Skip to ContentSkip to Navigation
About usHow to find usdr. R. (Remo) Mombarg

dr. R. Mombarg

docent/onderzoeker

1. Onderzoek bewegingsonderwijs

Bewegingsonderwijs en jeugdsport zijn van essentieel belang voor de ontwikkeling van kinderen. Dankzij sport word je fitter, slimmer, socialer, trotser en vrolijker. Bovendien zorgen de positieve ervaring en de aangeleerde vaardigheden er voor dat je je hele leven lang kan en wil blijven sporten. De vraag is echter of dit voor alle kinderen ook bereikt wordt. Wat vinden kinderen eigenlijk van hun sport en mag een kind ook zin geven aan een eigen sportloopbaan?

Binnen dit onderzoek staat effectief bewegingsonderwijs centraal, waarbij primaire onderzocht wordt wat effectieve interventies zijn om bewegingsvaardigheid, bewegingsgedrag en beweegattitude te beinvloeden.

Secundair wordt bepaald in hoeverre deze verbetering invloed heeft op gezondheid, sportdeelname, cognitief- en sociaal-emotioneel functioneren.

 

2. Onderzoek motoriek en leren

 In dit project staat het motorisch leren van kinderen met en zonder beperking centraal. Het betreft hier een samenwerkingsverband tussen UMCG Bewegingswetenschappen, Orthopedagogiek en de Hanzehogeschool.

 Het doel van dit onderzoeksthema is om bij kinderen met een beperking inzicht te krijgen in:

 (1) (factoren die van invloed zijn op) de ontwikkeling van motoriek, fysieke fitheid, cognitief functioneren

 (zoals schoolvaardigheden en executieve functies) en hun sport- en bewegingsgedrag;

 (2) de relaties tussen deze factoren en

 (3) effecten van motorische interventies ter verbetering van het functioneren van de kinderen.

  

Recent onderzoek

 Op dit moment wordt een 3-jarig longitudinaal onderzoek bij kinderen met leerproblemen uitgevoerd. In het onderzoek worden jaarlijks motorische vaardigheden, fitheid en cognitieve vaardigheden gemeten bij kinderen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar. De resultaten worden vergeleken met verzamelde gegevens van reguliere kinderen. Centrale vraag in dit onderzoek is of eventuele achterstanden t.o.v. reguliere kinderen minder worden, gelijk blijven of groter worden naarmate kinderen ouder worden. Ook wordt een motorische interventie uitgevoerd ter verbetering van de balvaardigheden, waardoor de kinderen mogelijk makkelijker mee kunnen doen aan sportieve activiteiten. Met de interventie wordt ook getracht om het cognitief functioneren (exectieve functies) van de kinderen te verbeteren. Een relatie tussen motoriek en executieve functies (bijv. planning) is in eerder onderzoek aangetoond.

  

 3. Onderzoek special heroes, sportdeelname van leerlingen met gedragsproblemen

Special Heroes is een sportstimuleringsprogramma waarbij leerlingen binnen het speciaal onderwijs via een gefaseerde aanpak op brede schaal kennis kunnen maken met diverse sport- en bewegingsvormen zowel binnenschools als naschools en buitenschools. Het uiteindelijke doel van dit programma is om een structurele verankering na te streven van sport en bewegen binnen het vorm te geven bewegingsonderwijs op de scholen in het speciaal onderwijs. Het programma richt zich primair op de vindplaats van deze leerlingen, in dit geval de cluster 4 scholen (basis- en voortgezet onderwijs). Het programma ondersteunt de scholen om deze kennismakingsactiviteiten te kunnen realiseren en streeft naar een intensieve samenwerking met lokale of regionale sport- en beweegaanbieders, veelal sportverenigingen. Vanuit de Hanzehogeschool, Rijksuniversiteit Groningen en het Mulierinstituut wordt samengewerkt om onderzoek, innovatie en valoralisatie met elkaar te vervlechten.

 4. Zelfstandig sporten van kinderen met motorische achterstanden

​Zo’n 20 % van de kinderen in Nederland heeft motorische achterstanden, waardoor ze problemen ondervinden in het dagelijks bewegen en bij de deelname aan sportlessen. Kinderen met motorische achterstanden hebben moeite met fundamentele motorische vaardigheden zoals rennen, springen, gooien en vangen. Fundamentele motorische vaardigheden vormen de basis voor het aanleren van latere sportvaardigheden en voor deelname aan lichamelijke activiteit en sport. 

Kinderen met motorische achterstanden hebben moeite met deelname aan gymlessen en sport en spel in de vrije tijd.  Door hun beperkte motorische repertoire doen ze bovendien tijdens het sporten en op het speelplein onvoldoende succeservaringen op, hetgeen leidt tot verminderde motivatie voor deelname aan sport- en spelactiviteiten. Uiteindelijk sporten deze kinderen helemaal niet meer en dreigt overgewicht en andere gezondheidsklachten. Bovendien raken deze kinderen door een verminderd zelfvertrouwen en verminderde sportmogelijkheden sneller in een sociaal-isolement. Deze combinatie van motorische, sociale en cognitieve factoren maakt deze groep kinderen een risicogroep voor een ongezonde leefstijl en maatschappelijke isolatie.

Uit recent onderzoek (Adams et al, 2016) blijkt dat kinderen en jongeren met DCD (Developmental Coordination Disorder; motorische achterstanden) best meer willen sporten, dit graag samen doen met anderen,  maar het liefst niet in een competitieve setting. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat kinderen en jongeren met DCD het meest leren als ze zelf de regie hebben over hun leerproces, meer visuele instructie gegeven wordt en als er op een impliciete manier feedback gegeven wordt (Steenbergen et al. 2010; Van der Sluis, 2014). In dit project worden een app en sportkaarten ontwikkeld die kinderen kunnen gebruiken om sportvaardigheden te leren, waarbij de combinatie van zelfgekozen vaardigheden,  regie over het leerproces en het leren via videobeelden centraal staat.

 

5. Zelfregulatie bevorderen door het programma GOALKEEPER

Een ongezonde beweeg- en leefstijl komt veel voor bij leerlingen op het vmbo. Zelfregulatie kan een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van jongeren om meer te gaan bewegen en een gezonde leefstijl aan te nemen.

​De sportcontext lijkt echter bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van zelfregulatievaardigheden. In deze ervaringsgerichte context kunnen de leerlingen namelijk goed oefenen met het stellen van doelen en het wel of niet bereiken er van. Juist binnen het bewegingsonderwijs zijn deze doelen makkelijk af te bakenen en is het behalen goed te evalueren. Vervolgens kunnen deze aangeleerde vaardigheden ook toegepast worden in de mentorlessen om doelen te gaan stellen voor hun eigen leefstijl.

Dit onderzoeksproject richt zich op het (door)ontwikkelen van een interventie waarbij zelfregulatie tijdens de gymles op het vmbo wordt gestimuleerd. Dit zal gebeuren aan de hand van een aantal stappen, waarbij zowel leerlingen als docenten uit het vmbo worden betrokken bij de (door)ontwikkeling van de lesmethode. Deze zal vervolgens onderzocht worden op effecten, en cruciale succes- en faalfactoren door middel van een quasi-experimenteel implementatie onderzoek. Naar aanleiding hiervan zal de interventie aangepast worden, waarna deze verder verspreid zal worden onder vmbo scholen.

Hoogtepunten: -leerlingen kiezen hun eigen activiteiten en niveau op basis van hun doelen -leerlingen gaan zelfstandig aan het werk met instructiefilmpjes op de I-Pad -leerlingen bevorderen hun eigen gezondheid door te stellen en activiteiten te kiezen uit de keuzewijzer -de vakleerkracht LO en de mentor spelen een belangrijke rol in het begeleiden van de kinderen naar gezondere leefstijl

Laatst gewijzigd:01 februari 2018 08:43

Contact information

Pedagogy and Educational Sciences

Job title:
teacher/researcher
Room:
2111.0127
Telephone:

room

Room:
127
Working hours:
thursday 9.00-13.00
Telephone: