Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningen/Campus FryslânOnderzoek

“Praat vooral Fries, ook al spreek je het niet vlekkeloos”

In gesprek met Nika Stefan

Het Fries heeft een standaardtaal en een spreektaal. De standaardtaal is terug te vinden in de woordenboeken en grammatica’s. De spreektaal wordt op straat gesproken en wordt beïnvloed door het Nederlands. Promovenda Nika Stefan (28) onderzoekt het taalbehoud en taalverlies in het Fries. “Ik vind het vooral interessant dat er zoveel diversiteit is in de Friese taal, dus de hoeveelheid aan dialectische variatie binnen het Fries”, aldus Stefan.

Spreektaal totaal anders dan standaardtaal
In het Fries zijn er over het algemeen drie hoofddialecten: het Klei- en Woudfries en het Zuidwesthoeks. Alle dialecten zijn beïnvloed door het Nederlands. “In het Fries heb je Standaardfries en de spreektaal. De spreektaal is totaal anders dan de standaardtaal”, zegt Stefan. In de standaardtaal is niet veel ruimte voor dialecten en is geen ruimte voor Nederlandse leenwoorden (interferenties). “Neem bijvoorbeeld het woord ‘iedereen’ in het Nederlands. In de Friese standaardtaal is dat ‘elkenien’. In de spreektaal is dat ‘iederien’, een leenwoord uit het Nederlands dus.”

Het promotieonderzoek
Nika Stefan analyseert de komende vier jaar de Friese spreektaal en de invloed van het Nederlands daarop, de dialectische verschillen en mogelijke taalveranderingen. Ze verdiept zich niet alleen in de taal. Ook de achtergrond, het gedrag, de attitude, de sociale aspecten en de zelfgerapporteerde taalbeheersing van de respondenten zijn onderwerp van studie. Het promotieonderzoek maakt onderdeel uit van de vierde taalsurvey die de Fryske Akademy in 2014 uitvoert. De resultaten hiervan worden vergeleken met de uitkomsten van de drie eerder uitgevoerde sociologische surveys (een longitudinaal onderzoek).

Belang voor Fryslân
Met haar onderzoek probeert Stefan een algemeen beeld van de Friese spreektaal te creëren. Het onderzoek is van belang voor het Friese taalbeleid van de provincie en het onderwijs. Voor de provincie is het gemakkelijker om beleid aan te passen met dit onderzoek als achtergrond en in het onderwijs kan het onderzoek als achtergrondinformatie dienen. Stefan hoopt ook iets te bewerkstelligen voor de inwoners van Friesland. “Je hoort vaak dat mensen geen Fries spreken, omdat ze bang zijn om fouten te maken. Dat je Nederlandse leenwoorden gebruikt, hoeft niet te betekenen dat je slecht Fries spreekt. Praat vooral Fries, ook al spreek je het niet vlekkeloos”, stelt ze. Met haar onderzoek tracht ze de kloof tussen de spreek- en standaardtaal te verminderen.

Nika Stefan is geboren en getogen in de Poolse stad Wrocław. Ze studeerde Nederlands aan de Universiteit van Wrocław en nam deel aan een Erasmus uitwisselingprogramma aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar volgde ze ook de cursus ‘Fries voor niet-Friestaligen’. De stad Groningen en de Friese taal bevielen haar zo goed dat ze besloot een bachelor Fries te volgen aan de Groningse universiteit. In haar promotieonderzoek naar het taalbehoud en taalverlies in het Fries kan ze haar fascinatie voor de Friese en de Nederlandse taal kwijt. Stefan doet haar onderzoek onder de vlag van GSCF en is verbonden aan de Fryske Akademy en de Universiteit van Amsterdam.

Laatst gewijzigd:10 mei 2017 10:19