Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenWetenschapswinkels

Vraag 3

Regelmatig is in het nieuws dat de bijenstand ernstig bedreigd zou worden, door het toepassen van bepaalde types bestrijdingsmiddelen (Neonicotinoides). Dus door de bijwerking van een bestrijdingsmiddel zouden bijen kunnen worden uitgeroeid. Dat verbaast me, omdat in het algemeen insecten juist enorm lastig te bestrijden zijn, zelfs als dat specifiek de bedoeling is. Kortom: waarom is bijvoorbeeld de malariamug zo moeilijk te bestrijden, maar gaan bijen als het ware per ongeluk al dood door een bijwerking?

Er zijn vele mogelijke oorzaken voor de hoge sterfte onder honingbijen die sinds ongeveer tien jaar gesignaleerd wordt. Entomologen (insektenkundigen) zijn het eens dat er geen sprake is van één eenduidige oorzaak. De Varroa-mijt, die parasiteert op het broed, is de belangrijkste. De bijenstand wordt ook bedreigd door ziektes, voedselgebrek door versnippering en verlies van natuurgebieden, klimaatverandering en gifstoffen, zoals bestrijdingsmiddelen. Gekweekte honingbijen kampen ook met gebrek aan genetische variatie, waardoor de weerstand kan verminderen.

Bestrijdingsmiddelen zijn dus een mogelijke factor in een complex proces. Neonicotinoiden zijn bestrijdingsmiddelen die veel in de landbouw worden toegepast ter bestrijding van schadelijke insecten. Ze tasten het zenuwstelsel van insecten aan (dat is een specifieke werking; voor vogels en zoogdieren zijn de middelen weinig giftig). Ze zijn ook giftig voor bijen. Neonicotinoiden worden vooral toegepast via behandeling van zaden; de stoffen worden via het zaad in de plant opgenomen en bestrijden zo vretende insecten (systemische werking, ter onderscheid van bespuiting van de uitwendige plant). Bij de toelating van deze middelen voor de landbouw is beoordeeld aan welke dosis bijen kunnen blootstaan door opname van neonicotinoiden via nectar en stuifmeel. Die dosis is zeer klein.

De bijensterfte is aanleiding tot herbeoordeling van de risico’s van neonicotinoiden voor bijen. Dat proces is nog gaande (zie referenties hieronder). In het artikel van Blacquière et al (1) worden diverse niet-dodelijke effecten genoemd die indirect tot schade kunnen leiden, zoals aantasting van het oriëntatievermogen tijdens de vlucht en het gedrag in de kolonie. Bijen hebben een zeer complexe vorm van samenleving. Er zijn dergelijke effecten van bestrijdingsmiddelen geconstateerd in experimenten, maar voor een beoordeling van concentraties en condities in de praktijk is nader onderzoek nodig.

Muggen zijn een heel ander verhaal

Muggen hebben een heel ander voedingspatroon, levenscyclus, zwermgedrag, overwintering dan bijen. Muggen laten zich niet bestrijden via zaaizaadbehandeling met neonicotinoiden, omdat ze geen gewassen vreten. Er is ook geen geconcentreerde opslag van voedsel (zoals de honingraat). Bij bijen is er een risico door verandering van hun sociale gedrag en rol in de kolonie: dit is bij muggen niet aan de orde. Muggen zijn ook lastig te bestrijden omdat er mensen in de buurt zijn. Het doel is immers om niet geprikt te worden. Meestal worden middelen gebruikt om het reukvermogen van de mug in de war te brengen, zoals DEET of citronella.

Er zijn zeer veel soorten muggen. Een aantal (sub)tropische soorten is berucht omdat ze drager zijn van gevaarlijke ziekten. Malaria is de meest voorkomende, maar ook dengue, gele koorts, elefantiasis en de West-Nijlziekte worden door muggensoorten op de mens overgebracht. Onder de dierziektes is blauwtong bij schapen berucht. DDT was een van de meest effectieve middelen voor het verdelgen van muggen; de meeste toepassingen zijn nu om milieu-redenen verboden maar DDT is weer toegestaan en wordt ook aanbevolen (WHO) voor muurimpregnatie in malariagebieden. Andere verdelgingsmiddelen zijn bijvoorbeeld middelen uit de groep pyrethroiden.

Een probleem met muggen is dat ze vrij snel resistentie tegen bestrijdingsmiddelen kunnen ontwikkelen, en mogelijk ook kruisresistentie (dat wil zeggen dat ze ook resistent worden voor chemisch gelijkende middelen). Ook de parasieten die zij dragen (zoals malaria) ontwikkelen snel resistentie. Andere methoden voor bestrijding van muggen zijn daarom het inperken van hun leefmilieu, bijvoorbeeld het dempen van poeltjes en moerassen en het uitzetten van vissen die muggenlarven eten. Het dempen van moerassen is een belangrijke oorzaak van het verdwijnen van malaria uit Europa. Tot begin 1900 kwam de ziekte ook in Nederland voor (moeraskoorts, een minder levensbedreigende variant).

Dus: welk aandeel neonicotinoide bestrijdingsmiddelen hebben in de sterfte van honingbijen is (nog) niet duidelijk. Mogelijk draagt hun complexe samenlevingsvorm bij aan het risico van besmetting (mijten en ziektes) en effecten van gedragsverandering (gifstoffen, fourageergedrag door gebrek aan geschikte planten). Daartegenover lijken muggen behoorlijk "robuust". De bestrijding van muggen, met name de dragers van malaria en andere ernstige ziektes, blijft een uitdaging.

(1) T. Blacquière et al. (2012). Neonicotinoids in bees: a review on concentrations, side-effects and risk assessment. Ecotoxicology 21: 973-992.

Meer informatie:

Terug naar de vragen

Laatst gewijzigd:18 augustus 2017 16:05