Publication

The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies

Noordermeer, E., 2006, s.n.. 338 p.

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)Academic

APA

Noordermeer, E. (2006). The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies. s.n.

Author

Noordermeer, Edo. / The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies. s.n., 2006. 338 p.

Harvard

Noordermeer, E 2006, 'The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies', Doctor of Philosophy.

Standard

The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies. / Noordermeer, Edo.

s.n., 2006. 338 p.

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)Academic

Vancouver

Noordermeer E. The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies. s.n., 2006. 338 p.


BibTeX

@phdthesis{3f86c99308c64b02b5c32d7531bf0ab6,
title = "The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies",
abstract = "Het is al lang bekend dat het heelal veel meer materie bevat dan we kunnen waarnemen in de vorm van sterren en gas. Naast deze 'zichtbare materie' moet er ook veel zogenaamde 'donkere materie' zijn, materie die geen elektromagnetische straling uitzendt en wier aanwezigheid we alleen kunnen afleiden uit de zwaartekracht die ze uitoefent op haar omgeving. Hoewel de bewijzen voor het bestaan van donkere materie overtuigend zijn, is er nog erg weinig bekend over de ware aard van deze mysterieuze substantie. In sterrenstelsels kan de aanwezigheid van donkere materie worden aangetoond door de rotatiesnelheden van sterren en gas rondom het centrum van de stelsels te meten. Sinds het eind van de jaren zeventig is het bekend dat gas en sterren in de buitendelen van spiraal sterrenstelsels veel sneller roteren dan verklaard kan worden uit de zwaartekracht van de zichtbare materie. Het verschil tussen de waargenomen snelheden en voorspellingen op basis van de waargenomen lichtverdeling, kan gebruikt worden om de hoeveelheid donkere materie te bepalen. In dit proefschrift beschrijf ik een onderzoek naar de relatie tussen zichtbare en donkere materie in vroeg-type spiraal sterrenstelsels. Dit is een sub-klasse van spiraalstelsels met een heldere centrale verdikking en diffuse, strakgewonden spiraalarmen. Deze klasse bevat de zwaarste en helderste van alle spiraalstelsels. Tot voor kort was er echter maar weinig bekend over de eigenschappen van donkere materie in deze stelsels. Met behulp van de radiotelescoop van Westerbork en optische telescopen van de sterrenwacht op La Palma zijn de verdeling en bewegingen van sterren en gas in een representatief sample vroeg-type spiraalstelsels in kaart gebracht. Speciale aandacht is besteed aan een nauwkeurige bepaling van de variatie van de rotatiesnelheden met afstand tot het centrum van de stelsels. Door alle beschikbare gegevens te cominberen is vervolgens getracht de verdeling van donkere materie te bepalen.",
author = "Edo Noordermeer",
note = "date_submitted:2006 Rights: University of Groningen",
year = "2006",
language = "English",
isbn = "9036724902",
publisher = "s.n.",

}

RIS

TY - THES

T1 - The distribution of Gas, Stars and Dark Matter in early-type disk galaxies

AU - Noordermeer, Edo

N1 - date_submitted:2006 Rights: University of Groningen

PY - 2006

Y1 - 2006

N2 - Het is al lang bekend dat het heelal veel meer materie bevat dan we kunnen waarnemen in de vorm van sterren en gas. Naast deze 'zichtbare materie' moet er ook veel zogenaamde 'donkere materie' zijn, materie die geen elektromagnetische straling uitzendt en wier aanwezigheid we alleen kunnen afleiden uit de zwaartekracht die ze uitoefent op haar omgeving. Hoewel de bewijzen voor het bestaan van donkere materie overtuigend zijn, is er nog erg weinig bekend over de ware aard van deze mysterieuze substantie. In sterrenstelsels kan de aanwezigheid van donkere materie worden aangetoond door de rotatiesnelheden van sterren en gas rondom het centrum van de stelsels te meten. Sinds het eind van de jaren zeventig is het bekend dat gas en sterren in de buitendelen van spiraal sterrenstelsels veel sneller roteren dan verklaard kan worden uit de zwaartekracht van de zichtbare materie. Het verschil tussen de waargenomen snelheden en voorspellingen op basis van de waargenomen lichtverdeling, kan gebruikt worden om de hoeveelheid donkere materie te bepalen. In dit proefschrift beschrijf ik een onderzoek naar de relatie tussen zichtbare en donkere materie in vroeg-type spiraal sterrenstelsels. Dit is een sub-klasse van spiraalstelsels met een heldere centrale verdikking en diffuse, strakgewonden spiraalarmen. Deze klasse bevat de zwaarste en helderste van alle spiraalstelsels. Tot voor kort was er echter maar weinig bekend over de eigenschappen van donkere materie in deze stelsels. Met behulp van de radiotelescoop van Westerbork en optische telescopen van de sterrenwacht op La Palma zijn de verdeling en bewegingen van sterren en gas in een representatief sample vroeg-type spiraalstelsels in kaart gebracht. Speciale aandacht is besteed aan een nauwkeurige bepaling van de variatie van de rotatiesnelheden met afstand tot het centrum van de stelsels. Door alle beschikbare gegevens te cominberen is vervolgens getracht de verdeling van donkere materie te bepalen.

AB - Het is al lang bekend dat het heelal veel meer materie bevat dan we kunnen waarnemen in de vorm van sterren en gas. Naast deze 'zichtbare materie' moet er ook veel zogenaamde 'donkere materie' zijn, materie die geen elektromagnetische straling uitzendt en wier aanwezigheid we alleen kunnen afleiden uit de zwaartekracht die ze uitoefent op haar omgeving. Hoewel de bewijzen voor het bestaan van donkere materie overtuigend zijn, is er nog erg weinig bekend over de ware aard van deze mysterieuze substantie. In sterrenstelsels kan de aanwezigheid van donkere materie worden aangetoond door de rotatiesnelheden van sterren en gas rondom het centrum van de stelsels te meten. Sinds het eind van de jaren zeventig is het bekend dat gas en sterren in de buitendelen van spiraal sterrenstelsels veel sneller roteren dan verklaard kan worden uit de zwaartekracht van de zichtbare materie. Het verschil tussen de waargenomen snelheden en voorspellingen op basis van de waargenomen lichtverdeling, kan gebruikt worden om de hoeveelheid donkere materie te bepalen. In dit proefschrift beschrijf ik een onderzoek naar de relatie tussen zichtbare en donkere materie in vroeg-type spiraal sterrenstelsels. Dit is een sub-klasse van spiraalstelsels met een heldere centrale verdikking en diffuse, strakgewonden spiraalarmen. Deze klasse bevat de zwaarste en helderste van alle spiraalstelsels. Tot voor kort was er echter maar weinig bekend over de eigenschappen van donkere materie in deze stelsels. Met behulp van de radiotelescoop van Westerbork en optische telescopen van de sterrenwacht op La Palma zijn de verdeling en bewegingen van sterren en gas in een representatief sample vroeg-type spiraalstelsels in kaart gebracht. Speciale aandacht is besteed aan een nauwkeurige bepaling van de variatie van de rotatiesnelheden met afstand tot het centrum van de stelsels. Door alle beschikbare gegevens te cominberen is vervolgens getracht de verdeling van donkere materie te bepalen.

M3 - Thesis fully internal (DIV)

SN - 9036724902

SN - 9036724899

PB - s.n.

ER -

ID: 2832743