Skip to ContentSkip to Navigation
Universiteitsbibliotheek
Universiteitsbibliotheek Collecties Bijzondere Collecties Collecties

Geschiedenis van de Collecties

Korte geschiedenis van de bijzondere collecties in de Groninger Universiteitsbibliotheek.

Centra van geleerdheid bestonden in Groningen al voordat er een universiteit werd gesticht. Zo weten we bijvoorbeeld dat Emo van Wittewierum in de dertiende eeuw in Oxford, Orléans en Parijs heeft gestudeerd. Als abt schreef Emo een geschiedenis van zijn klooster. Het manuscript is het enig overgebleven boek van wat eens een rijke bibliotheek moet zijn geweest. Verschillende andere kloosters hadden bibliotheken, produceerden manuscripten en verzorgden onderwijs. Aan de Sint-Maartensschool in Stad hadden beroemde geleerden hun eerste onderwijs genoten, zoals Wessel Gansfort (ca. 1419-1489) en Rudolf Agricola (1444-1485), die hun studies aan Italiaanse universiteiten hadden voortgezet. Kerken, kloosters en particulieren verzamelden boeken ten behoeve van theologische en filosofische studies. Wilhelmus Frederici, de hoofdpriester van de Martinikerk, is zo’n voorbeeld van een geleerde boekverzamelaar. Ook hij had, in dezelfde tijd als Agricola, in Italië gestudeerd en was daar zelfs tweemaal gepromoveerd. Enkele tientallen boeken uit zijn bezit zijn bewaard gebleven.

De Stichting van de universiteitsbibliotheek

In 1594, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de stad Groningen veroverd door de troepen van prins Maurits. Kort daarna sloten Stad en Ommelanden zich aan bij de Unie van Utrecht. Er werden plannen gemaakt om een academie op te richten voor het opleiden van ambtenaren, juristen, theologen en artsen. Na twee decennia van voorbereiding vond de inauguratie tenslotte plaats in 1614. Een jaar later werd ook de grondslag gelegd voor een wetenschappelijke bibliotheek, die werd gehuisvest in een vleugel van het tegenover de academie gelegen voormalige Franciscaner klooster. Deze plek is nooit verlaten, hoewel zowel het Academiegebouw als de Universiteitsbibliotheek sindsdien verscheidene keren zijn herbouwd.

De  eerste jaren

Het belangrijkste doel van het opbouwen van de bibliotheekcollectie was en is nog steeds het ondersteunen van onderwijs en onderzoek. De eerste inventaris van de Universiteitsbibliotheek is in 1619 op schrift gesteld. Deze Syllabus librorum werd tot in de achttiende eeuw door de bibliothecarissen voortgezet. In 1619 beschikte men over meer dan vierhonderd delen. Van de Syllabus bestaat ook een kalligrafisch afschrift, dat aan begunstigers en andere belangrijke bezoekers kon worden getoond. Een belangrijke aanwinst ontving de Academiebibliotheek in het eerste decennium van haar bestaan, toen de bibliotheek van de Martinikerk, waarin ook de boekverzamelingen van de Groningse kloosters waren opgenomen, in haar bezit kwam. Helaas is de exacte inhoud van deze aanwinst niet bekend, omdat zij niet in de Syllabus is opgenomen. Van een groot aantal middeleeuwse handschriften, incunabelen en zestiende-eeuwse drukken in de Universiteitsbibliotheek kan echter de herkomst uit de Martinikerk op grond van boekbanden en eigendomsaantekeningen worden aangetoond.

Door aankopen, legaten en schenkingen van bestuurders van universiteit, provincie en stad, professoren, alumni, studenten en anderen is de collectie van vierhonderd banden van het begin van de zeventiende eeuw gegroeid tot de meer dan twee miljoen banden vandaag.

Over enkele speciale collecties

Verzamelingen die tegenwoordig als ‘bijzonder’ worden aangeduid, zijn lang niet altijd als zodanig begonnen. De collectie Groningana in de UB – over de geschiedenis, taal, recht, politiek, kunsten etc. van Groningen – bevat zowel boeken die zijn aangekocht door de bibliotheek als geschenken van auteurs en particuliere verzamelaars. Een belangrijke negentiende-eeuwse collectioneur was Mello Backer , wiens bibliotheek zowel gedrukte boeken, handschriften als kaarten bevat. Een andere grote collectie werd in 1913 geschonken door J.J.C. Enschedé ; ze bevat werken over de Nederlandse en Engelse koloniale geschiedenis in Zuidoost-Azië en over de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland en voormalig Nederlands Oost-Indië. De bibliotheek van het Genootschap Conamur , gesticht in 1899 ter bestudering van het socialisme, bevat veel bronnenmateriaal voor de sociale geschiedenis, waaronder honderden pamfletten en brochures. In 1853 droeg de Societas Pro Excolendo Iure Patrio , gesticht in 1761 om de studie van het natuurrecht en het Nederlands recht te bevorderen, haar bibliotheek van ca. 3500 werken over recht en geschiedenis, waaronder meer dan honderd handschriften, in permanent bruikleen over aan de Universiteitsbibliotheek. Van vrij recente datum is de Bibliotheca Unitariana , over de geschiedenis en uitgangspunten van het Unitarianisme en vrije religiositeit. De basis hiervoor werd gelegd door een schenking in 1991 van dr. Duncan Howlett. De bibliotheek van het Kunstlievend Genootschap Pictura , gesticht in 1832, bevat vooral achttiende- en negentiende-eeuwse werken over de schone kunsten. Ze werd in 1904 in bruikleen overgedragen. Alchemie, astrologie, magie en astronomie vormen de zwaartepunten in de bibliotheek die de jurist H.J. Nauta bijeenbracht en in 1807 aan de universiteit schonk. De grootste verzameling op het gebied van de filologie is de Horatius-bibliotheek, aangelegd door Hendrik Riedel , leraar aan het Groninger gymnasium. De ruim 1100 edities van en commentaren op de werken van de Romeinse dichter Horatius werden in 1871 verworven. Tijdens het voorbereiden van de catalogus van deze collectie – die in 1996 is gepubliceerd – vonden we een vroege zestiende-eeuwse editie met marginale aantekeningen in het handschrift van Regnerus Praedinius, rector van de Latijnse School in Groningen rond 1550. Verschillende twintigste-eeuwse specialisten op het gebied van de Spaanse taal en geschiedenis schonken hun boeken aan de bibliotheek: Fonger de Haan , een Nederlandse professor aan een Amerikaanse universiteit, de schrijver Johan Brouwer en Gerardus Johannes Geers , hoogleraar aan deze universiteit. Een grote collectie boeken over het artistieke en culturele leven in Italië gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw is in bruikleen gegeven door de Groninger afdeling van de Società Dante Alighieri . Leden van deze vereniging waren behulpzaam bij het organiseren van een tentoonstelling van dit fraaie materiaal. Een andere collectie die erg geschikt bleek om te exposeren is de Stavermanbibliotheek van edities, vertalingen en bewerkingen van Daniel Defoe’s Robinson Crusoe.

Hoewel het belangrijkste doel van de Universiteitsbibliotheek het bieden van teksten als instrumenten voor onderwijs en onderzoek is, blijft er voldoende ruimte voor het verzamelen van gedrukt materiaal om andere redenen dan de inhoud alleen. De geschiedenis van het boek is een onderwerp dat meer en meer studenten trekt. Daarom past een verzameling van meer dan vijduizend Nederlandse industriële boekbanden uit de periode 1890-1940 binnen het collectieprofiel. In Groningen arriveerde de boekdrukkunst pas aan het einde van de zestiende eeuw, maar daarna duurde nog het geruime tijd voordat gedrukte boeken handgeschreven boeken volledig vervingen. De beroemdste Groningse drukker van de twintigste eeuw is ongetwijfeld Hendrik Nicolaas Werkman. Veel van zijn ‘Blauwe Schuit’-uitgaven, evenals de meer commerciële producten van zijn pers, zijn in de bibliotheek aanwezig. Sinds de jaren zestig hebben steeds meer Nederlandse amateur-drukkers zich toegelegd op het maken van fraai drukwerk. Ook in de stad en provincie Groningen geven verschillende  marginale drukkers - leden van de Stichting Drukwerk in de Marge – regelmatig prachtig werk uit. De Universiteitsbibliotheek stelt zich ten doel een representatieve selectie van het werk van Groninger drukkers bijeen te brengen.

Laatst gewijzigd:12 februari 2018 11:46
View this page in: English