Page content
Section menu
Main menu
Associative links
Page content:
Nederlands

Opbouw en structuur



Het bachelor- en masterprogramma Kunsten, Cultuur en Media bestaat uit drie jaar bachelor (180 EC) en een éénjarig masterprogamma van 60 EC. Studenten die een carrière als onderzoeker ambiëren, kunnen in aanmerking komen voor de tweejarige research-master Literatuur- en Cultuurwetenschap van de Letterenfaculteit. 

Het bachelorprogramma Kunsten, Cultuur en Media kent geïntegreerde vakken die voor alle studenten gelijk zijn, vakken in één van de drie afstudeerrichtingen (Analyse en Kritiek, Kunst Beleid en Marketing & Kunsteducatie) en vakken die zijn toegespitst op de kunstdiscipline die de student kiest. Het driejarige programma bestaat uit 120 punten majorprogramma, 30 punten majorgebonden minor en 30 punten vrije ruimte. De majorgebonden minor is bij KCM altijd een kunstdiscipline (Literatuurwetenschap, Theaterwetenschap, Filmwetenschap, Muziekwetenschap of Beeldende Kunst - dit laatste vak wordt voor KCM verzorgd door de opleiding Kunstgeschiedenis).

Het masterprogramma verdeelt de 60 EC over werkgroepen in één van de kunstdisciplines en in één van de contextuele specialisaties: Kunst, Beleid en Marketing,  Analyse en Kritiek of Kunsteducatie. Alle studenten ronden de studie af met een scriptie van minimaal 20 EC, al dan niet gekoppeld aan een stage.


Het bachelor-masterprogramma biedt enkele keuzemomenten voor verbreding en verdieping.

1.

De keuze van uit twee kunstdisciplines in het eerste jaar; te kiezen uit: literatuur , theater , film (cinema & tv) , muziek (klassiek & populair)  of beeldende kunst ;

2.


De keuze uit één van deze twee kunstdisciplines in het tweede en derde jaar; de gekozen kunstdiscipline vormt de majorgebonden minor en geldt ook als afstudeervak. In het masterprogramma komt hier de mogelijke keuze bij voor Kunsten en nieuwe media;


3.


De keuze uit drie contextuele disciplines: Kunst, Beleid en Marleting , Kunsten en Cultuur: Analyse en Kritiek  of Kunsteducatie . De eerste richt zich op de organisatie van het kunstenveld, de tweede behelst een verdere verdieping in de kunsten en de derde richt zich op educatieve functies in de kunstwereld. De drie varianten worden als afstudeerrichtingen doorgezet in het masterprogramma;


4.

Een vrije ruimte van 30 EC die je naar eigen believen kunt invullen, of die je kunt besteden aan een derde kunstvak of een taal.


Daarnaast hecht de opleiding belang aan de mogelijkheid voor studenten om een periode in het buitenland te studeren. Hiervoor is ruimte in het twede semester van het derde jaar van het bachelorprogramma.

 

 

Last modified:June 21, 2010 12:40
Associative links:

Flyer European Languages and Cultures in European perspective

New laws as of 1 September 2012

Academic year 2011-2012