|
Page content:
Nederlands
Geschiedenis Democraten 66 (D66)
oprichting en parlementair debuut (1966-1972) De politieke partij Democraten 66 (D66) werd opgericht op 14 oktober 1966, de dag nadat het kabinet-Cals was gevallen tijdens de zogeheten ‘Nacht van Schmelzer’. Tot de oprichters behoorden onder meer de journalist H.A.F.M.O. van Mierlo en het voormalige Amsterdamse VVD-gemeenteraadslid J.P.A. Gruijters, die de VVD na een conflict had verlaten. Precies een maand voor de oprichting had het Initiatiefcomité D66 een ‘Appèl’ gepubliceerd waarin ingrijpende wijzigingen in het parlementaire bestel werden voorgesteld. De kiezers hadden in de ogen van de 37 ondertekenaars van dit pamflet te weinig invloed op de politieke besluitvorming. De nieuwe partij D66 wilde daar verandering in brengen door onder meer de invoering van een referendum, de rechtstreekse verkiezing van premier en burgemeesters, en de (her-)invoering van een districtenstelsel. D66 betoogde dat het politieke systeem vermolmd en verouderd was en beoogde met haar voorstellen een ‘bom onder het bestel’ te leggen. Deze positie maakte het lange tijd lastig D66 te plaatsen in het bestaande politieke spectrum, ook al omdat de partij steeds bleef benadrukken geen ideologie aan te hangen. Niettemin werd D66 in de regel gezien als een partij (gematigd) links van het midden, met name op grond van haar sociaal-economische standpunten. Sommigen, ook binnen de partij, beschouwden D66 als ‘links-liberaal’. Hoewel regelmatig werd gediscussieerd over het vaststellen van een nadere ideologische aanduiding, kon daarover nooit overeenstemming worden bereikt. Pas in de herfst van 1998 bepaalde een congresmeerderheid dat D66 zich ‘sociaal-liberaal’ moest noemen. In de ‘Uitgangspunten van D66 [PDF]’ die in 2000 werden vastgesteld, was een belangrijke plaats weggelegd voor de ‘radicale democratisering’ van de samenleving. De partij heeft zich ook altijd een voorstander getoond van individuele verantwoordelijkheid, wat onder andere tot uitdrukking kwam in initiatieven op het gebied van euthanasiewetgeving. Van Mierlo werd aangewezen als lijsttrekker voor de Tweede-Kamerverkiezingen in 1967, die de jonge partij zeven zetels opleverden. Vier jaar later bewees D66 geen eendagsvlieg te zijn door opnieuw een verkiezingsoverwinning te boeken; ondanks elf zetels in de Tweede Kamer bleef de partij echter buiten de regering. Voor de verkiezingen van 1972, die volgden op de val van het kabinet-Biesheuvel, stelden PvdA, D66 en PPR een gezamenlijk programma op met de naam Keerpunt ‘72, dat moest dienen als basis voor een te vormen links meerderheidskabinet.
tweede leven (1972-1982) Na teleurstellende verkiezingen in de herfst van 1972, waarbij D66 vijf zetels moest inleveren en de beoogde linkse meerderheid niet werd gehaald, trad Van Mierlo terug als fractievoorzitter. Hij werd opgevolgd door J.C. Terlouw. Ondanks het verlies werd D66 wel opgenomen in het overwegend linkse kabinet-Den Uyl. Het vertrouwen van de kiezers in D66 bleef echter dalen, mede omdat de partij als kleinste regeringspartij weinig van het eigen programma kon realiseren. Ook de partijorganisatie brokkelde steeds verder af en in de loop van 1974 gingen stemmen op om de partij op te heffen. Tijdens een partijcongres stemde een ruime meerderheid van de aanwezige leden voor opheffing van de partij; de officieel benodigde tweederde meerderheid werd echter niet gehaald. D66 bleef zo bestaan, maar leek op sterven na dood. Onder leiding van de nieuwe partijvoorzitter J.F. Glastra van Loon begon de partij vanaf 1975 echter aan een tweede leven. Hoewel D66 over nog maar enkele honderden leden beschikte, leek de aanhang zich in de aanloop van de Tweede-Kamerverkiezingen van 1977 te herstellen. Lijsttrekker Terlouw keerde na de verkiezingen terug als aanvoerder van een acht leden tellende fractie. D66 legde niet langer uitsluitend de nadruk op democratische hervormingen, maar wilde vooral ook gezien worden als een ‘volwassen’ politieke partij. Na vier jaar oppositie leek die koers zijn vruchten af te werpen: in 1981 werd het opmerkelijke aantal van zeventien zetels behaald. Voor de tweede maal nam de partij achter de regeringstafel plaats, samen met PvdA en CDA. In het tweede kabinet-Van Agt werd Terlouw vice-premier. Maar al in mei 1982 verliet de PvdA de regeringscoalitie na een conflict over het sociaal-economische beleid. D66 en CDA vormden samen voor enkele maanden een minderheidskabinet ter voorbereiding van de Tweede-Kamerverkiezingen in september. Dat D66 in het kabinetsconflict aan de zijde bleef van het CDA, de partij die door veel D66-ers bij uitstek geïdentificeerd werd met het ‘verouderde politieke bestel’, leidde tot een afstraffing door de kiezers. Bij de verkiezingen van 1982 boekte de PvdA enkele zetels winst en moest D66 er maar liefst elf inleveren. Terlouw trad terug als partijleider en M.B. Engwirda werd als nieuwe fractievoorzitter aangewezen. Onder zijn leiding bleef D66 zich presenteren als een partij met een breder programma dan alleen radicale democratisering. Veel aandacht kreeg D66 met een voorstel voor de legalisering van euthanasie. De door D66 gekozen lijn van het ‘redelijk alternatief’ leek echter een doodlopende weg; ontstaan uit verzet tegen de heersende politieke cultuur was D66 gaan behoren tot de gevestigde orde en oefende zij geen bijzondere aantrekkingskracht meer uit.
in de oppositie (1982-1994) Halverwege de jaren tachtig kwam de redding met de terugkeer van een oude bekende. Met de bedoeling ‘zijn partij’ uit het dal te helpen, ging Van Mierlo in 1985 in op het verzoek zich opnieuw beschikbaar te stellen voor de Tweede Kamer. Het bleek de impuls te zijn tot een nieuwe bloeiperiode. In 1986 werden negen zetels behaald, in 1989 groeide de partij door naar twaalf zetels. In de verkiezingscampagne werd sterk de nadruk gelegd op de persoon van Van Mierlo en werd vernieuwing van de politieke cultuur, ‘een andere politiek’ bepleit. Van Mierlo was erin geslaagd de staatkundige idealen van het eerste uur nieuw leven in te blazen. Verbitterd waren de reacties binnen de partij toen PvdA en CDA vervolgens aan D66 geen plaats gunden in het derde kabinet-Lubbers. Van Mierlo vond D66 een logische deelnemer aan dit centrum-linkse kabinet en kondigde aan ‘oppositie vóór het kabinetsbeleid’ te gaan voeren.
paarse coalitie (1994-2002) Deze constructieve opstelling in de oppositie maakte het Van Mierlo mogelijk vijf jaar later de vruchten te plukken. Met name de kiezers die het centrum-linkse beleid steunden maar teleurgesteld waren in de coalitie van CDA en PvdA, bezorgden D66 in 1994 een historische verkiezingsoverwinning. Het zetelaantal verdubbelde tot 24. PvdA en CDA verloren hun meerderheid. Omdat ook geen andere combinatie van twee partijen een meerderheid in de Tweede Kamer kon vormen, was een regering zònder D66 feitelijk onmogelijk geworden. Van Mierlo benutte deze sterke onderhandelingspositie om aan te sturen op de vorming van een door D66 zo gewenst ‘paars’ kabinet met PvdA en VVD. Met de totstandkoming van dit kabinet belandden de christen-democraten voor het eerst in ruim 75 jaar in de oppositie. Het is wellicht de grootste bijdrage aan ‘andere politieke verhoudingen’ die D66 tot nu toe in haar bestaan heeft geleverd. In 1997 kondigde Van Mierlo aan bij de Tweede-Kamerverkiezingen van mei 1998 terug te treden als politiek leider van D66. Collega-minister E. Borst-Eilers nam zijn positie over. Het gebrek aan profiel van partij en partijleider leidde in 1998 tot een verlies van tien zetels, waardoor D66 met de resterende veertien zetels sterk op afstand geraakte van de drie grote partijen. Borst nam hiervoor de verantwoordelijkheid en droeg het partijleiderschap over aan fractievoorzitter Th. C. de Graaf. Als gevolg van de electorale neergang wenste D66 zich scherper te profileren. Dit streven droeg bij aan de kortstondige breuk in het tweede kabinet-Kok in mei 1999 over invoering van het correctief referendum (één van de ‘kroonjuwelen van D66’). Ook leidde het tot de hierboven reeds vermelde aanvaarding van het ideologische etiket ‘sociaal-liberaal’ en de vaststelling van een soort beginselprogramma, de ‘Uitgangspunten van D66’ [PDF], in 2000.
niet met de PvdA, maar met VVD en CDA (2002-) Desondanks zette de electorale neergang zich voort. In 2002 verloor de partij zeven van de veertien zetels in de Tweede Kamer. De Graaf, in het voorafgaande jaar met grote meerderheid tot lijstaanvoerder gekozen, stelde zijn functie ter beschikking maar werd niettemin herkozen tot fractievoorzitter. Het zetelverlies vormde de aanleiding voor vernieuwing van de partijorganisatie – onder meer een vergroting van de autonomie van de afdelingen en regionale voorverkiezingen van kamerkandidaten. De Graaf werd opnieuw tot lijsttrekker gekozen voor de vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen van 2003, maar trad na verlies van nog een zetel nu definitief terug als fractievoorzitter. B.O. Dittrich volgde hem op. D66 had in de aanloop tot deze verkiezingen al meer afstand genomen tot de PvdA. In mei 2003 besloot de partij zelfs voor het eerst in haar geschiedenis aan een regeringscoalitie deel te nemen zonder de sociaal-democraten; met CDA en VVD vormde D66 het tweede kabinet-Balkenende. Dit besluit bleef nog lang onderwerp van discussie en leidde tot het vertrek van een – beperkt – aantal leden. De Graaf zette als minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties vaart achter de plannen voor een direct door de bevolking te kiezen burgemeester en een kiesstelsel dat de band tussen kiezer en gekozene zou versterken. Het eerste plan strandde echter in maart 2005 in de Eerste Kamer, waarop De Graaf besloot af te treden. De partij bleef het kabinet echter trouw. Partijvoorzitter A. Pechtold volgde De Graaf als minister op en trachtte zijn partij op andere wijze te profileren: minder nadruk op staatkundige en bestuurlijke vernieuwing en meer aandacht voor zaken als mensenrechten. In zekere zin sloot hij daarmee aan bij de koers die Dittrich als fractievoorzitter had uitgestippeld. Centraal stond voor Dittrich het streven naar een kleinere, transparante en minder bureaucratische overheid die haar burgers activeert maar niet dirigeert.
Zie voor een overzicht van de gebeurtenissen binnen D66 per jaar (vanaf 1986) de jaaroverzichten. Zie voor literatuur over de geschiedenis van D66 de bibliografie.
|
Associative links:
|
||
|
|
|||
Current section:
GeschiedenisSection menu:
|
|||