Skip to ContentSkip to Navigation
Kapteyn Astronomical InstitutePublieksactiviteiten

Blaauw lezing

Ieder jaar organiseert het Kapteyn Instituut de Blaauw lezing. Dit is een lezing voor een algemeen publiek die verzorgd wordt door een internationaal bekende astronoom. Het niveau is zodanig dat ook de geïnteresseerde leek het kan volgen. Dit jaar wordt de Blaauw lezing gehouden op woensdag 19 oktober in de Aula van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen, aanvang 20:00 uur.

Blaauw lezing 2016: The Cosmological Context of the Milky Way Galaxy

The Milky Way Galaxy is a typical large disc galaxy and can be used as a template for understanding how galaxies form. We can obtain much more detailed information about the stars that make up our Galaxy than we can for more distant galaxies. Stars retain memory of the conditions in which they formed and stars of mass like the Sun live for essentially the age of the Universe. We can thus use old stars nearby to probe the early epochs of galaxy evolution, in a very complementary way to direct observations of galaxies at high redshift. I will discuss how observations of stars in the Milky Way and in its satellite galaxies shed light on fundamental questions such as the nature of the dark matter that dominates how galaxies form and evolve, and the stellar initial mass function at high redshift.

Professor Rosemary F.G. Wyse (The Johns Hopkins University, Baltimore, Maryland, USA) is the 2016 Blaauw Professor. She is a world-leading authority on the formation, evolution, structure, and dynamics of our own Milky Way galaxy and its satellites. Professor Wyse was the first to recognize the galactic thick disk as a consequence of the dynamical evolution of the young Milky Way and has been a leader in the study of dim but dark-matter-dominated dwarf galaxies that orbit our Galaxy. She has authored five major, influential reviews of the Milky Way and nearby galaxies. Professor Wyse is a key member of RAVE, the RAdial Velocity Experiment, one of the first high-precision kinematic surveys of the Milky Way, and is currently co-chair of the team developing the science case for studying the Local Group with the proposed PFS instrument on the Subaru Telescope in Hawai’i. Her research, leadership, and mentorship have led to her being the recipient of the American Astronomical Society’s Division of Dynamical Astronomy’s 2016 Dirk Brouwer Award. She has also won the Annie Jump Cannon award from the American Association of University Women, and she is a Fellow of the Royal Astronomical Society. Professor Wyse received her PhD from Cambridge University in 1983. She has held fellowships at Princeton University, the University of California Berkeley, and the Space Telescope Science Institute; has held an Alfred P. Sloan Foundation Fellowship; has been a visiting Fellow at both Wadham and New Colleges in Oxford; and has been a Distinguished Visitor of the Scottish Universities Physics Alliance and Leverhulme Trust Visiting Professor at the University of Edinburgh. Professor Wyse has been on the faculty at The Johns Hopkins University since 1988.

De Blaauw leerstoel en Blaauw lezing

De Blaauw leerstoel en de Blaauw lezing zijn ingesteld in 1997, als deel van een zestal "visiting professorships" in de Faculty of Science and Engineering (voorheen Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen) op initiatief van Prof. Dr. P.C van der Kruit die toen decaan van de faculteit was. Deze mogelijkheid werd destijds gegeven door het College van Bestuur, maar de financiële steun van zowel CvB en FSE zijn inmiddels opgeheven. De Blaauw leerstoel wordt nu gefinancierd uit de Facultaire toelage aan Prof. Dr. P.C. van der Kruit als vernoemd Jacobus C. Kapteyn hoogleraar. De Blaauw hoogleraar wordt geselecteerd door de wetenschappelijke staf van het Kapteyn Instituut middels een advies aan het bestuur van de FSE, die vervolgens de benoeming doet. De Blaauw hoogleraar brengt een periode van (bij voorkeur) twee maanden door aan het Kapteyn Instituut en heeft daar als taak vooral kontakt te hebben met de studenten, promovendi en postdocs. Criteria voor de selectie zijn eminente onderzoeksprestaties en brede kennis van het vakgebied, resulterend in een prominente internationale status in de astronomie en goede didactische kwaliteiten.

De leerstoel is vernoemd naar Prof. A. Blaauw vanwege zijn wetenschappelijke en organisatorische prestaties en zijn belangrijke rol voor de Groningse, Nederlandse en internationale sterrenkunde.

Blaauw hoogleraren

Michael Feast (South-African Astronomical Observatory and University of Cape Town, Zuid-Afrika, 1999)

Rob Kennicutt (Steward Observatory and University of Arizona, USA, 2001)

Martin Harwitt (Cornell University, USA, 2002)

Ken Freeman (Mount Stromlo Observatory and Australian National University, Australië, 2003)

Joe Silk (Oxford University, Engeland, 2004)

Simon  White (Max-Plack-Institut fur Astrophysic, Duitsland, 2005)

Colin Norman (Space Telescope Science Institute and Johns Hopkins University, USA, 2006)

Donald Lynden-Bell (Cambridge University, Engeland, 2007)

Andrea Ferrara (Scuola Normale Superiore, Pisa, Italië, 2008)

Scott Tremaine (Institute for advanced study in Princeton, USA, 2009)

Ron Ekers (Australia Telescope National Facility, CSIRO, Australië, 2010)

Françoise Combes (Paris Observatory, LERMA, Frankrijk, 2011)

Roger Blandford (Kavli Institute for Particle Astrophysics and Cosmology (KIPAC) at SLAC, Stanford University, 2012)

Daniela Calzetti (University of Massachussets, Amhurst, USA, 2013)

Alex Szalay (Johns Hopkins University in Baltimore, USA, 2014)

Mark Krumholz (University of California, Santa Cruz, USA, 2015)

Professor Adriaan Blaauw

Professor Adriaan Blaauw is geboren in Amsterdam in 1914. Hij studeerde in Leiden en werkte vanaf 1938 in Groningen bij Professor P.J. van Rhijn. In 1945 ging hij terug naar Leiden, maar hij voltooide zijn proefschrift kort daarna hetgeen uitmondde in een promotie bij Professor Van Rhijn aan de RUG in 1946. Zijn proefschrift was getiteld "A study of the Scorpio-Centaurus cluster". Hij werkte in die jaren daarop tweemaal voor langere perioden aan de Yerkes sterrenwacht bij Chicago en nam deel aan de Leidse astronometrie (nauwkeurige positie-metingen van sterren) expedities in Kenya. In 1953 vertrok hij voor een aanstelling als associate professor aan de genoemde Yerkes Observatory en de universiteit van Chicago. In 1957 kwam hij terug naar Groningen om het directeurschap op zich te nemen van het Sterrenkundig Laboratorium "Kapteyn". Dat deed hij voortvarend en hij slaagde erin de enigszins in het slop geraakte Groningse astronomie weer nieuw leven in te blazen en de prominente plaats terug te geven die het onder Kapteyn zelf had gehad.

Professor Blaauw was heel nauw betrokken bij de oprichting van de European Southern Observatory (ESO), dat nu met de grootste optische teleskoop ter wereld op Paranal in Chili een absoluut leidende rol speelt in de sterrenkunde werdelwijd. Van 1970 tot  en met 1975 was hij er Directeur Generaal van. Na afloop van zijn termijn besloot hij naar Leiden te gaan, waar hij tot zijn pensioen in 1981 bleef. In die tijd was hij President van de International Astronomical Union (IAU). Ook leidde hij de definiering van het wetenschappelijke programma voor de uiterst succesvolle astronometrische satelliet Hipparcos. Na zijn pensioen kwam Professor Blaauw terug naar Groningen en was tot zijn overlijden als emeritus hoogleraar verbonden aan het Kapteyn Instituut.

Naast zijn prestigieuze internationale posities is hij gedurende zijn hele carriere onderzoek blijven doen. Zijn professionele vakgebied betreft de studie van de structuur van ons Melkwegstelsel en de vorming van sterren. Zijn belangrijkste bijdragen zijn de verklaring van de oorsprong van sterren die met hoge snelheid bewegen in ons Melkwegstelsel en de beschrijving van stervorming in zogenaamde associaties.

Na zijn emeritaat in 1981 keerde Professor Blaauw terug naar het Kapteyn Instituut in Groningen. In zijn latere jaren schreef hij boeken over de geschiedenis van IAU en ESO, maar ook enkele historische studies over Drentse boerderijen. Ook bleef hij betrokken bij het onderzoek van jonge stergroepen, van "hardlopers" en hun relaties tot pulsars en supernovae, en hield hij een belangrijk aandeel in de wetenschappelijke discussies op het Kapteyn Instituut. Nog in zijn laatste maanden gaf hij vele uitvoerige interviews en voordrachten over de geschiedenis van de Nederlandse en de wereldwijde sterrenkunde. Hij is overleden op 1 December 2010.

Elk jaar wordt de Blaauw-lezing gehouden door een vooraanstaande astronoom.

Laatst gewijzigd:02 februari 2017 09:29
printOok beschikbaar in het: English