Skip to ContentSkip to Navigation
UniversiteitsbibliotheekOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Universiteitsbibliotheek

UniversiteitsbibliotheekOpen AccessOpen access nieuwsbrief

Over kwaliteit en Open Access

Interview met Jules van Rooij; door Esther Hoorn

Centrale vraag:

Jij bent als medewerker Research & Valorisation (voorheen Academische Zaken) belangrijk bij de ondersteuning van beleid rond kwaliteit. Hoe kan de instelling nadrukkelijker beleid rond een verschuiving naar OA voeren, waarbij het focus blijft dat kwaliteit het belangrijkste is?

1. Aanleiding voor het gesprek zijn de aanbevelingen van de EU. De RUG heeft eerder al stappen gezet voor OA-beleid: het tekenen van de Berlin Declaration, het opzetten van de self-archiving mogelijkheid door repository bij de bibliotheek en het advies van de UCW om een fonds in te stellen. Wat maakt het nu urgent om lijnen uit te zetten op het gebied van Open Access?

De Europese Commissie heeft juli jl. een Communication uitgebracht waarin aangekondigd wordt dat het in Horizon 2020 verplicht wordt alle publicaties gefinancierd met H2020 middelen binnen 6-12 maanden OA te maken. Als dat doorgaat, zonder gelijktijdige aanpassing van het beleid van de grote uitgevers, zou dat betekenen dat onderzoekers hun resultaten niet meer in Nature kunnen publiceren! Daarnaast wil de EC in H2020 een pilot starten om ook databases OA te maken. Beide voornemens roepen veel (kritische) vragen op. Nadere lezing van de Communication en achterliggende bronnen, leert echter dat de EC niet over één nacht ijs gegaan is. Verstandige implementatie van dit beleid vereist dat ook nationale overheden en instellingen hun beleid aanpassen. Daartoe roept de EC ook nadrukkelijk op.

2. Wat vind jij de belangrijkste aanbeveling om bij de omslag de kwaliteit hoog te houden?

Dat bij een overgang naar OA publiceren het kind niet met het badwater weggegooid wordt. Belangrijke risico’s / nadelen waar velen voor vrezen zijn dat:

  1. het onmisbare peer review systeem, voor veel journals opgezet en bewaakt door uitgevers, zal verdwijnen als uitgevers failliet gaan
  2. de ordening van tijdschriften en van artikelen o.b.v. citatie impact zou verdwijnen als Thomson Reuters (Web of Science) en Elseviers (SCOPUS), beide grote uitgevers met veel niet-OA tijdschriften, van het toneel zouden verdwijnen
  3. met OA databases de kwaliteit en context van de data niet langer gegarandeerd zijn en de mogelijkheid vervalt om onderzoeksresultaten commercieel te exploiteren via octrooien en licenties

Voor zover ik kan beoordelen, kunnen alle drie vermeden worden, mits het OA beleid verstandig geïmplementeerd wordt. En is dat ook wat de EC beoogt.

3. Nature is het voorbeeld van een wetenschappelijk toptijdschrift. Jos Engelen schreef hierover in de NRC. Engelen zegt: de diensten moeten blijven, het verdienmodel moet anders. Jos Engelen formuleerde daarin dat de uitgevers de wetenschappelijke gemeenschap zouden moeten volgen.

Helemaal mee eens. Het streven moet niet zijn om de traditionele uitgevers overbodig te maken, maar om ze te prikkelen een nieuw business model te ontwikkelen, gebaseerd op OA . Dat ze daarbij genoeg dienen te nemen met minder hoge winstmarges dan nu gebruikelijk, lijkt terecht. Nature maakt al een uitzondering voor grote fondsen als de NIH en ERC: publicaties die met hun middelen tot stand zijn gekomen, mogen wel volgens het ‘green OA’ model in repositories opgenomen worden. Ik zie niet in waarom een dergelijke uitzondering niet ook gemaakt zou kunnen worden voor publicaties bekostigd uit H2020, NWO of OCW middelen. Als alle belangrijke financiers de verplichting invoeren, moeten de uitgevers wel volgen.

4. Hebben wetenschappers naar jouw idee voldoende inzicht in het verdienmodel van de uitgevers?

Goed punt, waarschijnlijk hebben de meeste onderzoekers geen flauw benul van hoeveel de tijdschriften ons kosten. De author fees zullen ze wel kennen, maar hoeveel de licenties kosten weten ze vast niet. En doordat we gedwongen worden tot package deals, zijn de kosten per tijdschrift al helemaal onbekend. Ik ben geen econoom, maar ik kan me voorstellen dat hier sprake is van marktfalen: degenen die een tijdschrift willen lezen, weten zelf niet hoeveel het abonnement kost, noch hoeveel ze zelf feitelijk bijdragen aan de winst van de uitgever als (betalende) auteur en (gratis) referent. Was dat wel het geval, zoals bij het gouden OA model, dan zou het kostenplaatje een grotere rol kunnen spelen bij de keus voor een tijdschrift, hetgeen de concurrentie tussen uitgevers zou bevorderen.

5. En andersom heeft de instelling voldoende inzicht in de keuzes die wetenschappers op dit vlak maken. Er staan bijv nu al 363 artikelen van affiliatie Groningen in PLoS. En van de proefschriften staat 70% in de repository. Kunnen we dit beter ondersteunen, zichtbaar maken? Is een Open Access monitor per vakgebied naar jouw idee een goed plan? Hoe kan het goed op de agenda voor het overleg met de decanen komen?

Waarschijnlijk bestaat op hogere aggregatieniveaus geen goed beeld van wat binnen subdisciplines precies gebeurt. Het zou goed zijn als dat geïnventariseerd wordt.

6. De EU wil aanspreekpunten per lidstaat om OA-beleid verder vorm te geven. Welke rol kunnen Groningse onderzoekers daarin spelen?

De materie is dermate complex dat het volgens mij belangrijk is alle beschikbare expertise zoveel mogelijk te bundelen, zowel landelijk als internationaal, en vanuit alle relevante domeinen, dus niet alleen vanuit UB’s (elektronische catalogi, repositories) en SURF (IT-ondersteuning), maar ook door OZ-leiders en –beleidsmakers erbij te betrekken. Het lijkt me niet goed van ons WP een radicale verandering te verwachten maar wel om de gebruiken binnen hun disciplines in kaart te brengen. Of de RUG over voldoende expertise beschikt om een meer proactieve rol te spelen, weet ik niet. Maar het lijkt me in elk geval zaak ons steentje bij te dragen aan de landelijke discussie, en te proberen die te verbreden.

De EC roept bijvoorbeeld ook op om het carrièresysteem in Academia aan te passen (b.v. belonen van OA maken van data, impact meten van OA-databases, alternatieve impactindicatoren voor OA publicaties). En om nieuwe opleidingen op te zetten om de experts te leveren die in de nabije toekomst nodig zullen zijn om de immense hoeveelheid online beschikbare informatie te beheren, te doorzoeken en de kwaliteit ervan te bewaken. Men heeft daarbij nadrukkelijk ook de Digitale agenda van Neelie Kroes voor ogen. Haar visie is dat dit beleid zal leiden tot een enorme toename van nieuwe bedrijvigheid, zoals het humane genoomproject dat al gedaan heeft. Al met al behoorlijk visionair dus, maar ook heel complex.

Allicht kan een voorbeeld genomen worden aan de manier waarop getracht wordt de maatschappelijke relevantie van onderzoek beter te onderbouwen. Daarvoor is een landelijk project opgezet, ERiC, waarin prominente onderzoekers een belangrijke rol spelen, naast beleidsmakers en maatschappelijke stakeholders. En dat weer geleid heeft tot een internationaal project, SIAMPI. Zie www.knaw.nl/sep .

Bedankt, Jules

Laatst gewijzigd:20 september 2017 07:45