Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningen/Campus FryslânOnderzoek

Dat voorzieningen sluiten komt in principe door schaalvergroting, door de toegenomen mobiliteit

Inge Nummerdor in gesprek met Suzan Christiaanse.

“Ik kom er steeds meer achter dat het verdwijnen van voorzieningen wordt gewijd aan bevolkingskrimp, terwijl die link eigenlijk helemaal niet zo duidelijk aanwezig is”, aldus Suzan. Suzan Christiaanse doet promotieonderzoek naar het verdwijnen van voorzieningen in de context van bevolkingskrimp.

“Voor mijn PhD schrijf ik vier papers, die allen van een andere kant moeten belichten wat oorzaken en gevolgen zijn van de ‘teloorgang’ lokale rurale voorzieningen. Het ziet er naar uit dat dit onderzoek deels het heersende beeld dat heerst zal ontkrachten dat de afname van voorzieningen vooral komt door bevolkingskrimp en een afname van leefbaarheid tot gevolg heeft.

Dat voorzieningen sluiten komt vooral door schaalvergroting en toegenomen mobiliteit. Als ik kijk naar de periode van 2000 tot 2012, dan is de bevolking in Friesland toegenomen met 3%, het bezit van privéauto’s nam toe met 30%. Dat zegt iets over de toegenomen mobiliteit van de Friezen. Mensen hebben dat vaak niet eens door, terwijl het onwijs veel impact heeft. Je gaat gemakkelijker boodschappen doen in een dorpje verderop. Maar als mensen vaak genoeg te horen krijgen dat het verdwijnen van voorzieningen komt door bevolkingskrimp, gaan ze dat geloven.

Overigens hebben supermarkten, net zo goed als huisartsen, een verdienmodel. Als je een bepaalde afzetmarkt hebt, en die afzetmarkt is klein, dan verdien je gewoonweg minder. Logisch gevolg is dat men gaat opschalen. Je ziet dat supermarkten in kleinere dorpen eraan onderdoor gaan, doordat te weinig mensen gebruik maken van de voorziening. Dit is een fenomeen dat al gaande is sinds de jaren ’50. Wim Sonneveld zong immers al over ‘ons dorp’, met de bakker en de slager en alles wat verandert.

Ik maak voor mijn onderzoek gebruik van gegevens van de drie noordelijke provincies, datasets van LISA en bevolkingsaantallen van het CBS. Ik maak verschil tussen aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen. In mijn eerste paper heb ik gekeken naar het zogenaamde ‘service gebied’. Een voorbeeld: op plek X bevindt zich een supermarkt, vanuit welke gebieden daaromheen kan je binnen een afstand van drie kilometer plek X bereiken? Op deze manier zie je ook welke gebieden hierbuiten vallen. Deze analyse maak ik van het jaar 2000 en van 2012, vervolgens overlap ik de kaarten om te zien hoe het is veranderd. In mijn tweede paper wordt de vraag ‘waarom hebben mensen een negatieve reactie bij het verdwijnen van voorzieningen’ onderzocht. Hiervoor heb ik mensen, bij het verdwijnen van een supermarkt in Groningen, geënquêteerd. Momenteel werk ik aan het derde paper, waarin ik ga kijken naar het effect van verlies.

Mijn onderzoek toont aan dat de focus van het beleid op krimpgebieden wat betreft voorzieningen misschien niet altijd de juiste is. Kleine dorpen (in krimp en niet-krimp gebieden) veranderen, daar waar veel vergrijzing is en tegelijkertijd voorzieningen verdwijnen kunnen problemen gaan spelen, of die spelen nu al. Dat voor de meeste mensen bereikbaarheid geen probleem is, betekent niet dat er niet een groep is voor wie het wel een probleem is. Voor die groep moet meer aandacht komen. Nu is er een algemeen beleid wat zich erg focust op de krimpgebieden, maar je moet gewoon kijken naar de kwetsbare groepen.

Veel bezorgdheid over het verdwijnen van voorzieningen, en de negatieve reacties hierop, hebben te maken met de symbolische- en emotionele waarde. Als beleidsmakers zich daar bewust van zijn, kunnen ze misschien ook de focus leggen in het ondersteunen of het sturen van dit soort processen. Er wordt nu bijvoorbeeld ingezet op concentratie in grotere dorpen. Dat kan qua bereikbaarheid een oplossing zijn, maar niet qua pijn van het verliezen van zo’n voorziening. Ik denk dat het belangrijk is om mensen te valideren en te zeggen: ‘jij vind dit erg en dat mag, jouw pijn mag er zijn’.

De manier waarop je omgaat met mensen en naar ze luistert, hangt af van of je ze begrijpt en of je doorhebt wat er achter zit. Ik weet niet of er een oplossing is, het is volgens mij een proces van rouwverwerking dat ook gewoon tijd nodig heeft, maar als burger wil je je gehoord voelen.”

Laatst gewijzigd:10 mei 2017 08:48