Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsOpleidingenAndere studiemogelijkhedenCursusinformatie stralingsbeschermingCoördinerend deskundige - opfriscursus

Examenreglement - algemeen

Cursusinformatie stralingsbescherming

De afdeling Arbo, Milieu en Duurzaamheid / Stralingsbeschermingseenheid van de Rijksuniversiteit Groningen organiseert opleidingen stralingsbescherming. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is een erkende instelling als bedoeld in het Besluit Stralingsbescherming (Beschikking nr. 2015/0464-17 Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Staatscourant nr.208, 6 januari 2016).

In dit document wordt het algemene (examen)reglement voor opleidingen stralingsbescherming beschreven. Voor elke specifieke opleiding is daarnaast een specifiek reglement beschikbaar.

Artikel 1. Definities

In dit examenreglement wordt verstaan onder

  1. beroepscommissie: onafhankelijke commissie die de opleidingsverantwoordelijke adviseert inzake beroeps- en klachtenprocedures die betrekking hebben op het examen van de opleiding;
  2. coördinator opleidingen stralingsbescherming: degene die door de RUG is gemandateerd alle opleidingen stralingsbescherming te coördineren;
  3. cursusonderdeel: onderdeel van de opleiding zoals beschreven in het specifieke reglement waarvan voltooiing noodzakelijk is om voor het diploma van de opleiding in aanmerking te komen;
  4. leerdoelen: competenties die op grond van de Uitvoeringsregeling Stralingsbescherming EZ verwacht worden van een persoon die de opleiding succesvol heeft afgerond;
  5. opleiding: opleiding stralingsbescherming die valt onder de erkenning van de RUG;
  6. opleidingsverantwoordelijke: degene die door of namens de RUG is aangewezen voor de borging van de kwaliteit van de opleiding;
  7. secretariaat: cursussecretariaat, zoals dat is ondergebracht bij de afdeling Arbo, Milieu en Duurzaamheid.
Artikel 2. Examencommissie
  1. De examencommissie van een opleiding bestaat uit tenminste twee leden. De leden van de examencommissie beschikken over het diploma stralingsbescherming niveau 3 dan wel coördinerend deskundige of hoger en hebben didactische ervaring, zulks ter beoordeling van de opleidingsverantwoordelijke. De samenstelling van de examencommissie wordt schriftelijk vastgelegd.
  2. De examencommissie verricht de volgende taken:
    1. het tijdig samenstellen van examenopgaven, waarbij een zodanig evenwichtige verdeling van de vragen over de lesstof plaatsvindt dat daarmee het behalen van de leerdoelen getoetst wordt; hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat sommige leerdoelen door een practicum of ander cursusonderdeel behaald worden;
    2. het tijdig gereed (laten) maken van de definitieve examens;
    3. het beveiligen van examens en examenvragen tegen lekken door
      1. het (doen) gebruiken van wachtwoorden voor digitale bestanden,
      2. het (doen) verzegelen van definitieve examens;
    4. het (doen) beoordelen van het examen;
    5. het (doen) verzorgen van een rapportage betreffende de uitslag van het examen ten behoeve van de opleidingsverantwoordelijke.
Artikel 3. Samenstelling beroepscommissie RUG
  1. De beroepscommissie bestaat uit één of meer leden.
  2. De leden van de beroepscommissie beschikken over het diploma stralingsbescherming niveau 3 dan wel coördinerend deskundige of hoger en hebben ten minste drie jaar werkervaring op het gebied van de stralingsbescherming. De samenstelling van de beroepscommissie wordt schriftelijk vastgelegd.
  3. De opleidingsverantwoordelijke en leden van de examencommissie kunnen geen deel uitmaken van de beroepscommissie.
Artikel 4. Frequentie examens
  1. De examencommissie organiseert in principe minimaal tweemaal per jaar een examen.
  2. De datum voor het eerstvolgende examen wordt tenminste twee maanden voorafgaand aan het examen vastgesteld.
Artikel 5. Aanmelding
  1. Uiterlijk 4 weken voor de examendatum ontvangt de kandidaat schriftelijk of per email een uitnodiging tot deelname aan het betreffende examen. Deze uitnodiging wordt verstuurd naar het laatst bekende (email)adres van de kandidaat, en bevat in elk geval
    • datum en tijdstip van het examen;
    • plaats waar het examen wordt afgenomen;
    • bij examens met open vragen: het examennummer van de kandidaat;
    • de opmerking dat de kandidaat tijdens het examen een legitimatiebewijs èn, indien van toepassing, het examennummer moet kunnen overleggen.
  2. Uiterlijk 2 weken voor de examendatum dient de kandidaat zich aangemeld te hebben bij het secretariaat indien hierom is verzocht in de uitnodiging. Indien de kandidaat zich niet tijdig aanmeldt, kan dit tot gevolg hebben dat er geen examen plaatsvindt, of dat de kandidaat niet wordt toegelaten tot het examen.
Artikel 6. Examengeld
  1. Aanmelding voor het examen verplicht de kandidaat tot betaling van het vooraf bekend gemaakte examengeld.
  2. Na aanmelding ontvangt de kandidaat een factuur voor het van toepassing zijnde examengeld.
  3. Het examengeld en eventueel nog verschuldigd cursusgeld dient te zijn voldaan voor de officiële bekendmaking van de uitslag van het examen van de opleiding.
Artikel 7. Samenstelling en duur van het examen
  1. De samenstelling en duur van het examen worden vastgelegd in het specifieke reglement van de opleiding.
Artikel 8. Het examen
  1. Alle examens worden in beginsel in het Nederlands aangeboden, maar kunnen ook in een andere taal worden aangeboden.
  2. Het voorblad van de examenopgaven bevat in elk geval de volgende opmerkingen
    • bij aanvang van het examen dient de kandidaat te controleren of alle – doorlopend genummerde – pagina's van de opgaven aanwezig zijn;
    • de examenopgaven dienen na afloop van het examen door de kandidaat ingeleverd te worden, tenzij dit voor het betreffende examenonderdeel niet relevant is;
    • communicatieapparatuur dient uitgeschakeld en zichtbaar op tafel gelegd te worden.
  3. De cursist ontvangt indien nodig (gewaarmerkt) uitwerk- en/of grafiekpapier.
  4. Het specifiek reglement van de opleiding regelt voorts
    • de beperkingen die tijdens het examen aan de kandidaat worden opgelegd met betrekking tot het raadplegen van cursusmateriaal of het gebruik van rekenmachines e.d.
Artikel 9. Beoordeling van het examen
  1. Het examen wordt door tenminste twee, naar het oordeel van de opleidingscoördinator, gekwalificeerde beoordelaars onafhankelijk van elkaar, beoordeeld.
  2. Indien daartoe aanleiding bestaat, vindt de definitieve beoordeling plaats in een vergadering van de examencommissie.
  3. De definitieve beoordeling wordt door de voorzitter van de examencommissie vastgesteld.
  4. De beoordelingsnorm en cesuur worden vastgelegd in het specifieke reglement van de opleiding.
  5. De opleidingsverantwoordelijke stelt het examenverslag vast.
Artikel 10. Dyslexie, dyscalculie, arbeidshandicap en moedertaal
  1. Kandidaten met dyslexie of dyscalculie komen in aanmerking voor een verlengde examenduur onder de volgende voorwaarden
    1. De kandidaat dient uiterlijk twee weken voor het examen onder overlegging van een kopie van een door een erkend (dyslexie/dyscalculie)deskundige afgegeven verklaring een verzoek in tot verlenging van examenduur bij de opleidingsverantwoordelijke.
    2. De verlenging van de examenduur bedraagt maximaal een half uur voor een examen(onderdeel).
    3. Tijdens het examen dient de kandidaat het besluit van de opleidingsverantwoordelijke aan de surveillant te (kunnen) overleggen.
  2. Voor kandidaten met een arbeidshandicap die het afleggen van het examen bemoeilijkt zal de opleidingsverantwoordelijke een adequate voorziening proberen te treffen. De kandidaat dient zijn handicap dan binnen een week na het verzenden van de uitnodiging voor het examen aan de opleidingsverantwoordelijke kenbaar te maken.
  3. Indien de realisatie van een voorziening als bedoeld in lid 2 niet mogelijk blijkt kan dit geen grond zijn voor een klacht als bedoeld in artikel 17 lid 1.
  4. De opleidingsverantwoordelijke kan in het specifieke reglement van de opleiding een regeling betreffende verlengde examenduur vaststellen voor kandidaten die in een andere dan hun moedertaal examen afleggen. De verlenging van de examenduur bedraagt ten hoogste een half uur.
  5. De op grond van dit artikel toegekende totale verlenging van examenduur bedraagt ten hoogste een half uur per onderdeel van het examen.
Artikel 11. Het practicum
  1. Een practicum kan deel uitmaken van de opleiding.
  2. Het practicum wordt gecoördineerd door een door de opleidingsverantwoordelijke aangewezen practicumcoördinator.
  3. De practicumcoördinator is geregistreerd als coördinerend deskundige. De naam van de practicumcoördinator wordt schriftelijk vastgelegd in het specifieke reglement van de opleiding.
  4. Samenstelling van en beoordelingscriteria voor het practicum worden vastgelegd in het specifieke reglement van de opleiding.
  5. Aanwezigheid bij alle onderdelen van het practicum is verplicht. Hiertoe wordt de kandidaat een aftekenlijst verstrekt.
  6. De kandidaat dient na afloop van het laatste practicumonderdeel de aftekenlijst aan de practicumcoördinator te overhandigen.
  7. De inhoud van de practica wordt beschreven in een practicumhandleiding.
Artikel 12. Beoordeling van het practicum
  1. De beoordeling wordt uitgevoerd door de practicumdocent.
  2. De eindbeoordeling van het practicum is 'onvoldoende', 'voldoende' of 'goed' en wordt vastgesteld door de practicumcoördinator.
  3. Het missen van een onderdeel van het practicum leidt altijd tot het eindoordeel 'onvoldoende'.
  4. Indien de eindbeoordeling 'onvoldoende' is
    1. bepaalt de practicumcoördinator in overleg met de opleidingsverantwoordelijke welk gedeelte van het practicum herhaald moet worden om tot een beoordeling 'voldoende' te komen;
    2. kan de opleidingsverantwoordelijke een practicumgeld vaststellen hetgeen de kandidaat dient te voldoen conform artikel 6.
  5. Het verslag van de practicumbeoordeling wordt vastgesteld door de opleidingsverantwoordelijke.
Artikel 13. Diplomering
  1. De eisen om voor het diploma van de opleiding in aanmerking te komen zijn opgenomen in het specifieke reglement van de opleiding.
  2. De opleidingsverantwoordelijke beoordeelt of doet beoordelen of aan alle eisen voor het diploma van de opleiding is voldaan.
  3. Uitsluitend indien aan alle eisen bedoeld in het tweede lid is voldaan wordt het diploma ondertekend door de opleidingsverantwoordelijke en voorzitter van de examencommissie en aan de kandidaat verstrekt. Indien beide functies in één persoon vertegenwoordigd zijn wordt het diploma eenmaal ondertekend.
  4. Het diploma wordt in beginsel in het Nederlands opgesteld. Op verzoek wordt een diploma in het Engels ter beschikking gesteld. Aan het verstrekken van een diploma in beide talen, dan wel van een kopie diploma kunnen kosten verbonden zijn.
Artikel 14. Geldigheidsduur voltooide cursusonderdelen en studieadvies
  1. De geldigheidsduur van reeds voltooide cursusonderdelen bedraagt maximaal 33 maanden, ingaande op de dag na vaststelling van de definitieve uitslag van de eerst geboden examenmogelijkheid van de opleiding.
  2. De examencommissie kan de kandidaat op grond van examenuitslagen dringend adviseren af te zien van verdere deelname aan herexamens.
Artikel 15. Bewaartermijnen
  1. Examenwerk wordt ten minste één jaar bewaard.
  2. De uitslag van het examen wordt voor een periode van ten minste 50 jaar door het secretariaat geadministreerd.
  3. Een afschrift van het diploma wordt voor een periode van ten minste 50 jaar door het secretariaat bewaard.
Artikel 16. Inzagerecht
  1. De kandidaat kan het examenwerk inzien binnen een termijn van acht weken na bekendmaking van de definitieve uitslag van het examen door zich te wenden tot de opleidingsverantwoordelijke.
  2. Er worden geen afschriften of kopieën van het examenwerk en/of de beoordeling van het examen verstrekt.
Artikel 17. Klachtenregeling
  1. Bij klachten over de inhoud of beoordeling van dan wel over de gang van zaken bij het examen of één van de andere cursusonderdelen, dient de kandidaat binnen een termijn van 30 dagen na bekendmaking van de definitieve uitslag van het examen een met redenen omklede schriftelijke klacht in bij de opleidingsverantwoordelijke.
  2. De opleidingsverantwoordelijke doet zijn beslissing op de klacht binnen 60 dagen na het indienen daarvan aan de kandidaat toekomen.
  3. Indien een kandidaat zich niet kan vinden in de uitkomst van de klachtprocedure zoals in het eerste lid aangegeven, kan deze binnen een termijn van 30 dagen na de uitspraak van de opleidingsverantwoordelijke met redenen omkleed schriftelijk in beroep gaan overeenkomstig artikel 18 lid 2 en verder.
Artikel 18. Beroepsregeling
  1. De kandidaat kan tegen een vastgestelde examenuitslag uitsluitend schriftelijk en met redenen omkleed in beroep gaan binnen een termijn van 30 dagen na bekendmaking van de definitieve uitslag.
  2. Het beroep dient gericht te worden aan de opleidingsverantwoordelijke.
  3. De opleidingsverantwoordelijke verzoekt de beroepscommissie RUG hem te adviseren en doet binnen 60 dagen na het indienen van het beroep uitspraak, waarin het advies van de beroepscommissie zwaar weegt.
  4. Indien de kandidaat zich niet kan vinden in deze uitspraak kan hij binnen een termijn van 30 dagen na de uitspraak schriftelijk en met redenen omkleed in beroep gaan bij de verantwoordelijk ambtenaar van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).
  5. Indien het beroep bedoeld in het vierde lid een medische opleiding betreft, wordt de verantwoordelijk ambtenaar van de ANVS door de opleidingsverantwoordelijke verzocht in zijn oordeel het advies van de verantwoordelijk ambtenaar van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te betrekken.
Artikel 19. Slotbepalingen
  1. Wijziging van dit reglement of van het specifieke reglement dat op een opleiding van toepassing is kan door de opleidingsverantwoordelijke worden vastgesteld.
  2. Tussentijds noodzakelijke wijzigingen werken niet in het nadeel van een kandidaat.
  3. Wijzigingen kunnen voorts niet van invloed zijn op
    1. de geldigheidsduur van reeds voltooide cursusonderdelen;
    2. enige andere beslissing krachtens deze regeling ten aanzien van een kandidaat genomen.
  4. Van de termijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 2 en artikel 5 kan worden afgeweken indien een extra examenmogelijkheid wordt geboden.
  5. Van de bepalingen in artikel 6 lid 2 en 3 kan worden afgeweken indien het om een specifieke doelgroep gaat.
  6. De opleidingsverantwoordelijke kan, onverminderd lid 2 en 3 van dit artikel, besluiten te participeren in een landelijke regeling voor een cursusonderdeel. Hiervoor geldt de volgende aanvullende bepaling
    1. indien de landelijke regeling afwijkt van dit reglement prevaleert de landelijke regeling.
  7. Dit reglement en het specifieke reglement dat op een opleiding van toepassing is wordt aan elke examenkandidaat kenbaar gemaakt door de tekst en/of de verwijzing naar de digitale versie daarvan ter beschikking van de kandidaat te stellen.
  8. In situaties waarin noch wettelijke regelingen noch enig examenreglement van de instelling voorziet besluit de opleidingsverantwoordelijke.
  9. Deze regeling treedt in werking op 3 februari 2016.

Laatst gewijzigd:26 april 2016 09:37
printOok beschikbaar in het: English