Skip to ContentSkip to Navigation
Aletta Jacobs School of Public HealthOnderdeel van RUG en UMCG
Universitair Medisch Centrum Groningen
Aletta Jacobs School of Public Health
Together for more healthy years
Aletta Jacobs School of Public Health

‘Er bestaat een belangrijke link tussen mondgezondheid en het recht’

25 augustus 2026
Dominique Mollet

Ook voor mondgezondheid geldt: voorkomen is beter dan genezen. Wet- en regelgeving kan daarbij helpen, stelt RUG-onderzoeker Dominique Mollet. Donderdag promoveert ze op de rol van het recht bij het voorkomen van niet-overdraagbare aandoeningen, zoals gaatjes (cariës).

Tekst: Jelle Posthuma

Niet-overdraagbare ziekten vormen tegenwoordig de grootste uitdaging voor de publieke gezondheid, vertelt Mollet. Naast kanker, diabetes en hart- en vaatziekten vallen ook mondziekten, zoals cariës (gaatjes), onder deze categorie. ‘Genetische en biologische factoren spelen bij deze ziekten een rol, maar gedrag is minstens zo belangrijk. Verschillende risicofactoren, zoals een ongezond voedingspatroon, vergroten de kans op mondziekten.’

Wetgeving structureert de samenleving

Twee miljard mensen hebben cariës (gaatjes) en ongeveer 500 miljoen kinderen hebben cariës in hun melkgebit. Het eten en drinken van veel suiker is de belangrijkste oorzaak van gaatjes. Dat ongezonde gedrag wordt vaak al op jonge leeftijd aangeleerd, vertelt Mollet. Ouders die gewend zijn ongezond te eten, geven dat voedingspatroon vaak door aan hun kinderen. Mondgezondheid is als een kanarie in de kolenmijn: problemen in de mond kunnen een waarschuwing zijn voor een slechtere algemene gezondheid door gedrag.

In haar proefschrift onderzoekt Mollet hoe het recht kan helpen om risicofactoren voor mondziekten te verkleinen. ‘Het recht structureert onze samenleving. Wetgeving bepaalt bijvoorbeeld hoeveel fastfoodketens er bij ons om de hoek zitten, welk voedsel er in de supermarkt ligt en welke reclames we op straat en online tegenkomen. Bij mondgezondheid is de link met regulering ook te leggen: suiker en gaatjes zijn rechtstreeks met elkaar verbonden. Dat ligt voor andere ziektes ingewikkelder, omdat daar ook andere factoren een rol spelen.’

Internationale aanpak

Het promotietraject van Mollet is een samenwerking tussen het Joint Research Centre van de Europese Commissie en de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). De promovenda kijkt naar wat wet- en regelgeving zou moeten bereiken en de manier waarop het in de praktijk uitpakt. ‘Voor het beschermen van de mondgezondheid gaat het in Nederland bijvoorbeeld over een suikertaks, een reclameverbod of een vestigingsverbod.’

Mollet betoogt dat alleen Nederlandse wetgeving voor een gezonde voedselomgeving niet voldoende is. In haar proefschrift onderzoekt ze daarom het recht op mondgezondheid in een internationale context. ‘Nederlandse maatregelen kunnen bijvoorbeeld in strijd zijn met het Europees recht of het internationaal handelsrecht. Het is daarom belangrijk om kennis te hebben van de verschillende rechtsniveaus en hun onderlinge samenhang. Publieke gezondheid stopt niet bij landsgrenzen en disciplines. Dat vraagt om samenwerking en kennisuitwisseling.’

In de internationale context zijn mensenrechtenverdragen van groot belang. Mollet noemt het Kinderrechtenverdrag, dat door 196 landen is ondertekend. ‘Het recht op gezondheid maakt deel uit van dit verdrag. Het Kinderrechtenverdrag biedt mogelijkheden om landen aan te sporen tot actie, maar ook om hen aan hun verplichtingen uit het verdrag te houden. Landen kunnen maatregelen nemen op populatieniveau, bijvoorbeeld door toegang tot fluoride te bevorderen, maar ook door het consumeren van suiker zoveel mogelijk te ontmoedigen.’

Preventie is de sleutel

Het bevorderen van gezond gedrag en een gezonde omgeving hoeft niet alleen via wet- en regelgeving, vervolgt ze. ‘Het is misschien raar om dit als jurist te zeggen, maar we moeten niet alles via het recht willen regelen. We moeten het zo breed mogelijk aanpakken. Je kunt gezond gedrag ook op andere manieren bevorderen, bijvoorbeeld met een gezonde schoollunch. Die kan de voedselinname van kinderen op een positieve manier beïnvloeden, zonder dat je iets verbiedt. De oplossingen zijn dus niet alleen in het recht te vinden.’

Uiteindelijk draait het volgens Mollet om preventie. ‘We gaan er nog te vaak van uit dat de zorg het wel kan “fixen”, ook in de mondzorg. Gelukkig krijgt preventie steeds meer aandacht in de discussie over de volksgezondheid. Ik zeg absoluut niet dat tandartsen weg moeten, de toegang tot zorg blijft cruciaal, maar we moeten veel meer inzetten op het voorkomen van ziekten.’

Bron van inspiratie

Ook tijdens haar promotietraject richtte Mollet zich nadrukkelijk op de publieke gezondheid. Ze werkte regelmatig samen met de Aletta Jacobs School of Public Health, bijvoorbeeld bij presentaties, rondetafelgesprekken en werkgroepen. De promovenda werd daarin gestimuleerd door Brigit Toebes, oud-wetenschappelijk directeur van de School en haar promotor.

Toebes was als hoogleraar gezondheidsrecht een pionier op haar vakgebied, vertelt Mollet. ‘Brigit had haar plek veroverd tussen de artsen, die van oudsher het liefst met andere artsen spraken, maar haar als jurist zeer serieus namen. Tegelijkertijd veranderde ze het gezondheidsrecht, dat tot dan toe vooral gericht was op medisch recht. Brigit heeft die twee werelden met elkaar verbonden. Ik heb enorm veel geluk dat ik op haar schouders mag staan en daarop met anderen mag voortbouwen. Ze is voor mij een enorme bron van inspiratie geweest.’

Laatst gewijzigd:25 augustus 2026 10:43