Publication

Waarom oud eten er toe doet

Arnoldussen, S., Nov-2018, In : De Spieker. 39, p. 12-13 2 p.

Research output: Contribution to journalArticlePopular

Voedsel is meer dan een biologisch noodzakelijke randvoorwaarde van ons bestaan. Uit de beperkte populariteit of verspreiding van lokaal courante lekkernijen – zoals de eierbal in het noorden of zuurvlees in het zuiden – buiten hun brongebied, is al duidelijk dat in ons eten regionale cultuurpatronen gecodeerd zijn. Denk in dat licht ook aan de taalkundige grens tussen groepen die “friet” zeggen en groepen die “patat” zeggen. Net als andere cultuuraspecten is ook voedsel aan modes onderhevig. Waar elke zichzelf respecterende hipster momenteel chiazaad en quinoa op het menu heeft staan, waren dit 10 jaar terug nauwelijks gegeten gewassen. Een andere aansprekende casus is de ‘patat kapsalon’, die van een snackbarbestelling van een enkele kapsaloneigenaar te Rotterdam in 2003, uitgroeide tot een snack die landelijk op menukaarten van de betere snackbars prijkt. Binnen een zeer korte tijdsspanne, kan dus eetcultuur in het heden veranderen. Hoewel voor de prehistorie door een veelheid aan redenen – zoals het ontbreken van massacommunicatie, transport en geldeconomie –een lagere snelheid van verandering in eetgewoonten verwacht mag worden, hoeft de relatie tussen identiteit en eetpatroon niet minder sterk te zijn geweest. Dat maakt patronen van voedselconsumptie in het verleden spannende kost voor archeologen: waarom houden mensen vast aan ‘traditioneel’ voedsel? Wanneer en waarom verandert het eetpatroon? Een aansprekend voorbeeld is te vinden in de Romeinse Tijd. Met de integratie van onze streken in het Romeinse bestuurs- en economische model, hangen diverse veranderingen in voedselcultuur samen. De Romeinse eetcultuur bracht noviteiten zoals koriander, dille, mosterd, vijgen, dadels en pijnboompitten naar gebieden waar deze eerder onbekend waren (bijv. Pals 1997). Hierbij is het aantreffen van de laatste drie gewassen in een tempelcomplex te Nijmegen eenvoudig te duiden als het continueren van mediterrane depositiepatronen binnen de cultus van het Romeinse pantheon. Spannender is het aantreffen van het planten zoals koriander en druiven op inheemse nederzettingen, waarin we ook – met name in de bouwwijze en aankleding van gebouwen – emulatie van Romeinse leefwijzen menen te herkennen (Wesselingh 2000, 157; Kubiak-Martens & Hänninen 2003, 142; Heeren 2009, 254-255). Voedsel speelt hierbinnen een verre van triviale rol: een gebied is betrekkelijk eenvoudig militair te onderwerpen, maar wat mensen in hun eigen keuken doen laat zich zelden door een overheersen bepalen. Een verandering van eten of bereidingswijze laat dus een cultuuromslag zien die voornamelijk vanuit de gemeenschap zelf gedragen wordt (maar uiteraard wel beïnvloed door beschikbaarheid van voedseltypen en kennis van bereidingswijzen).
Original languageDutch
Pages (from-to)12-13
Number of pages2
JournalDe Spieker
Volume39
Publication statusPublished - Nov-2018

    Keywords

  • palaeobotany, food, archaeology

Download statistics

No data available

ID: 72328622