Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenPubliekseducatieUniversiteitsmuseumGeschiedenisRijksuniversiteit Groningen

Rijksuniversiteit 1877 - heden

De Wet op het Hoger Onderwijs van 1876 heeft de ontwikkeling van de universiteit enorm beïnvloed. Tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer was het zelfs even de vraag of van de drie bestaande universiteiten (Leiden, Groningen en Utrecht) de universiteit van Groningen, de kleinste van de drie, niet zou worden opgeheven. Dat gebeurde uiteindelijk gelukkig niet.

Academiegebouw van 1850
Academiegebouw uit 1850

Op de hogeschool, die voortaan Rijksuniversiteit heet, werd het Latijn als voertaal afgeschaft en bij de onderwijstaak kwam de plicht om onderzoek te verrichten. Dit resulteerde in een geweldige uitbreiding van faciliteiten voor wetenschappelijk onderzoek. Veel laboratoria en instituten verrezen, vooral voor geneeskunde en wiskunde en natuurwetenschappen.

Mineralogisch geologisch laboratorium
Mineralogisch Geologisch Laboratorium in Groningen

In 1864 werd een nieuwe Universiteitsbibliotheek geopend op de plek van het huidige Universiteitsmuseum. Er kwam een Laboratorium voor Fysiologie (1866) naast het academiegebouw, een Laboratorium voor Farmacie (1880) en een Botanisch Laboratorium (1899) aan de Grote Rozenstraat, een Natuurkundig Laboratorium (1892) aan de Westersingel en een Mineralogisch-Geologisch Instituut (1901) aan de Melkweg. Bovendien werd in 1903 een nieuw Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel in gebruik genomen.

Universiteitsbibliotheek 1864
Universiteitsbibliotheek, 1864 met op de achtergrond de Broerkerk

Het aantal leerstoelen werd uitgebreid en verdere specialisatie binnen vakgebieden werd mogelijk. Het zwaartepunt kwam op de exacte vakken te liggen. Maar het werd voor het eerst ook mogelijk om moderne talen aan de universiteit te studeren. In 1881 werd Barend Sijmons als eerste hoogleraar moderne talen aangesteld. Tot 1912 is Groningen de enige universiteit waar academisch onderwijs in de moderne talen wordt gegeven.

Een tegenslag is in 1906 de brand in het academiegebouw. De kostbare collectie van het Museum van Natuurlijke Historie gaat daarbij verloren. Gelukkig konden archiefstukken, het studentenvaandel van 1665 en de hoogleraarportretten uit de senaatskamer worden gered.

Brand in het Academiegebouw, 1906
Brand in het Academiegebouw, 1906
Academiegebouw 1909
Het huidige Academiegebouw van 1909, gevestigd op de plek van de vorige Academiegebouwen

Het derde, huidige Academiegebouw werd al snel na de brand ontworpen door rijksbouwmeester J.A.Vrijman. In het lustrumjaar 1909 werd het in aanwezigheid van Koningin-moeder Emma en ZKH Prins Hendrik geopend.

Door de toename van laboratoria en instituten, de uitbreiding van wetenschappelijk onderzoek en de toeloop van studenten werd het driehonderdjarig bestaan van de universiteit in 1914 uitbundig gevierd. Er werden 68 eredoctoraten uitgereikt, waaronder een aan Koningin Wilhelmina.

De groei van de universiteit zet gestaag door. In 1924 schreef de duizendste student zich in.

Nobelpenning Zernike
Nobelpenning, uitgereikt aan Frits Zernike, 1953

De universiteit kwam in internationale belangstelling te staan toen Prof. Frits Zernike in 1953 de Nobelprijs voor natuurkunde won met zijn uitvinding van de fasecontrastmicroscoop. Deze verbetering van de microscoop is vooral van groot belang geweest voor medisch en biologisch onderzoek.

Door de expansie na de oorlog werd de huisvesting zo krap, dat in 1958 een plan van ruimtelijke ordening werd gemaakt, gebaseerd op concentraties van universitaire instellingen. Bij het academiegebouw komt het Harmoniecomplex en de Universiteitsbibliotheek; op de plek van de voormalige Hortus werden panden voor de alfawetenschappen gebouwd; het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel werd vernieuwd en uitgebreid; in Paddepoel kwamen de bêtafaculteiten en het Biologisch Centrum werd in Haren gevestigd.

Centrum in vogelvlucht
Het centrum van de stad in vogelvlucht: Academiegebouw, Universiteitsbibliotheek en Harmoniecomplex
Zernikecomplex
Zernikecomplex in Paddelpoel

Op dit terrein genoemd naar de Groningse Nobelprijswinnaar Frits Zernike zijn de Faculteiten van Economische Wetenschappen, Bedrijfskunde, Ruimtelijke Wetenschappen en Wiskunde en Natuurwetenschappen te vinden. Ook het voormalig Biologisch Centrum in Haren, tegenwoordig Biology, Life Sciences and Technology, is sinds 2011 gehuisvest op dit terrein in de Linnaeusborg.

Tegenwoordig telt de RUG zo'n 30.000 studenten die kunnen kiezen uit 10faculteiten, gehuisvest in 150 gebouwen, verspreid over de hele stad en omgeving. Het aantal hoogleraren is gestegen tot 479 en er zijn meer dan 5000 mensen werkzaam. Hiermee is de RUG de derde universiteit van Nederland na Amsterdam en Utrecht.

Laatst gewijzigd:01 november 2017 15:00
printOok beschikbaar in het: English