Wat is bijvoorbeeld beter, de centrale voorraad gebruiken voor het bedienen van webwinkelklanten of toch een aparte voorraad reserveren? Is het slim om artikelen vanuit winkels te leveren als de webwinkel het niet meer op voorraad heeft?

Het onderwerp boeit Dijkstra enorm. “Het is een interessante markt waarin de afgelopen tien jaar enorm veel is veranderd. Het onderwerp is complex en daardoor academisch erg interessant, maar de resultaten zijn straks ook direct toepasbaar in de praktijk.”