Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Godgeleerdheid en GodsdienstwetenschapNieuwsarchiefnieuws in 2007

Jan, Jan en Bas Blokker

Blokkers

Er waren eens drie Blokkers

UK 25 | 15 maart 2007 | Jaargang 36

Jan Blokker en zijn zoons Jan en Bas schreven een geschiedenisboek over de Bijbel. Omdat het leuk was om te doen, maar ook om lezers terug te winnen voor het best verkochte boek dat zo slecht gelezen wordt. Op woensdag 21 maart komen ze naar de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de RUG voor een openbaar college.

Jan Blaauw

 

Op zondag 23 oktober in het jaar 4004 voor Christus schiep God hemel en aarde. In eerste instantie was het een beetje een dooie boel, want de aarde was donker, winderig en drassig. Totdat God aan het kleien sloeg: uit stof vervaardigde hij de eerste mens en alle planten en dieren. De eerste mens mocht ze allemaal een naam geven en werd daarmee meteen de baas over de andere scheppingen. De mens heette Adam, een naam die volgens de antieke Joodse historicus Flavius Josephus rood betekent in het Hebreeuws. Rood was ook de kleur van de beste soort aarde in de omtrek. Was dat de grond die God gebruikte bij het scheppen?
Aldus begint Er was eens een God, de bijbelse geschiedenis van vader Jan en zoons Jan en Bas Blokker die onlangs verscheen. Het verhaal van de Bijbel wordt vanaf de aftrap versneden met de datumberekeningen van de zeventiende eeuwse aartsbisschop Ussher van Armagh en grepen uit andere bronnen. Zo zal het blijven gaan onderweg van Genesis naar de apocalyptische climax in Openbaringen, het einde van het Nieuwe Testament. Kafka en de arrestatie van zijn nietsvermoedende Jozef K. uit de roman Het proces duiken op wanneer Job wordt overvallen door plagen en ellende. Koning Sauls obsessie met de ambities van zijn latere opvolger David roept de figuur van koning MacBeth van William Shakespeare op. En David doet de Blokkers denken aan een heuse godfather wanneer hij vanaf zijn eigen sterfbed nog een generaal ter dood veroordeelt.
Het is de vertelstijl van twee afgestudeerde historici en een journalist met een levenslange belangstelling voor het verleden. Na het Vooroudergevoel over de vaderlandse geschiedenis is Er was eens een God het tweede boek dat de drie Blokkers samen schreven. Vader Jan deed het Nieuwe, de zoons het Oude Testament. Lastig was het zelden om met familie te werken, verklaren de heren eendrachtig. Integendeel, zegt Blokker senior. “We zijn het over 99 procent eens en staan op dezelfde manier in het leven.”
Op zondagochtenden werd in het ouderlijk huis te Amsterdam overlegd over de grote lijn en door de week gingen geschreven teksten over de mail heen en terug voor commentaar. Maar de hoofdmoot was domweg enthousiasme. “Het vorige boek was erg leuk om te doen en de reacties waren goed”, zegt Jan jr. “We reisden het hele land door en iedereen was blij. Dat wilden we nog wel een keer.”
Ditmaal draait alles om de verhaalkracht van de Bijbel. Met het boek en de personages waren de Blokkers al van kinds af vertrouwd. Geloof of dwang speelden daarbij geen enkele rol. “We lazen het boek zoals je van literatuur geniet”, zegt Blokker senior. “Mijn ouders waren niet kerks, maar ze waren wel remonstrants, heel vrijzinnig.”
De Bijbel stond in huize Blokker in de kast en werd bekend verondersteld. “Er werd veel gelezen en gesproken over literatuur. Als je mee wilde praten, moest je wel lezen.” Geloven was er echter niet bij en dat is ook na voltooiing van een boek over de Bijbel onveranderd. “Nou, ik geloof best dat het morgen regent of zo. Verder niet.”
Ook voor zoons Jan en Bas was de Bijbel even dichtbij als bijvoorbeeld De Drie Musketiers, al hebben ze nooit alle bijbelboeken zo grondig gelezen als voor Er was eens een God. Gelovig zijn zij evenmin. Het schrijven van het boek veranderde dat geen sikkepit. Sterker nog: “Als ik gelovig was geweest, was ik nu wat minder gelovig”, zegt Jan jr. Hij zegt het uit teleurstelling over wat de gelovigen zelf met de literaire rijkdom van de bijbelboeken gedaan hebben. “Ze hadden goud in handen, maar hebben het laten versloffen.”
Evenzeer versloft is de algemene vertrouwdheid met de Bijbel onder Nederlandse jongeren. “Je moet alles uitleggen”, moppert Jan jr. Het klinkt als de klacht van een leraar en dat klopt: hij was 26 jaar docent geschiedenis. Daarnaast ziet hij een soort “schroom” die is ontstaan rondom de Bijbel, die voortkomt uit het geloof dat velen niet hebben. “Ik zeg: koppel geloof en Bijbel los. Niemand twijfelt aan de waarde van Homerus en wel aan die van de Bijbel. Dat is zonde.”
De Blokkers willen met hun boek lezers terugwinnen voor de Bijbel, omdat de verhalen de moeite waard zijn en omdat nogal wat cultuurhistorie anders verloren dreigt te gaan. “Alleen al onze taal is doordesemd met Bijbelse uitdrukkingen en termen”, stelt Er was eens een God. “Er valt iets terug te winnen”, zegt Jan jr. Vader Jan: “We hebben alle drie wel iets van een soort zendelingen als het hierom gaat.”
De Blokkers houden van de menselijke maat in sommige Bijbelverhalen. Bas heeft een zwak voor het verhaal van koning David, “de eerste persoonlijkheid die in de Bijbel breed wordt uitgemeten”. Broer Jan vindt het verhaal van Job prachtig; Job die het slachtoffer werd van een weddenschap tussen God en de Duivel. “Wat ik zo mooi vind, zijn de verschillende emoties die Job duidelijk zichtbaar doorloopt.”
Jan sr. zegt een zwak te hebben voor het karakter van Pontius Pilatus, de Romeinse procurator die de procedure leidde waarin Jezus tot het kruis werd veroordeeld. “Dat was toch een soort Romeinse Seyss-Inquart. Een pechvogel ook die als buitenstaander moest oordelen in een Joodse setting die volkomen vreemd was voor zijn Romeinse logica.”
Maar meestal tonen de bijbelschrijvers de emoties van hun hoofdpersonen niet of nauwelijks. Ze hadden andere plannen, begrijpt Bas. “Zij hadden een opdracht, namelijk een godsdienst vestigen.” Die inspanningen zijn goed te volgen in de vertelling van de Blokkers. En ook de God die er eens was, krijgt ruime aandacht. Voor de ongelovige Blokkers blijft God één van de belangrijkste personages uit de Bijbel. Alhoewel: één personage?
God maakt door de bijbelboeken heen zoveel veranderingen door dat het voor de Blokkers duidelijk is dat regelmatig een nieuw personage is opgevoerd. De God die Mozes toespreekt vanuit een brandende struik, is al een andere dan de God van Adam. En de chagrijnige en wantrouwende God van Jozua die vijanden van zijn volk bij duizenden neerbliksemt, is een andere dan de God van de alomvattende liefde uit het Nieuwe Testament. “Jahweh is de God van de Joden, de God van het uitverkoren volk. Christus maakt er een God voor iedereen van”, zegt Jan jr. Geef hem maar de God uit het Oude Testament. “Die God heeft menselijke trekken en dat maakt hem fascinerend.”
Al met al gaat het de Blokkers meer om de verhalen dan om de waarheid erachter. “We hebben de Bijbel niets aangedaan”, vindt Bas Blokker. “We hebben eruit opgesnoven wat we lekker vonden ruiken.” Al was het wel erg jammer dat niet alles wat lekker rook, paste in krap tweehonderd pagina’s. Het moeilijkst te verteren was het verlies van het verhaal van Sarah en Hagar, zegt Jan Blokker jr. “Zoals bijna alle echtgenotes in de Bijbel blijkt Sarah onvruchtbaar. Ze vindt een slavin, Hagar, bereid om een kind van haar man Abraham ter wereld te brengen. Maar eenmaal zwanger ontstaat er een geweldige jaloezie tussen die vrouwen, waarmee Abraham zich geen raad weet.”
Het is echt één van de mooiste verhalen, vindt Jan Blokker jr. Maar het staat niet in het boek. “Met spijt in het hart hebben we het moeten laten gaan.”

Laatst gewijzigd:01 november 2012 17:26