Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsActueelNieuwsberichten

Onderzoekers RUG ontwikkelen nieuwe vorm voor cultuuronderwijs

Meer aandacht voor zelfinzicht en dwarsverbanden
12 maart 2014

Wat is de relevantie van cultuureducatie op de basisschool en in het voortgezet onderwijs? Aan de steeds weer oplaaiende discussie over die vraag kan een eind komen nu onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) voor het landelijke project Cultuur in de Spiegel een theorie hebben geformuleerd over de functie en de werking van cultuuronderwijs. Een eigen kijk op de werkelijkheid ontwikkelen, dat is volgens hen bij uitstek wat kinderen kunnen leren van vakken als geschiedenis, maatschappijleer, filosofie, godsdienst, de talen, muziek, drama en tekenen. Cultuur in de Spiegel wordt donderdag 20 maart afgesloten met een conferentie in Zwolle waaraan 600 professionals uit het onderwijsveld deelnemen.

Hoe het culturele (zelf)bewustzijn van kinderen en jongeren precies kan worden versterkt, is in de afgelopen vier jaar onder leiding van prof.dr. Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur en Cognitie aan de Faculteit der Letteren van de RUG, bestudeerd binnen het project ‘Cultuur in de Spiegel, naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs’ (CIS). Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met docenten uit het primair en voortgezet onderwijs en SLO, het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling. SLO ontwikkelde in samenwerking met het team van Van Heusden een leerplankader. Het VSBfonds, het ministerie van OCW, het SNS Reaal Fonds en het Fonds voor Cultuurparticipatie financierden het project.

Zelfbeeld

Waarom zou je moeten investeren in goed cultuuronderwijs? ‘Het beeld dat iemand van zichzelf en van anderen heeft, bepaalt hoe hij handelt. De ontwikkeling van een zelfbeeld en een wereldbeeld is dan ook van groot belang om in een open democratische samenleving effectief te kunnen functioneren’, aldus Van Heusden. Op basis van theoretisch en empirisch onderzoek laten Van Heusden en zijn team zien langs welke weg kinderen inzicht krijgen in zichzelf en in anderen. Het beste kunnen docenten van verschillende cultuurvakken samenwerken rond thema’s die aansluiten bij de cognitieve ontwikkelingsfase en de eigen belevingswereld van leerlingen. De nieuwe theorie gaat vergezeld van didactische kaders en voorbeeldlessen (samen het leerplankader) aan de hand waarvan leerkrachten goed cultuuronderwijs gestalte kunnen geven.

‘Kunst’ of ‘cultuur’?

Een belangrijk aspect van het onderzoek was de verheldering van de begrippen ‘kunst’ en ‘cultuur’, vertelt Van Heusden. ‘Veel mensen worstelen met die termen, ook docenten.’ 'Cultuur,’ zo licht hij toe, ‘gaat primair over de vraag hoe we de wereld om ons heen tegemoet treden. Binnen de cultuurvakken wordt dan ook gereflecteerd op wat we denken, wat we doen, wat we maken. Kunst is daar een onderdeel van en heeft als kenmerk: verbeelding van een ervaring. Dit is een vermogen dat iedereen vanaf zijn vierde jaar heeft en kan gebruiken om greep te krijgen op het leven.’

Waanzin

Aan CIS hebben twaalf basisscholen en middelbare scholen in Groningen, Rotterdam, Bourtange en Hoogezand meegedaan. Tekendocent Imka Buurke was namens het Praedinius Gymnasium in Groningen vanaf het eerste begin bij het project betrokken. Op deze school krijgen leerlingen van klas 3 tot en met 6 tegenwoordig samenhangend cultuuronderwijs dat is opgezet rond thema’s als ‘waanzin’ en ‘gevoel-ratio’ en rond tijdvakken als de middeleeuwen. ‘Verrijkend’, noemt Buurke de nieuwe manier van lesgeven die binnenkort ook in de onderbouw wordt geïntroduceerd. ‘Voorheen gaf elke docent zijn eigen vak waardoor zowel leerlingen als docenten geen zicht hadden op interessante dwarsverbanden tussen bijvoorbeeld stromingen in de literatuur en de beeldende kunst. Door samen te werken en af te stemmen is ons cultuuronderwijs op een intellectueel hoger plan gekomen.’

Goed verhaal

Volgens Buurke genieten de cultuurvakken maatschappelijk weinig aanzien.‘Ik moet vaak uitleggen wat het nut is van wat ik doe. De CIS-theorie verschaft mij niet alleen een goed verhaal maar dwingt me ook tot scherpere keuzes wat betreft de lesinhoud. Ik ben er meer van doordrongen geraakt dat ons werk moet bijdragen aan de vorming van het zelfbewustzijn.’ Buurke stelt vast dat leerlingen betere werkstukken maken sinds de brede aanpak met veel aandacht voor reflectie is doorgevoerd.

Ook naar Vlaanderen

Niet eerder werd in Nederland zo’n groot onderzoek gedaan naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. De Vlaamse overheid heeft het CIS-project geadopteerd en gaat scholen in Vlaanderen volgens de nieuwe inzichten laten werken. In Nederland is het systeem anders. Hier zijn scholen vrij er wel of niet hun voordeel mee te doen.

Noot voor de redactie

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:33
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws