Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân
Header image Friesestraatweg

Succesvol leiderschap begint al in de jeugd

Datum:24 mei 2016
Auteur:Dr. Gjalt de Jong
Succesvol leiderschap begint al in de jeugd
Succesvol leiderschap begint al in de jeugd

Slechts weinig mensen geven inzicht in hun eigen achtergrond en normen en waarden. Het is een taboe. Maar toch ligt daar het fundament voor succesvol leiderschap. Je kunt er niet om heen, hoe graag je dat ook zou willen.

Wetenschappers worden vaak gezien als rationele machines. Niets is minder waar. Wetenschappers zijn ‘net mensen’: hun sociale achtergrond, opleiding en ervaring bepalen hoe zij later strategisch handelen. Neem het volgende voorbeeld. Oliver Williamson is een Amerikaanse hoogleraar, nobelprijswinnaar en de grondlegger van de economische benadering van organisaties. Williamson is opgegroeid en opgeleid in de Verenigde Staten – een land waar hyperconcurrentie, opportunisme en egocentrisme de boventoon voeren. Dat verklaart naar mijn mening - zeker in een land waar de dreiging van rechtszaken aan de orde van de dag zijn - waarom hij in zijn wetenschappelijke werk zo gefocust is op risico’s en risicobeheersing.

Wetenschappers als Williamson, die zijn opgegroeid in een omgeving met weinig vertrouwen en weinig sociale cohesie, ontwikkelen een vakgebied dat in het verlengde hiervan ligt. Dat is de reden waarom Williamson met het begrip ‘vertrouwen’ in zijn werk niet uit de voeten kan. Het verklaart ook waarom wetenschappers uit bijvoorbeeld Scandinavische landen zich juist richten op langdurige, op vertrouwen gebaseerde samenwerking. Deze Scandinavische landen staan wat betreft nationale cohesie en vertrouwen aan de andere kant van het spectrum. Dat vormt deze onderzoekers.

Kortom: het is dus onmiskenbaar dat omstandigheden in de (vroege) jeugd mede vormend zijn voor het gedrag op latere leeftijd. Dit wordt zelden onderkend, ook omdat dit een zekere kwetsbare opstelling vereist, iets wat in de huidige competitieve wereld als zwaktebod wordt gezien.

In mijn geval is mijn jeugd in een klein Fries dorp mede bepalend geweest voor mijn keuze voor duurzaamheid. Friese dorpen kenden een grote mate van structuur en bovendien een eigen taal en cultuur die op allerlei manieren werden gekoesterd. Armoede was echter in deze dorpen niet uitzonderlijk. Deze ging gepaard met alle bijbehorende kenmerken zoals moedeloosheid en apathisch gedrag. Dit leidde – zeker voor de kinderen in deze gezinnen – tot schrijnende situaties. Armoede nu heeft een ander gezicht en de mate van armoede verschilt sterk per land en regio. Maar de schaduwzijden van armoede zijn in grote lijnen van alle tijden en van alle landen.

De vraag is hoe armoede op een duurzame manier bestreden kan worden. Tijdelijke maatregelen zoals het geven van overheidssubsidies en het bieden van grote sociale vangnetten hebben geen of een averechts effect gesorteerd. Gedurende de afgelopen decennia heeft een onwaarschijnlijk groot aantal mensen in schrijnende armoede geleefd. Internationale hulp- en adviesorganisaties, overheden en wetenschappers zijn niet in staat geweest beleid te formuleren en uit te voeren waardoor landen konden groeien en waarmee armoede kon worden gekeerd.

Naar mijn mening hebben de strategische keuzes die bedrijven maken een doorslaggevende invloed op het effectief voorkomen en bestrijden van armoede. Duurzame bedrijven hebben oog voor hun werknemers en zorg voor het milieu. Duurzame ondernemers moeten daarom alle ruimte krijgen en in volle vaart vooruit. En dat gaan we dus doen in het Centre for Sustainable Entrepreneurship van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân in Leeuwarden.