Weinig bekend over allochtone patient
Waarom kiest de wetenschapswinkel geneesmiddelen ervoor extra aandacht te besteden aan etnische minderheden in de gezondheidszorg? Alhoewel tegenwoordig zo'n 10% van de Nederlandse bevolking bestaat uit mensen die niet in Nederland geboren zijn, is er erg weinig bekend over hun ziektes, ziektebeleving en consumptie van medische zorg, inclusief geneesmiddelengebruik. De cijfers zijn oud, weinig representief door niet uniforme registratie, kleinschaligheid van onderzoek of weinig specifiek[1]. Zo is bijvoorbeeld alleen bekend óf iemand de laatste drie maanden een medicijn voorgeschreven heeft gekregen en is verder niet te achterhalen om welke middelen het precies gaat[1].
Zorg op maat: geneesmiddelenvoorlichting
Nog veel minder is
bekend over de behoeften en ervaringen van deze doelgroepen als het gaat om
gezondheidszorg. Onderzoek hierover ontbreekt of is moeilijk te achterhalen[2].
Slechts twee onderzoeken belichten ervaringen en behoeften van allochtone
patienten: die van Leeflang uit 1991 onder Turken, waarbij het hulpzoekgedrag
centraal stond[3] en die van het Nivel waarbij een meetinstrument ontwikkeld is
waarmee de huisartsenzorg vanuit het perspectief van allochtonen beoordeeld kan
worden[4]. We hebben geen zicht op de behoefte van allochtone patienten over
geneesmiddelenvoorlichting of zorg vanuit een apotheek. Om zorg op maat te
leveren, is het van belang dat we meer te weten komen over wat patienten willen,
dus ook over patienten met een andere taal of culturele achtergrond.
Vragen
vanuit patienten zelf…
Onderzoeksvragen vanuit het perspectief van minderheden
zullen niet snel gesteld worden door een belangengroepering, omdat minderheden
op gebied van gezondheid nauwelijks georganiseerd zijn. Er zijn geen
patientenverenigingen bekend, die zich uitsluitend richten op
minderheidsgroeperingen[2,5]. De meeste patientenverenigingen zijn georganiseerd
naar ziektebeeld (categorale verenigingen) en werken veelal samen in
koepelorganisaties die regionaal dan wel nationaal georganiseerd zijn. De kans
dat specifieke zorgbehoeften van bijvoorbeeld Turkse of Molukse patienten
onderbelicht worden in een categorale vereniging is aanwezig[2]. Daarbij komt
dat veel minderheidsgroeperingen in een achterstandpositie verkeren. Voldoende
redenen dus om als wetenschapswinkel pro-actief aandacht te besteden aan dit
thema.
…en vanuit hulpverleners
In het verleden zijn wel degelijk vragen zijn
gesteld aan de wetenschapswinkel over dit onderwerp, maar deze vragen waren niet
afkomstig van de allochtone patienten zelf. Apothekers, apothekersassistenten en
anderen hadden al vaker aangegegeven dat ook allochtonen recht hebben goede
geneesmiddelenvoorlichting, maar dat dit soms lastig is vanwege taal- en
cultuurverschillen. Zo is de wetenschapswinkel in het verleden benaderd door
verschillende asielzoekercentra om geneesmiddeleninformatie te verbeteren en
geschikt te maken voor vluchtelingen. Dit heeft onder anderen geresulteerd in
een artikel in het pharmaceutisch weekblad om apothekers te wijzen op de
mogelijkheden voor geneesmiddelenvoorlichting aan
vluchtelingen[6].
Literatuurreferenties:
1.Raad voor Volksgezondheid en Zorg.
Interculturalisatie van de gezondheidszorg. Zoetermeer, RVZ: 2000.
2.Haveman, H.B.; Uniken Venema, P. red.
Migranten en gezondheidszorg.
Houten/Diegem, Bohn Stafleu van Loghum: 1996.
3.Leeflang, R.L.I. Hulpzoekgedrag van Turkse migranten en Nederlanders met
gezondheidsklachten. Resultaten van een vooronderzoek. Leiden,
Lidesco/ Wetenschapswinkel: 1991.
4.El Fakiri, F. e.a. Kwaliteit van huisartsenzorg vanuit migrantenperspectief:
ontwikkeling van een meetinstrument. Utrecht, NIVEL: 2000.
5.ZON onderzoek: Participatie van allochtonen in patientenorgainsaties moet
beter. NP/CF Journaal nr 6, 2000 p.12.
6.Schaafsma, E.S.; Wolschrijn, H.; Paes A. Geneesmiddelenvoorlichting aan
vluchtelingen. Een belangrijke taak voor apothekers. PW 1997;132:1840-1844