Skip to ContentSkip to Navigation
ActueelNieuwsberichten

Analyse prof. Dirk Jan Wolffram: Carrédebat historisch nietszeggend

Het Carrédebat tussen acht lijsttrekkers zondag was historisch nietszeggend. Dat is de conclusie van Prof. Dirk Jan Wolffram, hoogleraar geschiedenis van bestuur en politiek in de moderne tijd.

‘Wilders was er niet - er was wel een PVV-verkiezingsspotje tegen Rutte in een reclameblok. En prompt putten de overige politieke leiders zich uit in genuanceerde standpunten. Natuurlijk was er wel eens een fel momentje, over een gevaarloos onderwerp als de inkomens van ouderen. Maar een belangrijk onderwerp als de zorg (gepresenteerd als ‘een van de grootste politieke pijnpunten’) werd beperkt tot een discussie over het eigen risico, of iets breder: over de vraag op welke wijze burgers bijdragen aan de financiering van de zorg: via het eigen risico, een eigen bijdrage, belastingen. Partijprogramma’s gereduceerd tot het niveau van de aanbieding van telecomproviders: ze bieden allemaal net iets anders waardoor je slecht kan vergelijken, maar uiteindelijk maakt het allemaal bar weinig uit, iedereen betaalt ongeveer hetzelfde. De lijsttrekkers hadden allemaal hun eigen interpretatie van de essentie van de Nederlandse cultuur, met het CDA dat een onversneden conservatief nationalisme tentoonspreidde tegenover GroenLinks en D66 die tolerantie en multiculturaliteit verdedigden, maar de consequenties daarvan voor toekomstig beleid bleven volledig buiten beeld. Meer of minder EU: wat slogans, maar in feite nuanceverschillen. Pechtold en Klaver bepleitten Europese samenwerking met hartstocht, in de veilige wetenschap dat Europese samenwerking geen belangrijk punt zal zijn bij de coalitiebesprekingen na 15 maart. Kortom: goeddeels uitwisselbare standpunten, gepresenteerd als harde politieke keuzes. Alleen Marianne Thieme poogde met ijzeren volharding en zonder enige illusie van mogelijke regeringssamenwerking het programma van haar partij over het voetlicht te krijgen.

Merkwaardig is dat ook de RTL-presentatoren aandrongen op compromissen en elke profilering leken te wantrouwen. Maar de kiezer kan alleen op een partij stemmen, niet op een coalitie. En omdat alle mannelijke partijleiders blijk gaven van hun bereidheid om met de anderen te regeren (Rutte sloot samenwerking met de afwezige PVV nog eens uit) en om compromissen te sluiten, was de kiezer na het debat geen steek wijzer geworden. Geen historische confrontaties, geen game-changer, zelfs geen pakkende one-liner. Te vrezen valt dat dit de toekomst is van politiek in Nederland: er zijn geen politiek-ideologische waarden meer waarmee de grote politieke formaties zich van elkaar kunnen onderscheiden, maar ze zijn nog wel groot genoeg om de populistische tegengeluiden goeddeels te kunnen negeren. Geen debat dus over een politieke elite die de onrust onder een fors deel van het electoraat lijkt te negeren, al deed Rutte aan het eind een obligate handreiking naar de PVV-stemmer, of over hervorming van de parlementaire democratie via referenda. Het was kortom een totaal doorgeregisseerd en ontiegelijk saai debat.’

Prof.dr. Dirk Jan Wolffram, Hoogleraar geschiedenis van bestuur en politiek in de moderne tijd

Laatst gewijzigd:06 maart 2017 08:55

Meer nieuws