Skip to ContentSkip to Navigation
Expertisecentrum HealthwiseOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Expertisecentrum Healthwise

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Expertisecentrum HealthwiseOnderzoek

Promotieonderzoeken

Een overzicht van onze laatste promotietrajecten

Lopend

2016

2015

2013

2010

Promotion tracks

Elena Agachi
How effective are health programs?
Status: In uitvoering

Tegenwoordig beginnen steeds meer organisaties in de gezonheid mobiele software-apps te implementeren die preventief gezondheidsgedrag bevorderen, gericht op het verbeteren van de levensstijl van hun deelnemers. Het doel van dit onderzoek is om de effectiviteit van een gezondheidsprogramma app te beoordelen door de impact te analyseren van de betrokkenheid van het gezonheidsprogramma bij de zorgconsumptie van de deelnemers. Dit project is een samenwerking tussen de Universiteit van Groningen en het verzekeringskantoor Menzis.


Willem de Boer
De economische relatie tussen sport en gezondheid
Status: In uitvoering

Er bestaat veel onderzoek naar de relatie tussen lichaamsbeweging en gezondheid. Daarentegen is veel minder bekend over de relatie tussen sport en gezondheid, omdat sport vaak wordt gezien als een specifieke vorm van oefening of fysieke activiteit. Sport heeft echter verschillende aanvullende kenmerken, zoals concurrentie en de sociale context van sportclubs. Onlangs is er een verschuiving in veel Europese landen te zien waar sport als middel wordt gebruikt om gezondheids- en sociale effecten te genereren. Het doel van deze studie is om de (economische) relatie tussen sport, in tegenstelling tot bewegen in het algemeen, en gezondheid te onderzoeken. ik zal onderzoek doen naar de oorzakelijke effecten op gezondheidsindicatoren en de uitgaven van de gezondheidszorg aan sport en ik zal onderzoek doen naar verschillen met lichaamsbeweging door verschillende bestaande kwantitatieve gegevensbronnen te gebruiken en te combineren.


Edin Smailhodzic
Transformative effects of social media: How patients’ use of social media affects roles and relationships in healthcare
Status: Verdeding op 18 oktober 2018

Social media zijn begonnen met het veranderen van de manier waarop veel industrieën werken. Er is echter een gebrek aan inzicht in deze veranderingen, vooral in de context van de gezondheidszorg, die bekend staat om zijn hoge informatie-asymmetrie tussen zorgverleners en patiënten, en gezaghebbende relaties. De hoge verspreiding van sociale media in de gezondheidszorg stelt patiënten echter in staat gemakkelijk met elkaar te communiceren en informatie- en emotionele steun uit te wisselen. Het blijft echter onduidelijk hoe sociale media door patiënten worden gebruikt, hoe dit hun gedrag, hun identiteit en hun relatie met zorgverleners beïnvloedt. We voeren een literatuuronderzoek en vier empirische studies uit. Eerst voeren we een systematisch literatuuronderzoek uit naar het gebruik van sociale media door patiënten en de effecten van dergelijk gebruik. Ten tweede onderzoeken we het gebruik van verschillende sociale media door de patiënten en stellen we een taxonomie voor van interacties die mogelijk worden gemaakt door sociale media in de gezondheidszorg. Ten derde onderzoeken we hoe het gebruik van sociale media door twee patiëntengroepen met chronische ziekten hun gedrag en identiteiten verandert, evenals hun relaties met hun zorgaanbieders. Ten vierde onderzoeken we hoe interacties tussen zorgverleners en patiënten die sociale media gebruiken de beroepsidentiteit van die aanbieders veranderen. Ten slotte testen we in hoeverre en door welk mechanisme het gebruik van sociale media door patiënten hun relaties met zorgaanbieders verandert. Alles bij elkaar geven deze bevindingen een nieuwe verklaring voor de veranderende rol van sociale media bij het veranderen - en versterken - van organisatie-klantrelaties.

Supervisors: Prof. A. Boonstra and Prof. D.J. Langley


Daniel Gallardo Albarrán
Health, well-being and inequality over the long term
Status: Verdediging op 4 oktober 2018

Het leven van burgers is in de 20e eeuw sterk verbeterd op het gebied van inkomen en gezondheid, maar het ongelijke tempo van verbetering heeft geleid tot aanzienlijke ongelijkheid tussen landen. Dit proefschrift is een onderzoek naar de aard van de krachten achter deze ongelijke verbeteringen en hoe deze het welzijn van de burgers sinds 1900 hebben beïnvloed. Het begrijpen van de drijfveren en de gevolgen van deze krachten is fundamenteel voor het begrijpen hoe de grote inkomens- en gezondheidsongelijkheden die we vandaag waarnemen waren gevormd.  

Het eerste deel van mijn dissertatie onderzoekt het idee dat het welzijn van burgers een veel breder concept is dan hun inkomen. Door alleen te focussen op materiële levensstandaarden ontbreekt informatie over het leven van mensen in termen van gezondheid, vrije tijd en ongelijkheid in de eerste helft van de 20e eeuw.  

Het tweede deel van dit project onderzoekt de determinanten van inkomen en gezondheidsverschillen in de loop van de tijd. Met betrekking tot inkomen laat ik zien dat - in tegenstelling tot recente periodes - het belang van fysieke en menselijke kapitaalaccumulatie al een lange tijd zo belangrijk is geweest als de totale factorproductiviteit bij het verklaren van inkomensongelijkheid tussen landen. Bovendien is het bepalen van de effecten van gezondheid op de productiviteit van werknemers zowel van belang voor de verantwoording van inkomensongelijkheid sinds 1900 als een bron van inkomensconvergentie in de tweede helft van de 20e eeuw. Wat de gezondheid betreft, laat ik zien dat het gezamenlijke effect van water- en rioleringssystemen een aanzienlijk deel van de sterftedaling in Duitsland verklaart tijdens de vroege fase van de epidemiologische overgang.



Marleen Fluit
Healthy ageing and neighbourhood revitalization in the city of Groningen
Status: In uitvoering

Dit promotieproject wordt gefinancierd door ZonMw en wordt uitgevoerd in samenwerking met de gemeente Groningen. De Healthy Ageing wijkbenadering , ontwikkeld door de gemeente Groningen, bestaat uit zes kernaspecten met betrekking tot de sociale en fysieke omgeving: actief wonen, gezond wonen, toegankelijk groen, gezonde vervoersmogelijkheden en beweging, gezonde voeding en actieve ontspanning.

Selwerd is geselecteerd als casestudy in dit onderzoek, omdat het een van de pilotwijken is waarin de aanpak van gezond ouder worden wordt geïmplementeerd. Een van de doelstellingen van dit onderzoek is nagaan hoe informele structuren binnen de wijk kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid van formele structuren in de wijk, zoals sociale zorgteams en woningcorporaties, enz. Daarnaast zal dit onderzoek analyseren hoe initiatieven binnen de wijk, zoals het Wijkbedrijf, invloed kunnen hebben op de sociale netwerken tussen bewoners in de wijk en sociale participatie. Ten slotte zal dit onderzoek manieren bestuderen om modulaire regelingen te ontwikkelen die meerdere interventies omvatten die gericht zijn op een kostenefficiënte manier van leveren van gezondheidszorg, waarbij rekening wordt gehouden met de heterogeniteit in de eisen van de bewoners. Op deze manier kunnen de modulaire regelingen zorgen voor meer geïntegreerde en gepersonaliseerde zorg en betere toegang tot gezondheidsdiensten. De implementatie van de Healthy Ageing-wijkbenadering, de ontwikkeling van een informele structuur in de wijk en modulaire arrangementen kunnen leiden tot meer sociale cohesie, zelfdoeltreffendheid, betere gezondheid en het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de stad Groningen.

Supervisors: Prof. dr. H. Broekhuis and Prof. dr. C.T.B. Ahaus


Jan Andre Koch
Disgusting? No, just different. Understanding consumer skepticism towards sustainable food innovations
Status: In uitvoering

Het huidige niet-duurzame Westerse dieet verspreidt zich wereldwijd en vergroot de wereldwijde behoefte aan interventies. Bedrijven en overheden blijven duurzame consumptie-alternatieven vinden die afwijken van gevestigde voedingsmiddelen, zoals eetbare insecten en lab-vlees. Deze alternatieven worden echter door de consument verworpen. Huidige studies stellen dat de afwijzing van consumenten te wijten is aan 'rationele' scepticisme over de functionele eigenschappen van de alternatieven (bijvoorbeeld, insecten zien er niet smakelijk uit, lab-vlees is onnatuurlijk); Vandaar dat marketeers zich richten op deze kenmerken.

Wij stellen dat de scepsis tegenover deze attributen slechts een gevolg is van een post-hoc redenering en niet de oorzaak van de afwijzing. In plaats daarvan stellen we dat de afwijzing van consumenten wordt aangewakkerd door morele walging die wordt opgeroepen door de schending van wat consumenten als normaal beschouwen - door consumenten geïnternaliseerde normen. Omdat ze steun zoeken voor hun afgekeurde afwijzing, klampen consumenten zich vast aan ogenschijnlijk rationele maar uiteindelijk gebrekkige argumenten, met kritiek op bijvoorbeeld functionele kenmerken.  

Dit nieuwe verslag geeft belangrijke implicaties voor de positionering van alternatieven voor duurzame consumptie: goed bedoelde marketingstrategieën en consumentenbeleid dat probeert tegemoet te komen aan post-hoc-rationalisaties, pakken de verkeerde oorzaak aan en kunnen de maatschappelijke acceptatie van alternatieven voor duurzame consumptie niet effectief versnellen. In plaats daarvan moet de perceptie van de consument dat alternatieven voor duurzame consumptie abnormaal zijn, worden gewijzigd.


Marit Drijfhout
What A Waste: Effects Of (Un)planned Consumption On Consumer Food Waste
Status: in uitvoering

Terwijl wereldwijd een miljard mensen kampen met voedselonzekerheid en een voedingsstoffen tekort, wordt een derde van alle voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd uiteindelijk verspild. Consumenten zijn de grootste producenten van voedselverspilling in geïndustrialiseerde landen. Om voedselverspilling te verminderen, is het van cruciaal belang om een ​​fundamenteel begrip te krijgen van het onderliggende besluitvormingsproces in gedrag. Het huidige onderzoek ontwikkelt een uitgebreid raamwerk dat de mechanismen achter voedselverspilling uitlegt vanuit het perspectief van consumentengedrag. Het houdt rekening met alle stadia van het consumentengedrag: aankoop, consumptie en het weggooien. Wij willen consumenten, detailhandelaren en beleidsmakers helpen om voedselverspilling te verminderen en het welzijn van de consument te verbeteren.  

In ons eerste project benaderen we voedselafval op unieke wijze als een discrepantie tussen geplande en daadwerkelijke voedselconsumptie en stellen we voor dat de temporele afstand een cruciale bepalende factor is voor het consumentengedrag bij voedselverspilling. Drie veldexperimenten bevestigen dat terwijl consumenten meer deugdzame keuzes maken (dat wil zeggen, minder lekker maar gezond voedsel) tijdens het plannen van hun toekomstige voedselconsumptie, zich te laten verleiden en impulsief een aankoop te doen en te consumeren wanneer ze daar toe in staat zijn (dat wil zeggen, lekker maar ongezond). Dit impulsieve gedrag resulteert in een overschot aan voedsel, waarbij het slechte voedsel uiteindelijk wordt geconsumeerd en de goede voedingsmiddelen uiteindelijk verspild raken. Het benadrukken van de mate van de gezondheid van producten door het tonen van verkeerslichtlabels om impulsieve keuzes te dempen op het moment van consumptie met het doel om voedselverspilling te verminderen, is zelfs contraproductief en verhoogt de verspilling.  

In ons tweede project zullen we onderzoeken of het vergroten van het gemak van voedselproducten afval vermindert. Ondanks de toenemende populariteit, is er weinig bekend over hoe gemaksproducten van invloed zijn op het verspillen van voedsel en of het bieden van makkelijke gezonde opties impulsieve ongezonde consumptie kan tegengaan.


Laura Viluma
Economy, incentives, and health
Status: In uitvoering

Consumenten streven in hun leven naar een goede gezondheid en andere doelstellingen, terwijl ze onderhevig zijn aan budget- en tijdsbeperkingen. De interacties tussen hun nagestreefde doelstellingen en beperkingen resulteren in prikkels voor specifiek gedrag, die op hun beurt langetermijngevolgen hebben voor de gezondheid en gezondheidszorg. Traditioneel worden deze interacties beschreven door gevraagde hoeveelheden tegen een bepaalde prijs van verschillende goederen. In de gezondheidszorgmarkt wordt de hoeveelheid gevraagde gezondheidszorg grotendeels bepaald door de gezondheidstoestand van de consument, terwijl de prijs waarmee de consument wordt geconfronteerd, meestal door een verzekering wordt gedekt, waardoor er ruimte is voor complexe interacties.  

Mijn proefschrift richt zich op twee aspecten van deze interacties. Ten eerste, omdat de vraag naar gezondheidszorg grotendeels wordt bepaald door de gezondheidsstatus van individuen, is het belangrijk om de determinanten van een goede gezondheid te begrijpen. De algemene gezondheidsdeterminanten zijn al eerder uitgebreid bestudeerd in de medische wetenschappen, epidemiologie en gezondheidseconomie; een vrij nieuwe onderzoekslijn suggereert echter een verband tussen de economische omstandigheden bij geboorte en gezondheid tijdens de levenscyclus, die we verder onderzoeken met behulp van gegevens uit de Lifelines-cohortstudie.  

Ten tweede creëert de ziekteverzekering, die de kosten van de gezondheidszorg dekt, prikkels voor moreel risico en selectie. We onderzoeken het moreel risico en de selectie-effecten van een vrijwillig eigen risico op zorggebruik in de Nederlandse zorgverzekeringscontext. Al met al dragen onze resultaten bij aan de bredere discussie over het optimale verzekeringsontwerp.


Julia Storch
Mixed Feelings, Mixed Baskets: How Shopping Emotions Drive the Healthiness of Shopping Baskets
Status: In uitvoering

Obesitas is sinds de jaren 80 bijna verdriedubbeld, wat een negatieve invloed heeft op het welzijn van individuen en de samenleving als geheel. Hoewel gezonde diëten beginnen met gezonde winkelmandjes, heeft eerder onderzoek vooral factoren onderzocht die van invloed zijn op de voedingswaarde van alleenstaande voedselaankopen. In plaats daarvan stellen we voor dat afhankelijkheden bestaan tussen de gezondheid van de sequentiële keuzes van klanten; de mate van een gezonde keuze beïnvloedt de daaropvolgende keuze. We pakken deze onderzoekskloof aan en onderzoeken of emoties die shoppers ervaren tijdens het winkelen ten grondslag liggen aan deze afhankelijkheden. Op basis van onze inzichten ontwikkelen we een realtime gezondheidsinterventie om beleidsmakers, retailers en consumenten te helpen bij het terugdringen van de obesitas-epidemie.


Beatriz Rodriguez Sanchez
De economische benadering van diabetes bij oudere volwassenen
Verdedigd op: 09-07-2018

Gezien de verwachte stijging van de kosten die in verband staan met het verzorgen van mensen met diabetes als gevolg van de vergrijzing van de bevolking en de hogere kosten per hoofd van de bevolking bij ouderen, wil dit proefschrift een bijdrage leveren aan de bestaande literatuur door een nieuw en breder inzicht te krijgen in de diabetes last bij oudere populaties. Ik onderzoek het traditionele gebruik van gezondheidszorgmiddelen en de kosten die gepaard gaan met diabetes bij ouderen (kosten van de zorg voor mensen met diabetes) en andere kosten die minder vaak worden geëvalueerd, zoals uitgaven voor verpleeghuizen en de invloed van diabetes op de kwaliteit van leven en productieve activiteiten. Daarnaast bouw ik voort op de bestaande literatuur door in de analyse zowel de klinische complicaties op te nemen (die tegelijkertijd en als gevolg van diabetes kunnen optreden), maar ook functionele beperkingen.

Functionele status helpt niet alleen om de associaties tussen diabetes en de verschillende uitkomsten die in het proefschrift worden bestudeerd (productieve activiteiten, verpleeghuiskosten en kwaliteit van leven) te verklaren, maar het is de belangrijkste. Bovendien laten de bevindingen van dit proefschrift zien dat deze relatie leeftijdsafhankelijk is en meer prominent aanwezig is bij de oudste oude individuen. Door preventie van chronische ziekten, aangezien het diabetes is, en de preventie van invaliditeit, zou het verlies van de kwaliteit van leven door gevolg van deze aandoeningen worden vermeden, leidend tot een gezond en actief verouderingsproces.

Meer specifieke gegevens over de bijzondere kenmerken van ouder wordende personen zouden het bestaande economische bewijsmateriaal over deze bepaalde en relevante bevolking helpen vergroten.


Bart Noort
Financiële prikkels in de zorg voor chronisch zieken
Status: In uitvoering

Wat betreft de toeleveringsketens in de zorg voor chronisch zieken doen patiënten een beroep op meerdere zorgaanbieders. Het verbeteren van de manier waarop deze aanbieders de taken verdelen en met elkaar samenwerken blijft een uitdaging en biedt ruimte voor verbetering van de kwaliteit en de resultaten van de zorg. In dit project zoeken we uit hoe een inkoper van zorg (zorgverzekeraar) zijn unieke positie in de toeleveringsketen kan gebruiken om het zorgaanbod voor COPD-patiënten te verbeteren. Wij willen begrijpen hoe financiële prikkels door de zorginkoper van invloed zijn op de taakverdeling en samenwerking tussen medisch specialisten, huisartsen en andere zorgaanbieders in de COPD-keten. Bovendien onderzoeken we de rol van contractuele en relationele bestuursmechanismen in de relatie tussen de inkoper en de aanbieders. Door een longitudinale casestudie uit te voeren verwachten we een diepgaand inzicht te krijgen in de rol van de inkoper in de toeleveringsketen en hoe deze rol van invloed is op de toekomstige kwaliteit en resultaten van de zorg.


Oskar Roemeling
Lean voorbij de verspilling; op weg naar een vermindering van variabiliteit en buffers in de gezondheidszog
Verdedigd op: 09-06-2016

'Being Lean' is populair geworden als systeem van procesverbetering in de gezondheidszorg. Vermindering van verspilling wordt beschouwd als de kern van de 'Lean'-aanpak. Naast vermindering van voor de hand liggende verspilling wordt van Lean-initiatieven ook een beperking van de variabiliteit en de daaruit voortvloeiende buffers verwacht. Variabiliteit kan verdeeld worden in natuurlijke en kunstmatige variabiliteit. De laatstgenoemde categorie komt voort uit het eigen handelen van een persoon en dient verminderd te worden. Variabiliteit leidt in het algemeen tot buffervorming, maar in de gezondheidszorg komen vooral tijd- en capaciteitsbuffers voor. Naast deze genoegzaam bekende buffertypen legt dit proefschrift ook de rol van een nog onverkend buffermechanisme bloot door middel van aanpassingen van doorlooptijden.

De bevindingen in dit proefschrift leveren een bijdrage aan het fundament van de Lean-theorie en zijn gebaseerd op vier onderzoeksprojecten waarin onderzoek werd gedaan naar de rol van variabiliteit en buffers - uitgekristalliseerde Lean-aspecten - in een Lean-context. Hoewel in het eerste project een groot aantal interventies zijn onderzocht, blijken slechts enkele daarvan de variabiliteit te beperken en de doorlooptijd te verkorten. In plaats daarvan wordt de aandacht van de interventies verschoven naar de vermindering van specifieke soorten voor de hand liggende verspilling. Desondanks blijkt kennis van de rol van variabiliteit en buffers het blikveld van de interventies te verruimen. In deze dissertatie worden verschillende mogelijkheden voor verbetering van Lean-toepassingen in de gezondheidszorg aangegeven.


Raun van Ooijen
Gedrag van de wieg tot het graf onder zekere omstandigheden; opstelen over spaargeld, hypotheken en gezondheid
Defended on: 21-01-2016

Huishoudens moeten bij het nemen van beslissingen op financieel gebied oog hebben voor diverse bronnen van onzekerheid. Sommige onzekerheden zijn in de nasleep van de financiële crisis van 2007-2008 groter geworden en het valt niet te ontkennen dat huishoudens zich daardoor misschien bewuster zijn geworden van de onzekerheden waaraan ze het hoofd moeten bieden. Het doel van deze dissertatie is te onderzoeken in hoeverre diverse bronnen van onzekerheid van invloed zijn op financiële beslissingen, in het bijzonder met betrekking tot sparen, portefeuillekeuze en de keuze van financiële producten zoals hypotheken. We laten zien dat onzekerheid over de gevolgen van toekomstig beleid, d.w.z. de beperking van de hypotheekrenteaftrek, huishoudens ertoe brengt meer te sparen dan het optimale bedrag om mogelijke financiële tegenvallers op te vangen. Verder tonen we aan dat financieel minder ontwikkelde huishoudens, die de complexiteit van hypotheekleningen niet helemaal begrijpen, vaak minder riskante hypotheken uitkiezen, tenzij ze een hypotheekadviseur raadplegen. Aan de hand van gedetailleerde belastinggegevens laten we zien dat ouderen over het algemeen welvarend zijn, maar niet ontsparen. Dit staat in contrast met de voorspelling in de levenscyclustheorie over sparen en kan niet worden verklaard door onzekerheid over inkomen of te maken medische kosten. Gezondheid speelt een belangrijke rol bij het verklaren van welvaartsverschillen tussen huishoudens. Aan de hand van 'zelfgerapporteerde gezondheid' gekoppeld aan objectieve gezondheidsmaatregelen uit medische documentatie laten we zien dat gezondheid langer voortduurt en sneller achteruitgaat op hogere leeftijd dan uit subjectieve gezondheidsmaatregelen alleen kan worden opgemaakt. We tonen verder aan dat een zwakke psychische gezondheid gecombineerd met een ongezonde levensstijl (roken en overgewicht) een belangrijke factor is bij het ontstaan van langdurige ziekten van zelfstandigen (met een inkomensverzekering).


Evelien Hage
Hoe kan onlinecommunicatie de sociale verbondenheid van ouderen bevorderen? Uitvoering en knelpunten bij de toepassing

Verdedigd op: 24-09-2015

Vaak wordt aangenomen dat onlinecommunicatie de sociale verbondenheid van ouderen kan bevorderen, maar in voorgaande studies zijn daarvoor twee belemmeringen aangegeven. Allereerst zijn ouderen vaak late beslissers ('late adopters'), of achterblijvers. Dit roept de vraag op hoe de onlinecommunicatiemiddelen doorgevoerd kunnen worden binnen een populatie die zich over het algemeen niet zo snel bij de trend aansluit. In de tweede plaats is er discussie over de effecten van onlinecommunicatie op sociale verbondenheid bij ouderen. In deze dissertatie worden beide knelpunten aan de orde gesteld door middel van een multi-methodonderzoek naar een project waarin onder de ouderenpopulatie van drie dorpen in Noord-Nederland onlinecommunicatiemiddelen worden geïntroduceerd. In dit proefschrift wordt onderbouwd dat in de eerste plaats voorzichtigheid is geboden bij het doen van generieke investeringen in, en het bevorderen van, onlinecommunicatie met het doel de sociale verbondenheid van oudere achterblijvers te bevorderen. In de tweede plaats versterkt de inzet van onlinecommunicatiemiddelen sociaaleconomische ongelijkheid wanneer er geen interventies plaatsvinden die tot doel hebben al bestaande sociaaleconomische structuren te veranderen. Ten derde heeft onlinecommunicatie vaak een disproportioneel negatief effect op oudere minvermogenden, doordat mensen met een groot netwerk van dit soort communicatie profiteren en geïsoleerde ouderen erdoor geschaad worden. In de vierde plaats is er, om het effect van onlinecommunicatie op de sociale verbondenheid van achterblijvers te begrijpen, een situationeel veranderingsperspectief op de acceptatie (‘adoptie’) van deze soort communicatie nodig dat verder gaat dan vaststelling van de ‘adoptiefactoren’. Ten slotte worden er introductie- en adoptiemechanismen voorgesteld die de ‘aanstuurders’ kunnen gebruiken om plaatselijke veranderingen te stimuleren.


Stefanie Salmon
Gezondheid en impulsieve keuzes. Verkenning van gebrekkige zelfbeheersing en de consequenties daarvan voor voedingskeuzes
Verdedigd op
: 17-09-2015

Impulsieve neigingen in verband met verleidingen lijken soms sterker te zijn dan verstandige overwegingen. Mensen zwichten voor een verlokkelijk dessert, ze blijven lang in bed liggen en komen te laat op hun werk of ze schreeuwen tegen iemand op wie ze boos zijn. Dit gebrek aan zelfbeheersing wordt vaak toegeschreven aan een verminderd vermogen dan wel een verminderde bereidheid zich te beheersen. Nadat mensen zich eens een keer beheerst hebben (ze hebben bijvoorbeeld emoties onderdrukt om niet onbeleefd te zijn), zijn ze minder goed in staat of bereid om dat bij een andere gelegenheid ook te doen (bijvoorbeeld de verleiding weerstaan nieuwe schoenen te kopen, omdat ze moeten bezuinigen). De toestand die het gevolg is van dit beschadigde vermogen zich te beheersen nadat men zich een aantal keren wel beheerst heeft, wordt egodepletie genoemd. In het eerste gedeelte van dit proefschrift wordt de aandacht gericht op iets wat aan het egodepletie-effect voorafgaat. We tonen aan dat mensen verschillend zijn in hun gevoeligheid voor ego-verminderende taken en situaties en dat, als gevolg daarvan, sommige individuen beter in staat zijn zich herhaaldelijk te beheersen dan anderen. In het tweede deel van deze dissertatie hebben we een kanttekening willen plaatsen bij een consequentie van verlies van zelfbeheersing. We hebben laten zien dat egodepletie, in strijd met het heersende standpunt over de negatieve gevolgen van het ontbreken van zelfbeheersing, niet noodzakelijkerwijs tot ongezonde keuzes hoeft te leiden. Impulsieve voedselkeuzes in omstandigheden waarin er weinig zelfbeheersing is, kunnen in de richting van gezonde keuzes gestuurd worden door gezond voedsel te associëren met zg. ‘social cues’ (sociale hints). Toepassing van deze social cues op voedingsmiddelen in dagelijkse aankoopsituaties zou een nieuwe, veelbelovende manier kunnen zijn om gezonde voedselkeuzes uit te lokken.


Monique Eissens-van der Laan
De haalbaarheid van modulariteit bij de vormgeving van professionele dienstverlening. Op weg naar persoonsgerichte zorg tegen lage kosten
Verdedigd op
: 25-06-2015

Vele dienstverlenende organisaties, vooral zorginstellingen, worden voor de uitdaging gesteld om te voldoen aan de diverse en complexe eisen die cliënten stellen en tegelijkertijd de kosten tot het minimum te beperken. De laatste tijd is er veel aandacht voor het managementconcept modulariteit als een manier om persoonsgerichte zorg te bieden tegen lage kosten. Het inzicht in wat een module in een dienstenpakket precies is en hoe een modulair professioneel dienstenpakket op de juiste wijze vormgegeven moet worden, is slechts beperkt. Deze dissertatie start met een theoretische analyse van de literatuur, waarbij gezocht wordt naar conceptuele helderheid over het begrip dienstverleningsmodulariteit, en geeft zes manieren aan waarop een dienstenpakket in modules opgedeeld kan worden. Vervolgens wordt een vormgevingstraject voor dienstverleningsmodulariteit beschreven dat uit twee fasen bestaat. In de eerste fase werd een segmentatieonderzoek in de gezondheidszorg uitgevoerd, waarbij een 'finite mixture model' gehanteerd werd om ouderen op basis van hun bewezen biopsychosociale behoeften in vijf segmenten te groeperen. In de tweede fase ontwikkelde een multidisciplinaire groep beroepskrachten aan de hand van de uitkomsten van het persoonsgerichte segmentatieonderzoek een pakket zorg- en dienstverleningsmodules. Tot slot werden in een meervoudige casestudie diverse modulaire professionele servicearchitecturen benoemd, alle met hun eigen merites. Dit laatste element belichtte de rol van raakvlakken in modulaire vormgeving als ook de grenzen aan de toepassing van modulariteit in de professionele dienstverlening. Bij de uiteenzetting van de onderliggende centrale vormgevingskeuzes onderstreep ik dat de vormgeving van modulaire dienstverlening niet iets is wat 'zomaar gebeurt' of zich langzaam ontwikkelt. In dit proefschrift wordt aangetoond wat de invloed van vormgevingskeuzes binnen een modulair ontwerp is op hoe persoonsgerichte variëteit en kosten in evenwicht worden gehouden.


Katrin Reber
Studies naar farmaceutische markten
Verdedigd op: 07-02-2013

De farmaceutische markt is een complex systeem waarin diverse deelnemers elkaar ontmoeten en die voortdurend verandert: er komen nieuwe medicijnen op de markt, volksgezondheidsproblemen worden opnieuw beoordeeld en richtsnoeren van de overheid veranderen.

Het doel van dit proefschrift is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe en relevante kennis over marketing op het gebied van gezondheidszorg en farmacie. In Hoofdstuk 2 onderzoeken we welke product-, winkel-, klant- en concurrentie-eigenschappen de toonbankverkoop in een 'gewone apotheek' bevorderen. We constateren dat het assortiment en promotieacties doorslaggevend zijn voor de resultaten van de apotheek. De uitkomsten duiden er verder op dat factoren als de soort winkel en de locatie die bepalend zijn voor traditionele winkels, misschien minder van belang zijn voor apotheken.

In Hoofdstuk 3 en 4 maken we een inschatting van het effect van 'Direct Healthcare Professional Communications' (DHPC's) op het gebruik van nieuwe geneesmiddelen. De helft van de medicijnen waarvoor een DHPC is verzonden, wordt gedurende een korte termijn minder gebruikt, maar op de lange termijn treedt er slechts voor een klein gedeelte van de medicijnen met een DHPC een aanzienlijke vermindering van het gebruik op. Bovendien varieert het effect van een DHPC op het gebruik van medicijnen sterk, afhankelijk van de kenmerken van het medicijn en de DHPC.

Het innovatiesucces van medicijnen hangt af van hoe snel een nieuw medicijn wordt ingezet door hoeveel voorschrijvers. In Hoofdstuk 5 analyseren we de wisselwerking tussen de stadia in dit proces, marketinginspanningen en de eigenschappen van de arts bij het voorschrijven van medicijnen. Er blijken aanzienlijke verschillen te zijn tussen artsen wat betreft hun geneigdheid bepaalde medicijnen voor te schrijven en hun gevoeligheid voor details. Deze verschillen kunnen in verband worden gebracht met de eigenschappen van artsen en het stadium van het adoptieproces waarin ze verkeren. De uitkomsten van onze analyses kunnen marketingmanagers op het gebied van farmaceutische producten helpen artsen gerichter te benaderen.


Sara Kremer
Onderzoek naar de effectiviteit van uitgaven voor promotieactiviteiten ten behoeve van farmaceutische producten
Defended on: 11-02-2010

In dit proefschrift wordt onderzocht wat de effectiviteit is van promotieacties ten behoeve van farmaceutische producten. In verschillende studies wordt geprobeerd deze effectiviteit te bepalen, maar het blijft moeilijk, zo niet onmogelijk, algemeen geldende conclusies te trekken. Meta-analytische bevindingen zijn dat de promotie-elasticiteit van farmaceutische producten gering is en verschillend is al naar gelang de gebruikte promotie-instrumenten. De effecten van instrumenten die gericht zijn op voorschrijvers (DTP) zijn groter dan die van instrumenten die gericht zijn op consumenten (DTC), maar de relatieve effectiviteit van DTP-instrumenten hangt af van de ziektecategorie. In studies waarbij de prijs als onafhankelijke variabele in de modellen is opgenomen, blijkt de elasticiteit groter, terwijl de elasticiteit lager blijkt te zijn in studies waarin voor endogeniteit gecontroleerd wordt. Nieuwe empirische resultaten zijn gebaseerd op een grote databank en controleren voor endogeniteit en heterogene parameters over twee regimes. De prijs laat het verwachte negatieve teken zien, DTC-reclame heeft een negatief teken en het DTP-instrument heeft het verwachte positieve teken. De effecten van beide soorten reclame zijn groter tijdens de marktontwikkelingsperiode dan in de introductieperiode. Het blijkt dat voorschrijvers minder prijsbewust zijn wanneer de DTC-investeringen hoger zijn. De gelijktijdige inzet van beide instrumenten heeft een positief effect op de verkoop.

Laatst gewijzigd:10 oktober 2018 14:44
printView this page in: English
Volg ons optwitter linkedin