€2,8 miljard voor regionale zorg, maar het fundament ontbreekt
Nederland investeert miljarden euro's in regionale samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties. Toch blijkt uit nieuw onderzoek dat de meeste samenwerkingsverbanden onvoldoende zijn voorbereid op de toekomst. Wat professionals al langer ervaren, blijkt nu ook meetbaar: veel initiatieven verdwijnen zodra subsidie stopt of een kartrekker vertrekt.
Nederland telt honderden regionale transformatieprogramma's, IZA-netwerken en domeinoverstijgende samenwerkingen. Toch mislukken de meeste zodra de subsidie ophoudt of de kartrekker vertrekt.
Onderzoekers van de Hanze, de Linnean werkgroep Zorg zonder Schotten en de Aletta Jacobs School of Public Health onderzochten hoe toekomstbestendig regionale samenwerkingen daadwerkelijk zijn. Van de 2.302 gescreende projecten werden 142 domein overstijgende initiatieven geanalyseerd aan de hand van 33 bouwstenen voor duurzame samenwerking.
De uitkomsten zijn zorgwekkend. De onderzochte initiatieven scoren gemiddeld slechts 2,93 van de maximaal 33 punten. Twee derde behaalt niet meer dan drie punten en geen enkel initiatief scoort in de categorie ‘goed’.
"Dit is geen aanklacht tegen de mensen die zich elke dag inzetten voor betere zorg en gezondheid", zegt onderzoeksleider dr. Pim Valentijn, lector Waardegedreven en Passende Zorg aan de Hanze. "Het is een systeemdiagnose. We zijn heel goed geworden in het starten van samenwerkingen en het optuigen van nieuwe initiatieven. We zijn er nauwelijks in geslaagd om deze ook duurzaam te implementeren en uit te voeren. Als we dat niet veranderen, is al het transitiegeld straks weggegooid geld."
Geld alleen lost het probleem niet op
De bevindingen zijn bijzonder relevant in het licht van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Volgens de onderzoekers ligt het probleem niet bij de ambities, maar bij het systeem waarin die moeten worden uitgevoerd. Zorgverzekeraars financieren nog grotendeels per verrichting, gemeenten werken met jaarlijkse begrotingen en toezicht richt zich vooral op individuele instellingen. Netwerken moeten resultaten leveren in een systeem dat daar nog beperkt op is ingericht.
Met €2,8 miljard aan transformatiemiddelen voor regionale samenwerking is de urgentie helder. Maar de onderzoeksresultaten laten zien dat geld alleen niet het probleem oplost. Twee derde van alle initiatieven scoort op het laagste niveau, niet omdat de betrokkenheid ontbreekt, maar omdat de structurele randvoorwaarden voor borging, continuïteit en kennisoverdracht ontbreken.
Essentiele bouwstenen ontbreken
Opvallend is dat drie van de 33 onderzochte bouwstenen bij geen enkel initiatief aanwezig zijn:
-
een bestuursvorm die kan meegroeien met veranderingen en toenemende complexiteit;
-
een continuïteitsplan voor het vertrek van sleutelpersonen;
-
technische systemen die daadwerkelijke gegevensuitwisseling tussen organisaties mogelijk maken.
Daarnaast ontbreken vrijwel overal afspraken over gedeeld financiële risico en het benutten van experimenteerruimte binnen wet- en regelgeving. Juist deze bouwstenen bepalen of een samenwerking overeind blijft wanneer subsidies aflopen, initiatiefnemers vertrekken of politieke prioriteiten verschuiven. Het ontbreken ervan is geen toeval: het zijn ook de bouwstenen die expliciete investering in organisatie- en netwerkontwikkeling vragen, en die niet zichtbaar zijn in een jaarverslag of beleidspresentatie.
Wat wél aanwezig is, zijn de meer zichtbare elementen van samenwerking. Gemeenten en zorgverzekeraars zijn betrokken bij 41% van de initiatieven, structureel multidisciplinair overleg komt voor bij 39% en beleidsmatige verankering in IZA of GALA bij 30%.
Samenwerken in de zorg en welzijn is volgens de onderzoekers te vergelijken met een gezamenlijke buurttuin: iedereen is enthousiast, maar uiteindelijk blijft iedere buurman vooral zijn eigen schutting onderhouden.
Kennis blijft lokaal opgesloten
Het onderzoek laat ook zien dat 70% van de geraadpleegde bronnen niet of slechts beperkt publiek toegankelijk is. Kennis over succesvolle aanpakken en geleerde lessen bevindt zich vaak in interne beleidsdocumenten, convenanten en projectarchieven die nauwelijks worden gedeeld.
"Iedere regio vindt het wiel opnieuw uit", zegt Valentijn. "Niet omdat men niet van elkaar wil leren, maar omdat de kennis eenvoudigweg niet toegankelijk is. Ook dat is een vorm van transitiefalen. Voor een klein land als Nederland, waar regio's dicht op elkaar zitten en schaarse middelen en professionals delen, is dat een onnodige verspilling.”
De onderzoekers concluderen dat Nederland niet alleen moet investeren in nieuwe samenwerkingsinitiatieven, maar vooral in de randvoorwaarden die bestaande netwerken duurzaam maken. Zonder die structurele basis dreigt een belangrijk deel van de huidige investeringen onvoldoende effect te hebben op de lange termijn.
Meer nieuws
-
26 juni 2026
Stevinpremie voor Iris Sommer
-
26 juni 2026
Start werving nieuwe voorzitter College van Bestuur
-
18 juni 2026
In Memoriam Doeko Bosscher (1949-2026)
