Geschiedenis en locatie
Het Instituut is in 1904 opgericht. Het voornaamste doel was toen het bestuderen van de door Paus Leo XIII opengestelde Vaticaanse archieven. Die betekenden een ongeëvenaarde bron van informatie over de culturele, politieke en religieuze geschiedenis van Nederland in internationaal verband. Al snel verbreedde het Instituut het werkveld naar andere wetenschapsgebieden, in het bijzonder kunstgeschiedenis, oudheidkunde en archeologie. Na de Tweede Wereldoorlog speelde het KNIR een belangrijke rol in het bestendigen van de wetenschappelijke en culturele banden tussen Nederland en Italië, onder andere door deelname in de Unione Internazionale degli Istituti di Storia, Storia dell’Arte e Archeologia a Roma. Vanaf begin jaren negentig richt het Instituut zich primair op de academische wereld. Bij zijn honderdste verjaardag in 2004 kreeg het Nederlands Instituut in Rome het predicaat ‘Koninklijk’ toegekend en veranderde het NIR in KNIR.

Sinds 1933 heeft het Instituut een eigen gebouw, ontworpen door de Italiaanse ingenieur Gino Cipriani en de Haagse architect Jan Stuyt, met een ruime tuin in de Valle Giulia; een gebied dat tijdens het fascistische regime bestemd werd voor verschillende internationale instituten. De Belgische, Egyptische en Roemeense Academie, het Deens, Japans en Oostenrijks Instituut, de British School en twee van de belangrijkste musea van de stad, het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia en de Galleria Nazionale d’Arte Moderna zijn op loopafstand van het KNIR.
De geschiedenis van de eerste honderd jaar van het Instituut wordt in detail beschreven in Hans Cools en Hans de Valk, Institutum Neerlandicum MCMIV-MMIV (Hilversum: Verloren, 2004).
De recente geschiedenis van de Valle Giulia wordt uitvoerig beschreven in het boek Rome in the World – The World in Rome, geschreven door de Nijmeegse hoogleraar Peter Rietbergen in opdracht van het KNIR ter gelegenheid van de viering van honderdvijftig jaar Italiaanse eenheid.
