Publication

The development of understanding through writing

Baaijen, V. M., 2012, Groningen: s.n.. 262 p.

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)Academic

APA

Baaijen, V. M. (2012). The development of understanding through writing. Groningen: s.n.

Author

Baaijen, Veerle Marije. / The development of understanding through writing. Groningen : s.n., 2012. 262 p.

Harvard

Baaijen, VM 2012, 'The development of understanding through writing', Doctor of Philosophy, University of Groningen, Groningen.

Standard

The development of understanding through writing. / Baaijen, Veerle Marije.

Groningen : s.n., 2012. 262 p.

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)Academic

Vancouver

Baaijen VM. The development of understanding through writing. Groningen: s.n., 2012. 262 p.


BibTeX

@phdthesis{791b8f9c921b47a984cc9a16e3534e94,
title = "The development of understanding through writing",
abstract = "In dit proefschrift staat de vraag centraal op welke wijze schrijven bijdraagt aan leereffecten. Om meer inzicht te krijgen in deze kwestie worden de twee belangrijkste stromingen binnen het cognitieve procesonderzoek naar schrijven ge{\"e}valueerd (Flower & Hayes, 1980; Bereiter & Scardamalia, 1987; Galbraith, 2009). Om de claims over leereffecten door schrijven van de concurrerende modellen uit deze benaderingen te kunnen vergelijken, zijn binnen dit onderzoek naar de ontwikkeling van begrip door schrijven steeds zowel de achterliggende cognitieve processen als de subjectieve beoordelingen van studenten over hun begrip als uitgangspunt genomen voor analyses. Om de schrijfprocessen te kunnen onderzoeken, is gebruik gemaakt van toetsaanslagregistratiedata met behulp van Inputlog (Leijten & Van Waes, 2006). Om het begrip vast te stellen, is gebruik gemaakt van een subjectieve beoordeling door de schrijvers zelf. Hieronder zal eerst het theoretische kader van dit onderzoek uiteengezet worden. Daarna wordt kort ingegaan op de vier verschillende empirische studies die centraal staan in dit proefschrift. Ten slotte zal er een samenvatting worden gegeven van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Het probleemoplossingsparadigma Binnen de cognitieve psychologie is ‘probleemoplossen’ een centraal begrip. Men gaat ervan uit dat individuen bij het oplossen van problemen op een strategische wijze gebruikmaken van de informatie die zij tot hun beschikking hebben (Bochardt, 1984). Flower en Hayes (1980) hebben dit robleemoplossingsparadigma toegepast op het schrijven van teksten en hebben schrijven hierbij getypeerd als een cognitief probleem dat de schrijver op de een of andere manier moet oplossen. Door dit en aanverwant onderzoek is de visie op het schrijfgedrag vanaf de jaren ’80 veranderd. Schrijven wordt niet langer gezien als een lineaire omzetting van gedachten in geschreven taal, maar als een recursief proces waarin verschillende factoren een rol spelen en waarin planning, formuleren en revisie elkaar afwisselen (Flower & Hayes, 1980). Tijdens een schrijftaak moet een schrijver verschillende schrijfprocessen organiseren. Zo moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over problemen die hij tegenkomt en moet hij nadenken over mogelijke oplossingen voor die problemen. Ook moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over idee{\"e}n, over de opbouw van de tekst en over de wijze van formuleren. Verder moet de schrijver rekening houden met de opdracht en met het publiek waarvoor de tekst geschreven wordt. Als laatste moet de schrijver schrijfdoelen bepalen en plannen ontwikkelen om die schrijfdoelen te bereiken. Dit alles maakt schrijven een complex proces (Bochardt, 1984).",
keywords = "Proefschriften (vorm), Cognitieve processen, Leren, Schrijven, schrijven",
author = "Baaijen, {Veerle Marije}",
note = "Relation: https://www.rug.nl/ Rights: University of Groningen",
year = "2012",
language = "English",
isbn = "978-90-367-5842-0",
publisher = "s.n.",
school = "University of Groningen",

}

RIS

TY - THES

T1 - The development of understanding through writing

AU - Baaijen, Veerle Marije

N1 - Relation: https://www.rug.nl/ Rights: University of Groningen

PY - 2012

Y1 - 2012

N2 - In dit proefschrift staat de vraag centraal op welke wijze schrijven bijdraagt aan leereffecten. Om meer inzicht te krijgen in deze kwestie worden de twee belangrijkste stromingen binnen het cognitieve procesonderzoek naar schrijven geëvalueerd (Flower & Hayes, 1980; Bereiter & Scardamalia, 1987; Galbraith, 2009). Om de claims over leereffecten door schrijven van de concurrerende modellen uit deze benaderingen te kunnen vergelijken, zijn binnen dit onderzoek naar de ontwikkeling van begrip door schrijven steeds zowel de achterliggende cognitieve processen als de subjectieve beoordelingen van studenten over hun begrip als uitgangspunt genomen voor analyses. Om de schrijfprocessen te kunnen onderzoeken, is gebruik gemaakt van toetsaanslagregistratiedata met behulp van Inputlog (Leijten & Van Waes, 2006). Om het begrip vast te stellen, is gebruik gemaakt van een subjectieve beoordeling door de schrijvers zelf. Hieronder zal eerst het theoretische kader van dit onderzoek uiteengezet worden. Daarna wordt kort ingegaan op de vier verschillende empirische studies die centraal staan in dit proefschrift. Ten slotte zal er een samenvatting worden gegeven van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Het probleemoplossingsparadigma Binnen de cognitieve psychologie is ‘probleemoplossen’ een centraal begrip. Men gaat ervan uit dat individuen bij het oplossen van problemen op een strategische wijze gebruikmaken van de informatie die zij tot hun beschikking hebben (Bochardt, 1984). Flower en Hayes (1980) hebben dit robleemoplossingsparadigma toegepast op het schrijven van teksten en hebben schrijven hierbij getypeerd als een cognitief probleem dat de schrijver op de een of andere manier moet oplossen. Door dit en aanverwant onderzoek is de visie op het schrijfgedrag vanaf de jaren ’80 veranderd. Schrijven wordt niet langer gezien als een lineaire omzetting van gedachten in geschreven taal, maar als een recursief proces waarin verschillende factoren een rol spelen en waarin planning, formuleren en revisie elkaar afwisselen (Flower & Hayes, 1980). Tijdens een schrijftaak moet een schrijver verschillende schrijfprocessen organiseren. Zo moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over problemen die hij tegenkomt en moet hij nadenken over mogelijke oplossingen voor die problemen. Ook moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over ideeën, over de opbouw van de tekst en over de wijze van formuleren. Verder moet de schrijver rekening houden met de opdracht en met het publiek waarvoor de tekst geschreven wordt. Als laatste moet de schrijver schrijfdoelen bepalen en plannen ontwikkelen om die schrijfdoelen te bereiken. Dit alles maakt schrijven een complex proces (Bochardt, 1984).

AB - In dit proefschrift staat de vraag centraal op welke wijze schrijven bijdraagt aan leereffecten. Om meer inzicht te krijgen in deze kwestie worden de twee belangrijkste stromingen binnen het cognitieve procesonderzoek naar schrijven geëvalueerd (Flower & Hayes, 1980; Bereiter & Scardamalia, 1987; Galbraith, 2009). Om de claims over leereffecten door schrijven van de concurrerende modellen uit deze benaderingen te kunnen vergelijken, zijn binnen dit onderzoek naar de ontwikkeling van begrip door schrijven steeds zowel de achterliggende cognitieve processen als de subjectieve beoordelingen van studenten over hun begrip als uitgangspunt genomen voor analyses. Om de schrijfprocessen te kunnen onderzoeken, is gebruik gemaakt van toetsaanslagregistratiedata met behulp van Inputlog (Leijten & Van Waes, 2006). Om het begrip vast te stellen, is gebruik gemaakt van een subjectieve beoordeling door de schrijvers zelf. Hieronder zal eerst het theoretische kader van dit onderzoek uiteengezet worden. Daarna wordt kort ingegaan op de vier verschillende empirische studies die centraal staan in dit proefschrift. Ten slotte zal er een samenvatting worden gegeven van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Het probleemoplossingsparadigma Binnen de cognitieve psychologie is ‘probleemoplossen’ een centraal begrip. Men gaat ervan uit dat individuen bij het oplossen van problemen op een strategische wijze gebruikmaken van de informatie die zij tot hun beschikking hebben (Bochardt, 1984). Flower en Hayes (1980) hebben dit robleemoplossingsparadigma toegepast op het schrijven van teksten en hebben schrijven hierbij getypeerd als een cognitief probleem dat de schrijver op de een of andere manier moet oplossen. Door dit en aanverwant onderzoek is de visie op het schrijfgedrag vanaf de jaren ’80 veranderd. Schrijven wordt niet langer gezien als een lineaire omzetting van gedachten in geschreven taal, maar als een recursief proces waarin verschillende factoren een rol spelen en waarin planning, formuleren en revisie elkaar afwisselen (Flower & Hayes, 1980). Tijdens een schrijftaak moet een schrijver verschillende schrijfprocessen organiseren. Zo moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over problemen die hij tegenkomt en moet hij nadenken over mogelijke oplossingen voor die problemen. Ook moet een schrijver tijdens het schrijven nadenken over ideeën, over de opbouw van de tekst en over de wijze van formuleren. Verder moet de schrijver rekening houden met de opdracht en met het publiek waarvoor de tekst geschreven wordt. Als laatste moet de schrijver schrijfdoelen bepalen en plannen ontwikkelen om die schrijfdoelen te bereiken. Dit alles maakt schrijven een complex proces (Bochardt, 1984).

KW - Proefschriften (vorm)

KW - Cognitieve processen

KW - Leren

KW - Schrijven

KW - schrijven

M3 - Thesis fully internal (DIV)

SN - 978-90-367-5842-0

PB - s.n.

CY - Groningen

ER -

ID: 2168439