Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsActueelNieuwsberichten

Wereldwijd tekort aan landbouwgrond in 2050

28 april 2015
Illustratie: www.juliopastor.com

In de komende decennia komt de wereld voor de uitdaging te staan met beperkte landbouwgrond en een toenemende bevolking voldoende voedsel te produceren. Dat kan alleen als er gebruik wordt gemaakt van intensieve landbouw met kunstmest, concludeert milieuwetenschapper María José Ibarrola Rivas in haar proefschrift. Ibarrola Rivas berekende onder meer dat voor een Westers dieet vier keer zoveel kunstmest nodig is als voor een eenvoudig dieet. Zij promoveert op 1 mei 2015 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wetenschappers proberen regelmatig voorspellingen te doen over de bevolkingsgroei óf het milieu óf de economie. ‘Ik heb die onderzoeken gecombineerd,’ vertelt Ibarrola Rivas. ‘Overigens kijk ik in mijn onderzoek alleen naar de feiten. Het zoeken van oplossingen is een taak van lokale beleidsmakers.’

Ontwikkelingslanden

‘Vooral in armere landen zal de bevolking toenemen, terwijl daar ook de grootste verandering in eetgewoonten plaatsvindt. Daardoor is daar in de toekomst veel meer land nodig om voedsel te produceren. In 2050 woont zo’n 70% van de wereldbevolking in gebieden met een zeer beperkte hoeveelheid landbouwgrond, vooral in ontwikkelingslanden. Alleen als ze daar zeer intensief gebruik gaan maken van kunstmest, zal aan de voedselbehoefte voldaan kunnen worden,’ berekende Ibarrola Rivas. ‘Dat zal grote gevolgen hebben voor het milieu in die regio’s.’

Beschikbaarheid grond

Ibarrola Rivas verdeelde voor haar onderzoek de wereld in diverse regio’s, waarbij ze onderscheid maakt tussen arme regio’s (bijvoorbeeld veel landen in Afrika), gemiddeld welvarende regio’s (zoals China) en rijke regio’s (bijvoorbeeld West-Europa). Eerst keek ze naar de beschikbaarheid van landbouwgrond en water voor de productie van voedsel. ‘De verschillen tussen de regio’s zijn enorm. Op sommige plaatsen is meer dan 5000 vierkante meter landbouwgrond beschikbaar per persoon, op andere plaatsen minder dan 1000.

Handel in Westers voedsel

In 2050 zal zo’n 70% van de wereldbevolking in gebieden wonen waar minder dan 1000 m2 grond per persoon beschikbaar is.’ Omdat landbouwgrond niet te verplaatsen is, verwacht Ibarrola Rivas dat er veel handel in voedsel zal ontstaan vanuit het rijke Westen naar ontwikkelingslanden.

Kunstmestbehoefte

Vervolgens onderzocht Ibarrola Rivas het voedselpatroon in verschillende regio’s. In ontwikkelingslanden wordt vooral een eenvoudig dieet gegeten: granen, peulvruchten en wortels. In Westerse landen bevat het dieet onder andere vlees, zuivel en oliën. Daar tussenin zit het zogenaamde transitiedieet, waarbij beperkt vlees wordt geconsumeerd. Ibarrola Rivas berekende dat voor een Westers dieet vier keer zoveel kunstmest nodig is als voor een eenvoudig dieet.

Verandering in voedingspatroon

Om voorspellingen over de behoefte aan landbouwgrond en kunstmest in 2050 te kunnen doen onderzocht Ibarrola Rivas de verschuiving van voedingspatronen in de wereld. ‘Over het algemeen verschuiven niet-rijke landen richting het Westerse dieet met veel dierlijke producten, maar ze houden heel sterk hun eigen gewoonten. Zo eten Chinezen vooral steeds meer varkensvlees, terwijl in Latijns Amerika juist de consumptie van rundvlees toeneemt en in Noord-Europa en Noord-Amerika steeds meer kip wordt gegeten.’

Die verschillen zijn van belang voor de werkelijk benodigde hoeveelheid landbouwgrond. ‘Bij elke manier van van landbouwen– bijvoorbeeld intensief of biologisch - zie je dat voor de productie van rundvlees en melk veel meer landbouwgrond nodig is dan voor varkensvlees en kip. Ook de uitstoot van broeikasgassen is bij productie van rundvlees en melk veel groter.'

Regionale oplossingen

Het onderzoek van Ibarrola Rivas legt heel duidelijk een toekomstig wereldwijd probleem bloot: ‘Er is geen enkel land waar je zonder kunstmest genoeg voedsel kunt produceren dat past bij het voedingspatroon ter plaatse. Milieukundigen maken zich nu al zorgen over het overmatig gebruik van meststoffen en zoeken manieren om het terug te dringen, terwijl er door de bevolkingsgroei en verandering in voedingspatroon juist steeds meer mest nodig is.’

Een mondiale oplossing is er volgens Ibarrola Rivas niet. ‘Omdat iedere regio zijn eigen voedingspatroon heeft, heeft iedere regio ook zijn eigen uitdagingen. De oplossing moet daarom op regionaal niveau uitgedacht worden.’

Curriculum vitae

María José Ibarrola Ravis (1983) is geboren in Mexico City. Nadat ze daar haar bachelor Physics Engineering had afgerond, voltooide zij in 2010 haar master Energy en Environmental Sciences aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar deed zij vervolgens ook haar promotieonderzoek, bij de onderzoeksgroep Basiseenheid Energie en Milieukunde (IVEM) van het Energy and Sustainability Research Institute Groningen (ESRIG). Het werd gefinancierd door CONACYT, Erasmus Mundus. Promotor is prof.dr. H.C. Moll, copromotor dr.ir. S. Nonhebel.

Meer informatie

Laatst gewijzigd:01 mei 2015 11:05

Meer nieuws