Javascript must be enabled for the correct page display

Interviewen

Interviewvragen bedenken

Welke vragen zijn geschikt voor een interview? En welke vragen kun je beter niet stellen? Dat hangt af van het doel van je interview en de persoon die je ervoor uitkiest.

Informatie verzamelen

De eerste stap naar een bruikbare vragenlijst is informatie verzamelen. Afhankelijk van het soort interview, is dat informatie over:

  • de te interviewen persoon:
    eerdere (vooral recente) interviews, andere publicaties over de persoon
  • het gespreksonderwerp:
    publicaties van de te interviewen persoon of anderen, bijvoorbeeld over (recent) onderzoek

Sturing

Vervolgens beslis je in hoeverre je het interview wilt sturen. Die keuze hangt af van het doel van het interview, de omstandigheden, de beschikbare tijd en de persoon van de geïnterviewde. In een ongestuurd interview draag je slechts een aantal gespreksthema's aan. Op die manier krijgt de geïnterviewde alle ruimte om zo veel of zo weinig te zeggen als hij zelf wil. Dit kan de sfeer in positieve zin bevorderen. Kies je voor een meer gestuurde vorm van interviewen, dan heb je een (meer of minder) gedetailleerde vragenlijst nodig. Deze vorm van interviewen is nuttig als je antwoord wilt krijgen op een aantal specifieke vragen of als je maar een beperkte tijd tot je beschikking hebt.

Houding

De houding die je aanneemt, kan van grote invloed zijn op de resultaten van een interview. In de vakliteratuur worden 3 houdingen onderscheiden:

  • Coöperatief: je 'helpt' de geïnterviewde zijn informatie zo goed mogelijk te formuleren. Daarom stel je vooral informerende en verduidelijkende vragen. Deze houding zal je weinig verrassende informatie opleveren.
  • Neutraal: je gedraagt je enigszins afstandelijk, maar niet onwelwillend. Daarom stel je zowel informatieve als kritische vragen. Een neutrale houding staat garant voor het verkrijgen van bruikbare, maar niet sensationele informatie.
  • Kritisch: je probeert de geïnterviewde uit zijn tent te lokken door vooral kritische en confronterende vragen te stellen. Met een kritische houding kun je spannende nieuwe informatie uit de geïnterviewde loskrijgen. Echter, als je te ver gaat kan de geïnterviewde dichtklappen.

Voor het interviewen van een expert is de neutrale houding het meest geschikt. Bij een journalistiek interview hangt de keuze voor een houding af van de persoon die je gaat interviewen en de doelen die je met het interview wilt bereiken.

De vragen

Daarna bedenk je de vragen of aandachtspunten voor het gesprek. Denk na over de volgorde waarin je de vragen stelt en het soort vragen dat je stelt.

Opbouw

De volgorde waarin je de vragen stelt, kan de antwoorden die je krijgt beïnvloeden. Dit geldt zowel voor de rangschikking van de onderwerpen, als voor de rangschikking van de vragen per onderwerp. Door een verkeerde vraag op een verkeerd moment kan de informant gefrustreerd raken of zelfs dichtklappen. Begin daarom makkelijk en eindig moeilijk. Begin bijvoorbeeld met kennisvragen, vraag dan naar opinies en eindig met vragen over gedrag. Andere opties zijn:

  • chronologische structuur: verleden > heden > toekomst;
  • probleemstructuur: probleem > oorzaken > gevolgen > oplossingen;
  • onderzoeksstructuur: probleemstelling > methode > resultaten > conclusies.

Soorten vragen

Open vragen
"Wat vindt u van de resultaten?"
"Kunt u iets vertellen over uw onderzoek?"

Met een open vraag geef je je gesprekspartner de ruimte om te vertellen wat hij belangrijk vindt. Hij kan zijn eigen antwoord formuleren en zelf de richting en inhoud van het gesprek bepalen. Als je open vragen gebruikt, heb je wel kans dat de ander (te) erg uitweidt over het onderwerp.

De waarom-vraag is een speciaal type open vraag waarmee je je gesprekspartner aan kan zetten om zijn gedachten verder te verkennen. Zo'n vraag kan echter bedreigend op je gesprekspartner overkomen - alsof hij ter verantwoording wordt geroepen. Gebruik de waarom-vraag dus met beleid.

Gesloten vragen
"Vindt u dat er nog dit jaar een evaluatie plaats moet vinden van het beheersplan?"

"Vond je dat een mooi boek?"

Met een gesloten vraag kun je specifieke informatie van je gesprekspartner verkrijgen en je kunt nagaan of je de ander goed begrepen hebt. Een gesloten vraag levert een antwoord op als 'ja', 'nee' of een ander enkelvoudig antwoord, zoals 'leuk' of 'goed'. Dat kan prettig zijn, maar:

  • je gesprekspartner kan het gevoel krijgen dat hij beperkt wordt in zijn antwoorden en gefrustreerd raken
  • gesloten vragen kunnen suggestief zijn
  • je gesprekspartner krijgt een passieve rol, voelt zich daardoor misschien minder verantwoordelijk voor het gesprek, geeft steeds kortere antwoorden, en jij moet steeds weer nieuwe vragen bedenken

Tips

  • Stel niet meer dan 1 vraag tegelijk (vermijd meervoudige vragen)
Niet:Wat vindt u van de toepassing van gemodificeerd zetmeel in etenswaren, welke voor- en nadelen ziet u en welke effecten op de langere termijn zal deze toepassing op het menselijk lichaam hebben?
Wel:Opsplitsen, dus:
  1. Wat vindt u van de toepassing van gemodificeerd zetmeel in etenswaren?
  2. Welke voordelen heeft de toepassing van gemodificeerd zetmeel in etenswaren?
  3. etcetera
  • Denk na over het gebruik van suggestieve en neutrale vragen. Wil je neutrale vragen stellen:
    - Gebruik geen evaluatief geladen woorden.
    Niet:Wat vindt u van de opoffering van natuurgebieden ten behoeve van de stadsuitbreiding?
    Wel:Wat vindt u van de herziening van het bestemmingsplan van de ...

    - Geef geen voorbeeldantwoorden.
    - Houd je eigen mening op de achtergrond.
    Niet:Gaat uw onderzoek niet ten koste van het milieu?
    Wel:Wat vindt u van de stelling dat ...?

    - Voorkom vragen waarop sociaal wenselijk geantwoord wordt.
    Niet:Bent u tegen oorlog?
    Wel:Zijn er omstandigheden waaronder u oorlog als onvermijdelijk zou beschouwen?

    Als je kiest voor een meer kritische houding kun je je vragen suggestiever maken door het tegenovergestelde te doen, dus wel evaluatief geladen woorden te gebruiken, je eigen mening te laten blijken en voorbeeldantwoorden te geven.

  • Stel begrijpelijke vragen:
    - Gebruik de actieve vorm.
    Niet:Hoeveel ratten worden gemiddeld door u voor een experiment gebruikt?
    Wel:Hoeveel ratten gebruikt u gemiddeld voor een experiment?
    - Gebruik enkelvoudige zinnen (dus geen bijzinnen).
    Niet:Welke energiebron heeft nu, gezien de verrassende resultaten van uw onderzoek, uw voorkeur, gesteld dat de effecten op de lange termijn van de uitstoot van broeikasgassen inderdaad minder zullen zijn dan verwacht?
    Wel:Welke energiebron heeft nu uw voorkeur?
    - Formuleer je vragen zo concreet mogelijk.
    Niet:Wat vindt u van het onderwijsbeleid van het nieuwe kabinet?
    Wel:Wat vindt u van de plannen van het nieuwe kabinet om kinderen op vierjarige leeftijd te toetsen?
    - Stem je woordkeus af op de informant.


Bronnen

  • Chemiewinkel. (1999). Informatie voor studenten. Groningen: RuG.
  • Donkers, H., & Willems, J. (1998). Journalistiek schrijven voor krant, vakblad en nieuwe media. Bussum: Coutinho.
  • Emans, B. (1989). Interviewen. Theorie, techniek en training. Groningen: Wolters-Noofdhoff.
  • Hulshof, M. (1987). Leren interviewen. Een HBO-methode voor het mondeling verzamelen van informatie. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Kussendrager, N., Lugt, D. van der, & Rogmans, B. (1997). Basisboek Journalistiek. Achtergronden, genres, vaardigheden. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Meulenberg, M. (1990). Van vragen tot verslagen. Handleiding voor interviews. Muiderberg: Dick Coutinho.
  • Pegtel, D.M. (2000). Het afnemen van een interview. Haren: Sectie Plantenecologie, Biologisch Centrum, RuG.
  • Piët, S. (1984). Een vraag en een weet. Gereedschap voor het vraaggesprek. Baarn: Ambo.
  • Swart, J.A.A., & Windt, H.J. van der. (2001). Oriëntatie op biologie en samenleving: vaardigheden. Haren: Sectie Wetenschap en Samenleving, Biologisch Centrum, RuG.

© 2002 | RuG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Last modified:October 26, 2012 14:49