Uitdagingen stoppen niet bij de grens: RUG haalt banden aan met Nedersaksen

Een delegatie van kennisinstellingen en het ministerie van Wetenschap en Cultuur (onder leiding van minister Falko Mohrs) uit het Duitse Nedersaksen bracht op 23 en 24 april een bezoek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het programma bestond onder meer uit een gezamenlijk diner en presentaties in het Academiegebouw over bestaande en toekomstige samenwerkingen. De nadruk lag op de gezamenlijke uitdagingen van de twee grensregio’s.
Na een diner op woensdagavond, waarbij onder meer RUG-collegevoorzitter Jouke de Vries aanwezig was, stonden donderdagmorgen verschillende presentaties op het programma. Prof. dr. Sandy Schmidt van de faculteit Science and Engineering vertelde over het Europese project BiodeCCodiNNg. Centraal in dit onderzoeksproject staan enzymen en het vinden van duurzame biologische alternatieven voor traditionele katalyse.
BiodeCCodiNNg heeft met het onderzoek naar enzymen niet alleen impact op wetenschappelijk gebied, maar ook op maatschappelijke en economische aspecten, zoals directe toepassingen in de farmaceutische industrie. Schmidt noemde de succesvolle samenwerking tussen de RUG en de University of Göttingen in het Europese project. BiodeCCodiNNg kan als blauwdruk dienen om bestaande en toekomstige Nederlands-Duitse samenwerkingen te verstevigen, benadrukte ze.
Grensoverstijgende samenwerking
Ook tussen de medische faculteiten van de RUG/UMCG en de University of Oldenburg (UOL) bestaat een nauwe samenwerking, vertelde dr. Corinna Glasner. Als voorbeeld werd de European Medical School Oldenburg-Groningen uitgelicht. Binnen het programma draait het onder meer om de uitwisseling van geneeskundestudenten: vanuit Groningen gingen tot 2020 M2-coassistenten naar een ziekenhuis in Oldenburg, terwijl bachelorstudenten van de UOL in Groningen eerst twee semesters en later één semester meededen aan het bacheloronderwijs.
De Nederlands-Duitse samenwerking begon met onderwijs in 2012, maar inmiddels zijn er ook verschillende samenwerkingen op het gebied van onderzoek, zei Glasner. Een belangrijk initiatief is het Cross-Border Institute of Healthcare Systems and Prevention (CBI), dat sinds 2019 functioneert als katalysator en hub voor grensoverstijgende (cross-border) gezondheidszorg in het Duits-Nederlandse grensgebied. Recent ontving CBI een grote Europese subsidie. De Aletta Jacobs School of Public Health (AJSPH) is verantwoordelijk voor de coördinatie vanuit Groningen.
Prof. dr. Kathrin Boerner (UOL) en Prof. dr. Lars Schwettmann (UOL) verzorgden een presentatie over het CBI. ‘We zijn als grensregio’s geen tweelingen, maar goede buren met dezelfde uitdagingen’, stelde Schwettmann. Frederic van Kleef, Managing Director van de AJSPH, noemde CBI ‘het enzym voor cross-border samenwerking’, verwijzend naar de eerdere presentatie die ochtend.






