Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsWerken bij de RUGDaarom werk je bij de RUGTestimonialsJong talent vertelt

Fanny Janssen: demograaf en epidemioloog

Op een zonnige dag bezoeken we demograaf Fanny Janssen op de Zernike Campus. Ze is druk in gesprek met één van haar nieuwe PhD studenten die net is aangekomen uit Barcelona. Ook hij zal meewerken aan het vijfjarige Europese onderzoek van Janssen, waarvoor ze onlangs een prestigieuze VIDI-beurs van 800.000 euro ontving.

Fanny Janssen
Fanny Janssen

Het verhaal achter de cijfers

Dat de Limburgse Fanny Janssen demograaf in Groningen zou worden, had ze niet verwacht. ‘Ik was geïnteresseerd in de combinatie mens en techniek. Ik heb een wiskundeknobbel, maar ik wilde niet alleen rekenwerk doen. Ik was geïnteresseerd in het verhaal achter de cijfers. Dus oriënteerde ik me op bouwkunde en technische planologie. Min of meer toevallig kwam ik in Groningen iemand van demografie tegen, wat een bovenbouwstudie is van sociale geografie. En toen wist ik het.’

Na haar Bachelor in sociale geografie deed Janssen de bovenbouwstudie (nu Master) in demografie. Daarna ging ze naar Rotterdam voor haar PhD-onderzoek in de medische demografie. Daar verwierf ze ook een Mastertitel in de epidemiologie. ‘Onderzoek doen heb ik altijd heel leuk gevonden, ook in andere onderwerpen. Zo heb ik mij tijdens mijn geografie-studie ook op ontwikkelingslanden gericht en deed ik voor mijn afstudeerscriptie voor demografie onder meer onderzoek naar de groei van kinderen in India. Daarna kwam het onderwerp sterfte op oude leeftijd op mijn pad.

Sterfte op oude leeftijd

‘De demografie-opleiding in Groningen is de enige opleiding demografie in Nederland, en met het kleine groepje studenten waren we schaars en interessant goed. Ik werd op een dag dan ook gebeld dat er iemand langskwam uit Rotterdam die een sollicitatiegesprek met me wilde voeren.’ Voor haar PhD-onderzoek bestudeerde Janssen sterftetrends op oude leeftijd in zeven Europese landen. ‘Al snel bleek toen dat de massale toename van roken - eerst voor mannen, later voor vrouwen - tot een belangrijke en langdurige toename in de sterfte heeft geleid. Dit werd – meer recentelijk – gevolgd door een sterftedaling door toedoen van de daling in het percentage rokers. De vraag is dan hoe je daar iets mee kunt in de voorspelling van sterfteaantallen en de levensverwachting.’

Het VIDI-onderzoek: ‘Smoking, alcohol and obesity – ingredients for improved and robust mortality projections’

‘Mijn onderzoek houdt in dat je bekijkt welke invloed ontwikkelingen in roken, in overmatig alcoholgebruik en in het voorkomen van obesitas hebben op de ontwikkelingen in de sterfte en daarmee op de voorspelling van de levensverwachting. Bij de voorspelling van de levensverwachting werd voorheen vaak alleen naar de algemene historische sterftetrend gekeken, maar het maakt enorm veel uit of je de invloeden van deze leefstijlfactoren - vaak met een andere ontwikkeling dan de algemene trend - wel of niet meeneemt. Neem je bijvoorbeeld in de voorspelling niet mee dat mensen de laatste decennia steeds minder zijn gaan roken, dan kom je tot andere en minder nauwkeurige resultaten. Ik ga voor Europa uitzoeken welke invloed bepaalde zogeheten leefstijlepidemieën hebben op demografische voorspellingen. In Oost-Europa wordt bijvoorbeeld meer dan 25% van de sterfte veroorzaakt door alcohol. Obesitas kan gezien worden als het nieuwe roken. Voor de Verenigde Staten is het effect van de obesitas-epidemie op de sterftetrends al heel duidelijk.’

Sigaretten en bitterballen

Lachend vertelt Janssen dat iemand laatst verontschuldigend een sigaret opstak in haar bijzijn, omdat diegene wist dat Janssen de effecten daarvan bestudeert. ‘Ik zeg dan altijd dat mijn studie alleen kijkt op populatieniveau, dus welk effect het heeft op de algemene sterfteontwikkeling in een land. Ik vind het niet mijn taak om te zeggen hoe slecht sigaretten of bitterballen voor het individu zijn, al heb ik daar natuurlijk gaandeweg wel wat epidemiologische en medische kennis over opgedaan. Maar stiekem vind ik het wel interessant om tijdens mijn colleges te kijken hoe studenten reageren als ik ze over de invloed van roken op de gezondheid vertel.’

Master Population Studies

De VIDI-beurs geeft haar meer tijd om onderzoek te doen, maar ook over haar onderwijstaken is Janssen erg enthousiast. Zo is ze met hart en ziel coördinator van de Master Population Studies. ‘Het is een steengoede opleiding, met een sterke internationale en interdisciplinaire focus. Met 10-15 studenten uit verschillende werelddelen en van verschillende disciplines is het een kleinschalige opleiding waar veel ruimte is voor discussie. We focussen op de studie van individueel demografisch gedrag (zoals relatievorming, verhuizen, gezond oud worden) binnen de context, en de analytische en wetenschappelijke vaardigheden die nodig zijn om dit goed te doen. Iedereen die de opleiding doet is super enthousiast.’

Internationale samenwerking

Niet alleen in de Masteropleiding stuurt ze een internationale groep van studenten en docenten aan, ook haar beide VIDI PhD-studenten komen uit het buitenland. Bovendien werkt ze samen met nationale en internationale sterfte-experts. Bijvoorbeeld bij de vraag in hoeverre de leeftijd waarop mensen overlijden opschuift naar achter. ‘Over het algemeen werd bij het voorspellen van de sterftetrends aangenomen dat de leeftijdsverdeling van overlijden vrij constant blijft. Wij onderzoeken nu in hoeverre daar verschuivingen in zitten, zoals een mogelijk uitstel. Dat laatste wordt nu nog niet goed meegenomen, wat tot een onderschatting van het aantal honderdplussers leidt. Ook dat is een belangrijk onderdeel van mijn onderzoek, waarbij we dus input krijgen van de landelijke experts van de betrokken landen. ‘

Aansluiten bij maatschappelijk debat

Janssen is niet dagelijks met haar eigen gezondheid of die van anderen bezig als gevolg van haar onderzoek, ‘maar als ik om me heen de grote aantallen niet gezonde mensen zie, realiseer ik me wel hoe relevant het is om dit onderzoek te doen. Ik ben ook heel blij dat het Centraal Bureau voor de Statistiek in ieder geval gebruik maakt van mijn idee om de rookepidemie mee te nemen in de voorspellingen en niet meer alleen te kijken naar de algemene trends. Ze hebben hun methode op dit punt aangepast. Ik word ook regelmatig uitgenodigd bij verzekeringsmaatschappijen en beleidsmakers om mijn verhaal te vertellen. Dan merk je dat je onderzoek doet dat echt aansluit bij het maatschappelijk debat.’

Meer informatie

Over de Master Population Studies

Laatst gewijzigd:18 augustus 2015 11:09
printOok beschikbaar in het: English