Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsActueelNieuwsberichten

Inhaleren geneesmiddelen kan beter

02 december 2014
Inhalatie medicijnen via Twincer
Inhalatie medicijnen via Twincer

Het inhaleren van geneesmiddelen is belangrijk voor patiënten met bijvoorbeeld astma of taaislijmziekte. Anne Lexmond onderzocht hoe het geneesmiddel en het type inhalator zijn af te stemmen op elkaar en op de patiënt. Haar bevindingen sluiten direct aan bij vragen uit de kliniek. Zij promoveert op 5 december aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Op de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie van UMCG/RUG, waar Anne Lexmond haar onderzoek uitvoerde, is veel ervaring in het ontwikkelen van inhalatoren en inhalatiegeneesmiddelen. Twee modellen die daar ontwikkeld zijn, de Novolizer en de Genuair, worden inmiddels algemeen gebruikt. Een goedkope wegwerpinhalator, de Twincer, is in een vergevorderd stadium van ontwikkeling.

Snel

'Dit onderzoek naar geneesmiddelinhalatoren heeft in vier jaar tijd een klinische vraag uit het UMCG omgezet in een nieuwe test. En dat is heel snel,’ vertelt farmaceutisch technoloog Lexmond. Er was vraag naar een test die kan worden gebruikt in het onderzoek naar nieuwe astmamedicijnen. Daarvoor moet eerst heel gecontroleerd een soort astma-aanval oproepen worden, met adenosine.
'De adenosine wordt via een vernevelaar geïnhaleerd. Maar de concentratie is zo hoog, dat dit de grootte van de ingeademde druppeltjes beïnvloedt. Bovendien duurt het relatief lang om de juiste dosis in de longen te krijgen', legt Lexmond uit.

Hoge doseringen

In plaats van verneveling van opgeloste adenosine gebruikte Lexmond een poederinhalator die lijkt op de Twincer en die speciaal voor dit onderzoek is ontwikkeld. Hiermee was het mogelijk adenosine in hoge doseringen in de longen te krijgen. ‘Het halveerde bovendien de tijd die nodig is om de dosis toe te dienen, wat prettig is voor de patiënt die het onderzoek ondergaat.’

Kinderen

Daarnaast werkte Lexmond ook aan een betere inhalator voor kinderen. ‘Die gebruiken nu nog inhalatoren die zijn ontworpen voor volwassenen.’ Aan welke voorwaarden moet een kinder-inhalator voldoen? ‘Kinderen hebben een kleiner longvolume en ademen minder krachtig en korter in. Voor hen moet de dosis in ongeveer een halve liter lucht zitten, terwijl voor volwassenen volumes tot anderhalve liter gebruikelijk zijn.’

Een goede dosering is ook belangrijk bij het toedienen van antibiotica in de longen van patiëntjes met taaislijmziekte. Ook dat gaat nu via een vernevelingsapparaat, wat veel tijd kost. En het moet twee keer per dag. Een poederinhalator zou sneller en nauwkeuriger zijn. ‘Er loopt inmiddels een onderzoek met taaislijmziekte patiëntjes’, weet Lexmond.

Afstemmen

‘Je moet eigenlijk het geneesmiddel en de inhalator samen afstemmen op de patiënt,’ is de overkoepelende conclusie van Lexmond. Dat gebeurt nog te weinig. ‘Maar er is grote belangstelling voor de manier van werken die we aan de RUG hebben ontwikkeld,’ vertelt de promovenda.

Op basis van haar promotieonderzoek wist zij een exclusieve beurs voor farmaceutisch onderzoek aan King’s College London te krijgen. ‘Er worden er jaarlijks maar twee van toegekend,’ zegt Lexmond, die inmiddels naar Londen verhuisd is. ‘En er zit hier bijvoorbeeld een bedrijf voor farmaceutisch contractonderzoek dat erg geïnteresseerd is in het gebruik van de test die we in Groningen ontwikkeld hebben.’

Vaccinatie

Een poederinhalator is ook te gebruiken voor het toedienen van vaccinaties. ‘Daar is veel belangstelling voor. Je hebt dan geen naalden nodig. Voorwaarde is wel dat de ontwikkeling van het vaccin en de inhalator hand in hand gaan, en dat de inhalator niet veel kost. De Twincer zou heel geschikt zijn.’ De ontwikkeling van een inhalatievaccin was werk van haar collega Wouter Tonnis, die op dezelfde dag als Lexmond promoveert. Zijn onderzoek naar een inhaleerbaar vogelgriepvaccin was twee weken geleden nog in het nieuws.

Meer informatie

- Contact: Anne Lexmond: a.j.lexmond@rug.nl

- Anne Lexmond (1985) studeerde farmacie aan de RUG, waar zij haar promotieonderzoek uitvoerde bij de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie van UMCG/RUG. De titel van haar proefschrift is Technology in practice - The importance of matching purpose, patient, and product in pulmonary aerosol delivery. Haar promotor is prof.dr. Erik Frijlink. Inmiddels werkt zij als postdoc aan het King’s College in Londen.

Laatst gewijzigd:09 december 2014 14:08
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws