Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsWerken bij de RUGDaarom werk je bij de RUGTestimonialsJong talent vertelt

Diederik Roest: theoretisch fysicus en kosmoloog

De werkkamer van Diederik Roest ademt de sfeer uit die je misschien al verwacht bij een natuurkundige: gevulde boekenkasten, aankondigingen van seminars en veel ingewikkeld ogende berekeningen op het whiteboard. Op de gang naast veel formules ook foto’s van uitjes met collega’s en ansichtkaarten uit alle windstreken. Het is duidelijk dat de wetenschappers hier niet in eenzaamheid hun onderzoek verrichten.

Diederik Roest
Diederik Roest

Veel praten

Dat is ook een van de eerste dingen die Roest vertelt over zijn werk. ‘Hier wordt heel veel gepraat. De berekeningen op de borden wekken misschien de indruk dat we veel aan het rekenen zijn, maar in werkelijkheid zijn we heel veel aan het praten en brainstormen. De cultuur van onderzoek doen is heel erg op interactie gericht. Want eerst moet je al pratend tot begrip komen en daarna pas toets je die theorie met formules. Dat heb ik ook te danken aan mijn promotor, die mij leerde hoe belangrijk het is om eerst tijd te besteden aan denken en praten over het probleem en pas daarna te gaan rekenen. Wij hadden daarbij een hele sociale groep promovendi waar een fijne sfeer heerste. Ook nu is het heel prettig werken met werken met veel jonge, gemotiveerde mensen.’

Niet alleen natuurkunde

‘Wat ook heel bijzonder is aan mijn vakgebied, is dat zoveel disciplines samenwerken. Ik brainstorm regelmatig met sterrenkundigen, wiskundigen en natuurkundigen tegelijk. Iedereen kan vanuit zijn eigen vakgebied bijdragen en dat is heel bijzonder. Grappig genoeg was ik vroeger zelf vooral geïnteresseerd in wiskunde en scheikunde. Pas later raakte ik toch het meest gefascineerd door de natuurkunde.’

Mini-elastiekjes

Op de vraag waar het onderzoek van Roest zich vooral op richt, antwoordt hij dat hij feitelijk de snaartheorie toetst aan het heelal. De snaartheorie gaat ervan uit dat de kleine elementaire deeltjes van het heelal snaartjes zijn, een soort mini-elastiekjes. Hiermee kan onder andere kwantumzwaartekracht worden beschreven, iets waar Einsteins relativiteitstheorie niet helemaal in slaagt. ‘Aan de hand van de snaartheorie proberen we uit te vinden hoe de natuur op hele kleine schaal werkt. Het heelal is namelijk klein genoeg geweest om dit te kunnen toetsen. Als de snaartheorie klopt, dan speelde die een belangrijke rol in het begin van het ontstaan van ons heelal. En dat moeten we nu nog kunnen zien.’

Spannende tijd

‘De komende jaren worden vooral heel spannend omdat dan de resultaten bekend worden van twee experimenten (Planck en BICEP2), die nu lopen en die metingen doen naar de inflatie van het heelal. Die inflatie kun je vergelijken met het opblazen van een ballon, waarbij het om het eerste moeilijkst op te blazen stukje gaat. Die fase noemen we inflatie. Beide experimenten beweren verschillende dingen en uiteraard roept dit veel discussie op over de waarnemingen en over wie gelijk heeft. Het BICEP2-experiment zegt bijvoorbeeld dat het zwaartekrachtgolven van vlak na de oerknal heeft gemeten, maar veel wetenschappers vragen zich af of dat wel helemaal klopt. We gaan dus in de komende jaren heel veel leren over het heelal en daar verheug ik me erg op.’

Deeltjesversnellers

Ook in het Zwitserse instituut voor deeltjesfysica CERN wordt onderzoek gedaan naar waar materie uit bestaat, naar hoe de natuur op hele kleine schaal werkt. ‘Daarvoor moet je deeltjes met grote snelheid op elkaar laten botsen. Hoe hoger de snelheden, hoe groter de versneller moet zijn. Ik was onder de indruk van de enorme omvang van de CERN-versneller. Ik was daar voor kennisuitwisseling en niet om te “sleutelen”, maar ik heb wel rondleidingen gehad door de versneller. De tunnel ligt 100 meter onder de grond en heeft een lengte van 27 kilometer. Dat is ongelofelijk om te zien. Er wordt overigens al nagedacht over een nog grotere versneller. Maar voordat die er is zullen er decennia verstrijken. De bouw van zoiets is ook een politieke kwestie en dan wordt de vraag gesteld of de wetenschap wel voldoende gebaat is bij zo’n versneller. Staan de opbrengsten wel in verhouding tot de kosten? Het fundamentele onderzoek waar wij ons mee bezig houden heeft het steeds moeilijker. Er zijn wel zeer waardevolle spin-offs van fundamenteel onderzoek, maar die zijn er natuurlijk pas achteraf.’

Jonge Akademie

Diederik Roest is onlangs door de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) benoemd tot lid van De Jonge Akademie, een zelfstandig platform van jonge topwetenschappers. Jaarlijks kiest de KNAW tien talentvolle onderzoekers uit om toe te treden en verschillende activiteiten te organiseren op het gebied van wetenschap, wetenschapsbeleid en maatschappij. Roest doet dit met veel plezier: ‘Je werkt samen met jonge, gemotiveerde wetenschappers en je hebt het over alles rondom de wetenschap, buiten je eigen vakgebied. De politiek vraagt ons vaak om advies en dat advies wordt ook zeer gewaardeerd.’

Niet voor te stellen

Voor leken is het moeilijk zich een voorstelling te maken van ons heelal en onze aarde die volledig uit trillende deeltjes bestaan. Waarbij de kwantumfysica ook nog eens stelt dat je nooit iets zeker kunt weten en alleen maar waarschijnlijkheden kunt meten. ‘Dat is voor kwantumfysici ook moeilijk’, zegt Diederik. ‘Ook ik kan me daar intuïtief geen voorstelling bij maken. Maar in dit werk leer je wel je alledaagse verwachtingen los te laten. Je leert aannames te maken en daarna ga je met die kwantumtheorie rekenen. Als dan blijkt dat de aanname klopt, wil dat nog niet zeggen dat je je er intuïtief een voorstelling van kunt maken.’

Sterren kijken

Op de vraag of Roest ook aan zijn werk denkt als hij ’s avonds naar de sterren kijkt, antwoordt hij: ‘Ja, toch wel. Je bent dan net als in je werk met heel fundamentele dingen bezig. Je vraagt je af waarom wij de enigen zouden zijn die in dit immense heelal wonen. Waarom zouden er geen andere planeten zijn die ook bewoond zijn?’

Gewone werkdag

Van de sterren terug op aarde: hoe ziet een “gewone” werkdag eruit voor Diederik Roest? ‘Net zoals veel van mijn collega’s begin ik de dag met het lezen van nieuwe artikelen die zijn gepubliceerd door vakgenoten wereldwijd. Deze worden op een soort intranet gepubliceerd en elke ochtend kijk ik of er iets interessants tussen zit. Daarna geef ik ’s ochtends vaak twee uur college. En de middagen zijn vooral gevuld met begeleiding, discussies met masterstudenten en promovendi. Wanneer ik dan mijn eigen onderzoek doe? Tja, toch vaak ’s avonds.’

Meer informatie

Laatst gewijzigd:15 september 2015 15:57
printOok beschikbaar in het: English