Skip to ContentSkip to Navigation

Centre for Operational Excellence (COPE)

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Centre for Operational Excellence (COPE)ProjectenRegionale havens

Regionale havens

Groningen Seaports en COPE hebben een uniek samenwerkingsverband gesloten, dat de havenautoriteit toegang biedt tot de nieuwste academische inzichten. Die inzichten leveren een belangrijke bijdrage aan de toekomstvisie van Groningen Seaports en de mogelijkheden om het havengebied verder te ontwikkelen.

Unieke samenwerking biedt Groningen Seaports nieuwe vergezichten

Groningen Seaports is de havenautoriteit die de haven van Delfzijl en de Eemshaven met bijbehorende industrieterreinen beheert en exploiteert. Diverse geclusterde bedrijventerreinen zijn terug te vinden in de beide havengebieden, zoals bijvoorbeeld een energiepark. Een multimodale infrastructuur vanuit de havengebieden en de railterminal in Veendam biedt een goede achterlandverbinding voor de logistieke stromen. Groningen Seaports is een middelgrote haven halverwege tussen de mainports Rotterdam en Hamburg, gelegen aan de Noordzee die in totaal 25 regionale havens kent. Mainports en regionale havens vormen samen de ruggengraat van transportnetwerken. In een havenvisie kiest een haven een duidelijke positionering binnen dit netwerk in de vorm van uit te voeren activiteiten en het aantrekken van daarbij passende nieuwe bedrijven om zo op een duurzame wijze economische groei voor de regio te creëren.

Rol in synchromodale transportnetwerken

In de vorm van een strategische samenwerking proberen COPE en Groningen Seaports samen antwoorden te vinden op een verscheidenheid aan onderzoeksvragen. Vijf jaar lang doen wetenschappers en studenten onderzoek naar havengerelateerde vraagstukken. Een belangrijk vraagstuk betreft de redenen van bedrijven om zich in de haven te vestigen. Welke rol speelt samenwerking met andere bedrijven? Op welke manier kan clustervorming worden gestimuleerd? En welke rol kan de havenautoriteit daarbij vervullen?

Een ander vraagstuk betreft de criteria die bestaan om de prestaties van havens te meten. Het belang van een haven wordt vaak afgemeten aan de hoeveelheid overslag in de haven zelf, maar daarnaast is de economische toegevoegde waarde voor de regio van belang.

Een belangrijk speerpunt in het vijfjarig onderzoeksprogramma betreft synchromodale transportnetwerken. Dat zijn netwerken waarin verladers afhankelijk van de omstandigheden op elk moment kunnen switchen tussen transportmodaliteiten zoals scheepvaart of wegtransport. Wat zou de rol van Groningen Seaports en de railterminal in Veendam in een dergelijk netwerk kunnen zijn, welke logistieke stromen spelen nu en in de toekomst een rol en welke investeringen in infrastructuur zijn daarvoor nodig?

Toegang tot academische inzichten

De samenwerking tussen COPE en Groningen Seaports is uniek omdat alleen een raamwerk is geformuleerd voor de 5 jaar durende samenwerking. Daarbinnen kunnen in onderling overleg en op basis van actuele ontwikkelingen nieuwe onderzoeksvragen worden opgesteld of bestaande vragen worden bijgesteld.

Daarnaast slaan beide partijen op deze manier een brug tussen theorie en praktijk. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de input die Rijksuniversiteit Groningen en haar studenten hebben geleverd bij de totstandkoming van de Havenvisie van Groningen Seaports. Daarnaast doet één van de medewerkers van Groningen Seaports in deeltijd promotieonderzoek aan de universiteit.

Concrete onderzoeksresultaten

De strategische samenwerking heeft onder andere al de volgende concrete onderzoeksresultaten opgeleverd:

  • Een maturitymodel dat aangeeft hoe havenautoriteiten als Groningen Seaports kunnen uitgroeien tot ketenregisseur in de opkomende markt voor biobrandstoffen.
  • Onderzoek naar de rol die havens kunnen vervullen in de supply chain van offshore windmolenparken en dan specifiek bij de assemblage en installatie.
  • Overzicht van vestigingsfactoren voor bedrijven in havens, zoals bijvoorbeeld datacenters.
  • Inventarisatie van de mogelijkheden voor clustervorming om bijvoorbeeld hergebruik van restwarmte te stimuleren en de rol van een havenautoriteit hierin.
  • Onderzoek naar de kansen en uitdagingen rondom logistieke stromen in krimpregio’s zoals de provincie Groningen.


Daarnaast is Groningen Seaports één van de deelnemende partijen in het Dinalog-onderzoeksproject "Design of LNG Networks" en het Dinalog-onderzoeksproject "Cargo Hitching"

Deelonderzoek: waarom vestigen datacenters zich in havens?

In dit internettijdperk schiet het ene na het andere datacenter uit de grond, en opvallend vaak gebeurt dat in zeehavens. Hylke Zijlstra heeft zijn afstudeeronderzoek gewijd aan de vestigingscriteria van datacenters. “Datacenters en havens lijken op het eerste oog geen logische combinatie, omdat de grondprijs in havens vaak hoog is en aanraking met water en zilte zeewind onwenselijk lijkt. Voor Groningen Seaports is het interessant om meer inzicht in de vestigingscriteria van datacenters te krijgen, zodat het havengebied voor deze bedrijven nog aantrekkelijker kan worden gemaakt”, verklaart Zijlstra, die in de zomer van 2012 de masteropleiding Business Administration heeft afgerond en nu bij Avebe werkt als sales & operations planner.

Op basis van interviews en literatuuronderzoek heeft Zijlstra een lijst met factoren voor locatiekeuzes van datacenters opgesteld. Deze lijst is vervolgens getoetst bij een aantal datacenters en gerangschikt op basis van belangrijkheid. Met behulp van een rekenmodel is tot slot aan elke factor een procentuele waardering gekoppeld. “Een belangrijke factor is dat havengebieden vaak meerdere elektriciteitsbronnen tellen, zodat de kans kleiner is dat ze zonder stroom komen te zitten. Een andere factor is dat de internetverbindingen met andere continenten en internetknooppunten vaak via havens lopen”, vertelt Zijlstra. Zijn studie is niet onopgemerkt gebleven bij Groningen Seaports. “De Eemshaven is een belangrijke motor van de economie in Noord-Nederland. Ik ben blij dat ik daaraan een steentje heb kunnen bijdragen.”

printOok beschikbaar in het: English