Skip to ContentSkip to Navigation
UniversiteitsbibliotheekOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen
Universiteitsbibliotheek
Universiteitsbibliotheek Gauronica

Maria en haar insectenwereld

Maria Sibylla Merian en haar Metamorphosis Insectorum Surinamensium

door Arwen Westerink
Maria Sibylla Merian (1647–1717) is een bekende entomoloog en kunstenares uit de 17e en 18e eeuw. In haar boek Metamorphosis Insectorum Surinamensium ofte Verandering der Surinaamsche insecten heeft ze de mooiste afbeeldingen gemaakt van planten, insecten en een paar andere dieren uit Suriname. Naast de uitzonderlijke schoonheid van haar werk is het ook bijzonder omdat het in haar tijd ongewoon was dat een vrouw als wetenschapper optrad, laat staan dat zij zonder mannelijke begeleiding op reis ging voor onderzoek. Ook is haar werk van belang voor de geschiedenis van het koloniale verleden. In deze blog lees je hier meer over.

Maria werd in 1647 geboren in Frankfurt am Main. Ze was de dochter van de beroemde kunstenaar en uitgever Matthäus Merian de Oude, die drie jaar na haar geboorte overleed. Maria’s moeder hertrouwde met Jacob Marrel, die schilder en handelaar was. Hij leerde Maria vele artistieke technieken. Van jongs af aan hield Maria zich bezig met insecten, en vanaf haar dertiende was ze al serieus bezig met het onderzoeken van de metamorfose van de zijderups. In 1665 trouwde ze en verhuisde naar Neurenberg, waar strenge regels waren binnen de schildersgilden. Alleen mannen mochten met olieverf schilderen en daarom werkte Merian vooral met waterverf. Ze gaf hier ook haar bloemenboek en het eerste deel van haar rupsenboek uit. In 1683 verhuisde ze terug naar Frankfurt na het overlijden van haar stiefvader.

In 1686 vertrokken Maria, haar twee dochters en haar moeder naar Wieuwerd. Ze traden toe tot een labadistengemeente op Waltha State. Door hierheen te verhuizen scheidde Maria ook van haar man, omdat de labadisten alleen huwelijken binnen hun eigen gemeenschap erkenden. De labadisten streefden naar een herboren leven door het wereldlijke en materiële achter zich te laten. Kunst was niet toegestaan in de gemeente aangezien dit als zinloos werd opgevat. Wetenschap was echter wel toegestaan mits deze het geloof diende, dus Maria kon in deze tijd haar onderzoek wel voortzetten. Daarnaast stond de vlinder symbool voor de opstanding, een thema dat van groot belang was binnen de labadistengemeenschap. De motivatie voor Maria’s onderzoek kwam ook vanuit het geloof. Ze wilde met haar onderzoek God als schepper eer bewijzen. Zo staat in een gedicht op een van de eerste bladzijden van de Metamorphosis Insectorum Surinamensium ofte Verandering der Surinaamsche insecten:

Zo opent zich een nieuwe Hóf 
Van overoverzeesch geboomte en bloemen.
Wie leersaem is, vind hier weer stóf,
Om s’wyzen Scheppers maght te roemen,
En uyt het allerminste Kruydt
Te ontdekken, hoe ver zy verdwaelen,
Die goddeloos en dwaes verhaelen,
Dat alles uit zich zelven spruyt.
Elk Blad, elk Bloeissel toont Gods werking,
En wyst zyn onderhouding aen,
En leert, dat alles zonder die versterking
Hier alles zonder maet zou gaen.
Niet minder kan men dit beslissen
In dit geöpent Kabinet,
Door MERIAEN te faem gezet

In Wieuwerd bestudeerde ze de metamorfose van kikkers, waarbij ze de diertjes onder andere ontleedde. Daarnaast onderzocht ze hier slakken, rupsen en insecten. Ook profiteerde ze van verzamelingen tropische planten en dieren die gemeenteleden uit de Nederlandse kolonie Suriname meebrachten.

In 1691 moesten Maria en haar dochters (haar moeder was toen al overleden) vertrekken, omdat de gemeenschap in geldnood zat. Maria begon samen met haar dochters een kunsthandel in Amsterdam. Later reisde ze samen met haar jongste dochter naar Paramaribo om onderzoek te doen naar de metamorfose van insecten en hagedissen. Van haar labadistische broeders en zusters die een plantage hadden aangelegd in Suriname, had ze al veel gehoord over dit gebied.  Zij verbleef hier in de stad omdat deze plek het veiligst was. Er was namelijk gevaar voor Franse aanvallen en opstanden van autochtone bewoners.

hagedis
Afbeelding 1
spin die kolibrie opeet
Afbeelding 2

In Paramaribo deed Maria onderzoek voor haar boek Metamorphosis Insectorum Surinamensium ofte Verandering der Surinaamsche insecten. Het uitzonderlijke aan dit boek was dat er onbekende metamorfosen van soorten uit een nieuw gebied in Amerika levensgroot werden tentoongesteld. Ook was het bijzonder dat de dieren in hun leefomgeving werden afgebeeld, zoals op afbeelding 1 van de hagedis te zien is. Niet alle rupsen en vlinders zijn juist gekoppeld en de insecten zijn soms ook niet aan de juiste voedselplant gekoppeld. Een verklaring hiervoor is dat haar aantekeningen en monsters op de terugreis door elkaar zijn geraakt. Daarnaast zijn niet alle planten uit het boek werkelijk in Suriname getekend. Er zijn namelijk ook planten die in Nederlandse kassen groeiden waar Maria ze kon onderzoeken. Ten slotte wordt op bladzijde 18 een verhaal verteld waarvan wetenschappers nog steeds niet zeker weten hoe waarheidsgetrouw het is. Hier vertelt Maria over grote spinnen die ze is tegengekomen. Ze beweert dat de spinnen normaal gesproken mieren eten, maar wanneer hier een tekort aan is, ze zich tegoed doen aan vogels. Op afbeelding 2 zien we een spin die een kolibrie opeet. Ook zien we op de afbeelding vier eieren, wat voor sommige wetenschappers een reden is om te stellen dat het hele verhaal verzonnen is, want een kolibrie legt er maar drie.

In Suriname kreeg Maria hulp van tot slaaf gemaakte Afrikanen en inheemse bewoners bij het zoeken naar insecten. Ook hielpen deze haar met informatie over deze planten en insecten waardoor Maria hen ook meermalen citeert in haar boek. Zo vertelt ze welke planten en dieren de Afrikanen en inheemse bewoners eten, welke medicinale werkingen er aan planten zitten en voor welke andere doeleinden planten gebruikt kunnen worden. Ook gebruikt ze de Surinaamse benaming van planten en niet de Latijnse. Ondanks dat Maria zelf gebruik maakt van slaven heeft ze wel kritiek op de monocultuur van suiker in de kolonie.

Pauwenbloem (Flos Pavinos)eve afbeelding
Afbeelding 3

Daarnaast verschilt ze van andere zeventiende-eeuwse Europese wetenschappers omdat ze de hulp die ze heeft gehad van slaven vermeldt in haar onderzoek, iets wat andere wetenschappers nooit deden. Ook uitte Maria haar sympathie voor vrouwen die abortus pleegden door middel van de Flos pavinos op blad 45 (afbeelding 3). Dit is erg bijzonder want in Europa werd (en wordt nu soms nog steeds) abortus als een grote zonde beschouwd. In haar boek beschrijft ze dat wanneer Nederlanders tot slaaf gemaakte vrouwen misbruiken, de tot slaaf gemaakte vrouwen abortus plegen zodat hun kind niet ook tot slaaf gemaakt wordt. Maria beschrijft dat de Indiaanse vrouwen geloven dat ze na de dood vrij herboren zullen worden in hun eigen land en daarom hun kind heen laten gaan voordat het tot slaaf gemaakt kan worden. Door dit verhaal te delen met de lezer geeft Maria de Indianenvrouwen en slavinnen een stem in de geschiedenis. Daarnaast betekende de kennis over de Flos Pavinos ook veel voor Europese vrouwen. Volgens Viktoria Schmidt-Linsenhoff betekende deze kennis seksuele zelfbeschikking voor Europese vrouwen in een tijd waarin mannen vruchtbaarheid regulerende middelen onderdrukten. Deze kennis stond voor Europese vrouwen dus symbool voor bevrijding en emancipatie.

Na twee jaar moest Merian terugkeren naar Nederland, omdat ze ziek werd. Volgens haar ging het hete en natte klimaat tegen haar natuur in. Voor haar vertrek naar Suriname verzamelde ze zelf in Nederland haar insecten en kweekte die vervolgens in potten of doosjes. Zo groef ze in de aarde naar wormen en ’s avonds ving ze nachtvlinders. Op deze manier bestudeerde ze op empirische wijze het gedrag van insecten, hun voedsel en hun ontwikkelingsstadia. Vervolgens beeldde ze de verschillende stadia van de ontwikkeling van het insect af en verbond ze het insect met een plant. Zo lijkt het op het eerste gezicht alsof je naar een plant met meerdere insecten kijkt, maar het is één insect in verschillende ontwikkelingsstadia. Dit is duidelijk te zien in afbeelding 4, waar de verschillende ontwikkelingsstadia van de kakkerlak te zien zijn.

De universiteitsbibliotheek in Groningen heeft drie verschillende versies van Metamorphosis Insectorum Surinamensium ofte Verandering der Surinaamsche insecten. Twee ingekleurde en één niet ingekleurde versie. Tussen deze ingekleurde versies zijn er meerdere verschillen. Ten eerste is één exemplaar (KW C 1377) (afbeelding 4) een tegendruk en het andere (M1 O---- 2) (afbeelding 5) niet. Een tegendruk houdt in dat de drukker de net gedrukte natte prenten nog één keer afdrukte op een nieuw stuk papier. Hierdoor zie je bij een tegendruk geen moeten in het papier. (Moeten zijn ingedrukte randen in het papier die worden veroorzaakt door de koperen plaat tijdens het drukken.) Omdat een tegendruk wordt gemaakt met de originele prent op een nieuw papier, krijg je een spiegelbeeld van de originele prent. Daarom zie je bij de tegendruk ook niet de signatuur van de drukker omdat deze dan in spiegelbeeld zou zijn. Bij een tegendruk wordt deze signatuur daarom afgeschermd. Het voordeel van zo’n tegendruk is dat de lijnen veel lichter worden. Wanneer de prenten dan ingekleurd worden lijkt het net een waterverfschilderij.

Metamorphosis Insectorum Surinamensium (tegendruk)
Afbeelding 4
Metamorphosis Insectorum Surinamensium (origineel)
Afbeelding 5

Een tweede verschil zijn de kleuren die zijn gebruikt in elk exemplaar. Aangezien de prenten achteraf moesten worden ingekleurd, is het ook niet zo gek dat ze kleurverschillen hebben. Als verschillende mensen een prent inkleuren is het bijvoorbeeld lastig om precies dezelfde kleur geel te krijgen. Opmerkelijk is dat soms een plant of insect een totaal andere kleur heeft. Zo is in de onderstaande foto’s de rups in de ene versie geel (afbeeling 6), terwijl deze in de andere versie oranje is (afbeelding 7). Misschien heeft een koper aangegeven welke kleuren hij graag wilde dat er gebruikt werden. Verder ontbreekt het voorblad in het reguliere exemplaar (M1 O---- 2). In het papier van beide exemplaren zie je een watermerk; dat zou je kunnen beschrijven als het logo van de papiermaker. Zo'n watermerk zie je in handgeschept papier. Aan de hand van het watermerk en het boek Wasserzeichen Lilie kan opgemaakt worden dat het papier voor beide exemplaren uit Neurenberg komt.

vlinders met gele rups
Afbeelding 6
vlinders met oranje rups
Afbeelding 7

Kortom, het boek Metamorphosis Insectorum Surinamensium ofte Verandering der Surinaamsche insecten van Maria Sibylla Merian is een bijzonder boek. Het geeft ons niet alleen informatie over planten en de metamorfose van insecten, maar ook over het koloniale verleden en inheemse volken. Daarnaast zijn haar prachtige platen een genot om naar te kijken. Een van de zeldzame eerste drukken van haar boek ligt sinds 2024 in het Rijksmuseum; het is gaaf om te bedenken dat Groningen wel drie exemplaren heeft van de tweede druk uit 1719. Deze bevat namelijk twaalf extra platen! Zou jij dit prachtstuk willen bezichtigen? Kom dan naar de Bijzondere Collecties van de universiteitsbibliotheek aan de RUG.

Laatst gewijzigd:08 juni 2026 12:52
View this page in: English
Volg ons op