Ruimte voor vrouwen




Tentoonstelling Universiteitsmuseum en UB Groningen (3e verdieping)
april – juni 2026
Door Jojanneke Visscher
Al ruim 110 jaar werken er vrouwen als onderzoekers en professoren bij de RUG. Lange tijd was het voor hen bijzonder lastig om tot het gesloten bolwerk van de universiteit door te dringen. Het Universiteitsmuseum en de Universiteitsbibliotheek van Groningen openen daarom op 9 april een tentoonstelling ter ere van de vrouwen die de deuren voor de opvolgende generaties hebben geopend. Mijn studiegenoot Madelief Huinink en ik hebben aan de organisatie mee mogen werken.
Als een hoogleraar afscheid neemt van de universiteit, is het gebruikelijk dat er een academieportret wordt geschilderd ter ere van hun academische carrière. Deze portretten hangen nu in het Academiegebouw. Helaas bestaat er geen academieportret van Elisabeth Neurdenburg (1882-1957), kunsthistorica en tweede vrouwelijke hoogleraar aan de RUG. Om haar onderzoek in herinnering te brengen namen professor Ann-Sophie Lehmann en haar studenten het initiatief voor een open competitie. De inzendingen voor deze wedstrijd zijn vanaf 9 april 2026 te bewonderen in de tentoonstelling Het Academieportret in het Universiteitsmuseum.
Om de carrière van Neurdenburg te contextualiseren, hebben we ervoor gekozen om in de UB een aparte tentoonstelling, Ruimte voor vrouwen, te maken over drie andere vrouwelijke onderzoekers. Het heeft eeuwen geduurd voordat vrouwen aan de RUG werden toegelaten als docent, en nog langer voordat de eerste vrouwelijke hoogleraren in hun ambt zijn getreden. Deze uitzonderlijke eer had Jantina “Tine” Tammes (1871-1947), die in 1919 hoogleraar werd in de genetica. Haar naam is onder Groningers al aardig bekend. Dat geldt niet voor veel van haar collega’s die later een academische carrière begonnen. Marie Loke (1870-1916) was de eerste vrouwelijke lector in Nederland. Zij was een specialist in de Franse taal en literatuur, maar mocht hier niet promoveren omdat ze niet over de juiste vooropleiding beschikte. Wilhelmina Bladergroen (1908-1983) was een pionier in de orthopedagogiek, maar haar carrière werd gekenmerkt door diverse disputen over haar leiderschapsstijl.
Neurdenburg, Tammes, Loke en Bladergroen hebben niet alleen deuren geopend voor vrouwelijke hoogleraren, maar ook voor vrouwelijke studenten. Mijn studiegenoot Madelief en ik zijn in februari betrokken geraakt bij de organisatie van deze tentoonstelling via onze professor Ann-Sophie Lehmann. Zij bood ons de mogelijkheid om onderzoekservaring op te doen bij het werken met collecties en archieven. Al snel hadden we een eerste ontmoeting met de collectiespecialisten die de organisatie van de tentoonstelling leiden, Martien Stege en David Veltman. Sindsdien zijn we meegenomen in een storm van gesprekken, ontmoetingen, en kijkjes achter de schermen bij een van de meest gevarieerde historische collecties in Noord-Nederland. We hebben niet alleen de kans gekregen om mee te kijken naar het proces, maar zijn er actief bij betrokken geraakt. Deze ervaring zal ons ongetwijfeld verder helpen in onze toekomstige carrières in het kunsthistorisch werkveld.
Bij het organiseren van een tentoonstelling - zelfs een relatief beknopte, zoals Ruimte voor vrouwen - is een breed scala aan mensen betrokken. Curatoren, onderzoekers, collectiespecialisten en leveranciers leveren elk hun bijdrage aan de tentoonstelling. Als student hebben we vooral over deze processen kunnen lezen, maar de praktijk is in deze teksten niet altijd even tastbaar. Toen we de uitnodiging van professor Lehmann ontvingen was het nog niet helemaal duidelijk wat wij als studenten in dit netwerk van mensen zouden kunnen betekenen. Maar na een brainstormsessie konden we vol enthousiasme beginnen. Onze taken bleken zeer gevarieerd: we hielpen bij het scouten van de locatie, het kijken naar potentiële objecten, het onderzoeken van statistieken, en het schrijven van tentoonstellingsteksten. Gedurende het proces raak je emotioneel betrokken met het tentoonstellingsonderwerp. De groep vrouwen die de Universiteitsbibliotheek zijn nu bekende rolmodellen voor ons geworden, in plaats van de vage namen op de borden bij de ingang van de collegezalen in de UB. Als betrokkene bij de tentoonstelling zal mijn hart nu iets sneller kloppen als ik langs de Marie Lokezaal loop, een tekst van Neurdenburg lees, hoor over een nieuwe professor op de Tammes leerstoel, of een anekdote hoor van een oud-student van Bladergroen.
Over de vrouwen aan de RUG is, ondanks recente acties om ze in het licht te zetten, nog weinig algemeen bekend. Met de tentoonstellingen Het Academieportret en Ruimte voor vrouwen streven de UB en het universiteitsmuseum ernaar om studenten en andere bezoekers kennis te laten maken met de pioniers die het pad voor alle huidige vrouwen betrokken bij de Universiteit hebben vrijgemaakt. Het was mij een eer om als student een steentje te mogen bijdragen.
