Vrouwen in de Bijzondere Collecties: Anna van der Horst (1735-1785), een vrouwelijke dichter
Laatst stuitte ik op een werk uit 1772 over het ontzet van Groningen geschreven door Anna van der Horst, een vrouw! Een goede reden om te kijken wat ik over haar kon ontdekken.

Anna van der Horst werd geboren in Enkhuizen in een orthodox-gereformeerd gezin. Ze was de dochter van koopman Albert van der Horst en moeder Gerritje Pool. Zonder officiële scholing maakte ze zich de dichtkunst eigen. Ze correspondeerde intensief met Betje Wolff, die later, na de dood van haar man, samen zou gaan wonen met Aagje Deken en met haar de beroemde briefroman Sara Burgerhart zou schrijven. In het voorjaar van 1765, toen Van der Horst bijna 30 was, ontdekte haar vader haar relatie met Betje Wolff en verbood deze, omdat hij Wolff te vrijzinnig vond. Niet veel later ontdekte hij echter dat ze toch nog naar elkaar schreven, omdat dominee Wolff, de man van Betje, zich verplicht voelde hem dat te vertellen. Zo kwam ze in conflict met haar vader. In juli vroeg ze Betje om geld en vertrok ze naar Groningen, waar haar jongste broer student was. In november trouwde ze daar met de tien jaar jongere Pieter Roelfzema, een klerk van de provincie Groningen. Het huwelijk bleef zonder kinderen en Anna bleef schrijven.

Ze schreef twee epen of heldendichten, een dichtvorm die werd gezien als het hoogst haalbare voor een dichter. De hoofdrollen in deze epen waren voor vrouwen uit de Bijbel, Ruth en Debora. Haar epos over Ruth, gepubliceerd in 1764, is het eerste in de Nederlandse literatuur waarin een vrouw de hoofdrol heeft. Als reactie op dat werk schreef Betje Wolff het gedicht ‘Aan Mejuffer Anna van der Horst’, waarin ze haar vriendin en het werk van haar vriendin prijst.
Mannelijke critici waren minder lovend; ze vonden het heldendicht voor Van Der Horst—en voor de vrouwelijke sekse als geheel—te hoog gegrepen. Ze liet zich hier niet door weerhouden en in 1769 werd haar bijbelse epos over Debora in Groningen gepubliceerd. Aan dit werk voegt ze een ‘Nareden aan de wyzheidbeminnende Vrouwen’ toe, waarin ze uitlegt dat vrouwen de mogelijkheid moeten hebben door zelfstudie kennis te vergaren, zoals ze zelf heeft kunnen doen. Ze gebruikt zelfs het toen heersende beeld dat het verstand van een vrouw minder ontwikkeld is dan dat van een man en wispelturiger is, en gebruikt het als een argument: door middel van studie kunnen vrouwen deze zwakheden overwinnen. Dit is geen nieuwe tactiek.
De beroemde humaniste Anna Maria van Schuurman, de eerste vrouwelijke student in Nederland, gebruikte hetzelfde argument in haar Dissertatio de ingenii muliebris ad doctrinam & meliores litteras aptitudine uit 1641 (in het Nederlands: Verhandeling over de Aanleg van Vrouwen voor de Wetenschap).
Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van het Gronings Ontzet in 1772 schreef Anna van der Horst een toneelstuk genaamd: De Belegering van Groningen in Het Jaar 1672: Door Sprekende Perzonen Uitgebeeld. Waarschijnlijk werd dit stuk opgevoerd bij de viering. Hoewel alle personages mannen zijn, speelt iedereen een rol— ook het belang van vrouwen tijdens de belegering wordt beschreven, bijvoorbeeld in het ‘Eerste bedrijv’ (p. 9):
Ik zag hoogagtb're Vrouwen, | Hoe zwak die kunne ook zij, als Paarden de Kartouwen Voorttrekken naar den Wal.
Opvallender nog is de passage waarin een vrouw in een tragisch voorval haar kind en arm verliest (‘Twede bedrijv’, p. 17):
Terwijl deze arme Vrou, door zulk een slag verzet,
En schreeuwende om haar Kind, dat dood ligt op de stenen,
Haar' arm raapt van den grond, en vraagt in 't angstig wenen,
Aan wien behoort deze arm? vol bijsterzinnigheid
Merkt zij niet dat die Bomb hem van haar' Schouder scheidt.
Maar denk wat Heldenmoed, en wat wij mogen hopen!
Wanneer de buurte kwam met de Artzen toegelopen
Om hare wond te zien, sprak zij, hoe zeer gebrand:
Geen nood! ik gav mijn bloed voor 't dierbaar Vaderland!
Snij af 't geschroeide vleesch! mijn Arm ga vrij verloren!
Wierd maar der Stadstriums door dit verliez geboren!
Daar hier de Vrouw die taal in zulk een lijding voert,
Een taal, die 't edel hart der grootste Helden roert,
Zou dan de Jong'lingschap van Groningen bezwijken,
En dralen om zijn moed der Stad te laten blijken?
Deze laatste retorische vraag wordt uiteraard beantwoord met ‘Neen!’ De veronderstelde zwakte van vrouwen wordt gebruikt om pathos op te wekken en mannen aan te sporen, maar ook om de grote moed van vrouwen te benadrukken.
Anna van der Horst was een feminist avant la lettre, die grenzen verlegde en vrouwen aanspoorde zichzelf te ontwikkelen.
