Bij herhaaldelijk doorlopen van deze cyclus kan de schrijver zijn inzicht in het onderwerp verdiepen. Het is dit principe dat ten grondslag ligt aan de gedachte dat schrijven kan worden ingezet als leermiddel (writing to learn): tussentijdse schrijfproducten kunnen aan hernieuwde reflectie worden onderworpen.
Didactische consequenties
Schrijven is een complex samenspel van deelactiviteiten. Fasering van het schrijfproces is dus belangrijk om het schrijven organiseerbaar en leerbaar te maken.
Hieronder worden drie methodes belicht die de fasering van het schrijfproces op verschillende manieren uitwerken. In de eerste twee methodes wordt geadviseerd om het schrijfproces stapsgewijs te organiseren en vooraf de eisen vast te stellen waaraan het eindproduct moet voldoen (doel, doelgroep etc.). Deze methodes lenen zich goed voor het schrijven van teksten waarvan de inhoud weinig complex is en waarvan doel en tekstmodel vastliggen. De derde methode bepleit een vrijere organisatie van het schrijfproces, waarin definitieve keuzes ten aanzien van vorm en inhoud van het eindproduct in de loop van het proces tot stand komen. Deze methode is vooral geschikt voor het schrijven van teksten die veel denkwerk of creativiteit vergen.
Schrijven in negen stappen
In 1981 onderscheiden Hayes en Flower (1981:12) drie cognitieve processen in het schrijven: planning, translating en reviewing. Flower verwerkt deze processen in 1989 tot een vier-fasenplan voor academische schrijvers, waarbij elk van de vier fasen is onderverdeeld in twee of drie stappen (1989:49):
|
Planning:
|
Step 1: Explore the Rhetorical Problem
|
|
Step 2: Make a Plan
|
|
Generating Ideas in Words
|
Step 3: Use Creative Thinking
|
|
Step 4: Organize Your Ideas
|
|
Designing for a Reader
|
Step 5: Know the Needs of Your Reader
|
|
Step 6: Transform Writer-Based Prose into Reader-Based Prose
|
|
Editing for Effectiveness
|
Step 7: Review Your Paper and Your Prose
|
|
Step 8: Test and Edit Your Writing
|
|
Step 9: Edit for Connections and Coherence
|
Schrijven als informatie-ordeningsproces
Renkema (1995:20-21) brengt het schrijfproces terug tot vier centrale deeltaken die gericht zijn op het organiseren van al bekende informatie of inhoud. Voordat de schrijver deze taken stapsgewijs uitvoert, dient hij onderwerp, doel en publiek van de te schrijven tekst vast te stellen.
|
Vooraf:
|
Welk onderwerp, welk doel, welk publiek?
|
|
Inventariseren:
|
Welke aspecten van het onderwerp zijn van belang?
|
|
Selecteren:
|
Wat kan ik weglaten en wat moet extra gewicht krijgen?
|
|
Rubriceren:
|
Welke aspecten horen bij elkaar?
|
|
Structureren:
|
In welke volgorde moeten de aspecten worden behandeld?
|
Schrijven: twee hoofdtaken
Elbow (1998:8-11) onderscheidt bij elke schrijftaak twee hoofdactiviteiten die elkaars tegenpool vormen: het creatief produceren van tekst en het kritisch reflecteren op (tussentijdse) producten. Een scherpe afbakening van deze twee taken voorkomt schrijfblokkades. Als de student deze twee taken geregeld afwisselt, kan dit leiden tot inhoudelijke verdieping en een hogere tekstkwaliteit. De volgorde in de uitvoering ligt niet vast. In de praktijk ligt het zwaartepunt van creatieve productie echter aan het begin en dat van kritische revisie aan het eind van het schrijfproces.
|
Creatief produceren
|
Snel, associatief en onbekritiseerd schrijven. Het voornaamste doel is ideeën opdoen en uitwerken, zonder stil te staan bij tekstuele, stilistische en grammaticale onvolkomenheden (zie ook: Technieken voor gericht-vrij schrijven).
|
|
Kritisch reviseren
|
(Voorlopige) schrijfproducten kritisch beoordelen op inhoudelijke en tekstuele kwaliteit. De revisie kan zowel ingrijpend (structuur) als oppervlakkig (spelling, opmaak) zijn: dit is mede afhankelijk van het stadium waarin de tekst zich bevindt.
|
Literatuur
Elbow, P. (1998). Writing with Power. Techniques for Mastering the Writing Process. New York/Oxford: Oxford University Press.
Flower, L. & Hayes, J. (1980). The dynamics of composing; making plans and jugling constraints. In: L.W. Gregg, en E.R. Steinberg (red.) Cognitive Processes of Writing. Hillsdale, N.J.: Erlbaum, 31-50.
Flower, L. & Hayes, J.R. (1981). A Cognitive Process Theory of Writing. College Composition and Communication 32: 365-387.
Hayes, J.R. (1996). A New Framework for Understanding Cognition an Affect in Writing. In: C.M. Levy, S. Randell (red.). The Science of Writing. Theories, Methods, Individual Differences and Applications. Mayhwah, New Jersey: Lawrence Erlbaum.
Hayes, J.R. & Flower, L.S. (1980). Identifying the Organization of Writing Processes. In: L.W., Gregg & E.R. Steinberg (red.) Cognitive Processes in Writing. Hillsdale, N.J.: Erlbaum.
Renkema, J. (1987). Tekst en uitleg. een inleiding in de tekstwetenschap. Dordrecht: Foris.