Publication

Symptoms of Distress and Imbalance in Children: A Study About the Effects of Individual and Environmental Factors on Symptoms of Distress and Imbalance in Children.

Nijboer, J. M., 2009, 116 p.

Research output: Working paperAcademic

Copy link to clipboard

Documents

  • J.M. Nijboer
Samenvatting Inleiding In Nederlandse media wordt wel eens gesuggereerd dat kinderen het steeds drukker zouden krijgen. Naast een volle agenda, zouden kinderen steeds meer aan hun hoofd hebben doordat kinderen vaker opgroeien met gescheiden ouders, doordat de druk om te presteren op school toeneemt, etc.. Het is vaak onduidelijk waar deze meningen op gebaseerd zijn en, als ze een grond van waarheid zouden bevatten, om welke kinderen het gaat en hoe erg het is. Teneinde hier wat meer zicht op te krijgen, is een onderzoek uitgevoerd, gericht op de vraag welke factoren een rol spelen bij stress en overbelasting bij kinderen. Methode Er is een vragenlijst afgenomen in groep 7 en 8 op 14 scholen in Noord-Drenthe. In totaal hebben 406 kinderen (10-13 jaar) en 19 leerkrachten deelgenomen aan het onderzoek. De kinderen vulden vragen in over fysiek en psychisch welbevinden, humeur, zelfbeeld, thuis, school, leeftijdgenoten, coherentiegevoel en coping. Terwijl de vragenlijst bij de kinderen klassikaal werd afgenomen, vulden de leerkrachten over elke leerling een aantal vragen in m.b.t. eventuele beperkingen (ziekte, stoornis, leerprobleem), schoolprestaties, symptomen van hyperactiviteit en aandachtstekort, emotionele symptomen en problemen met leeftijdgenoten. Prevalentie Eerst is uitgezocht in hoeverre symptomen van stress en overbelasting bij kinderen überhaupt voorkomen. Deze symptomen zijn gemeten middels de factoren Kwaliteit van Leven (Fysiek Welbevinden, Psychisch welbevinden, Stemming en Emoties), Psychosomatische Symptomen (Emotionele Symptomen, Fysieke Klachten), Schoolabsentie en Hyperactiviteit/Aandachtstekort. De 406 kinderen in de steekproef bleken een relatief hoge kwaliteit van leven te hebben: 38.4% heeft een hoge score op Fysiek Welbevinden (normgroep: 31%), 41.4% heeft een hoge score op Psychisch Welbevinden (normgroep: 31%) en 33.5% heeft een hoge score op Stemming en Emoties (normgroep: 31%). Er zijn geen bijzonderheden gevonden met betrekking tot Psychosomatische Symptomen (Emotionele Symptomen, Fysieke Klachten), Schoolabsentie en Hyperactiviteit/Aandachtstekort. Individuele factoren Vervolgens is uitgezocht welke individuele factoren samenhangen met symptomen van stress en overbelasting. Kinderen met hogere ambities en betere schoolpresaties vertoonden minder symptomen van Hyperactiviteit/Aandachtstekort. Daarnaast scoorden kinderen met een positief zelfbeeld en een effectieve copingstijl hoger op de aspecten van Kwaliteit van Leven (Fysiek Welbevinden, Psychisch welbevinden, Stemming en Emoties). De belangrijkste factor bleek de aanwezigheid van een beperking (ziekte, stoornis, leerprobleem): kinderen met een beperking lieten op alle domeinen meer symptomen van stress en overbelasting zien dan kinderen zonder een beperking. Van de kinderen met een beperking heeft 30.6% een lage score op Fysiek Welbevinden (kinderen zonder beperking: 21.6%), 24.5% heeft een lage score op Psychisch Welbevinden (kinderen zonder beperking: 15.8%) en 32.0% heeft een lage score op Stemming en Emoties (kinderen zonder beperking: 22.8%). Volgens de leerkrachten vertonen de kinderen met beperkingen ook meer Emotionele Symptomen (9.7 % van de kinderen met een beperking vs. 2.3% van de kinderen zonder beperking), meer Fysieke Klachten (6.2% van de kinderen met een beperking vs. 1.2% van de kinderen zonder beperking), en meer symptomen van Hyperactiviteit en Aandachtstekort (14.6% van de kinderen met een beperking vs. 9.3% van de kinderen zonder beperking). Daarnaast zijn ze volgens de leerkrachten vaker afwezig (6.8% van de kinderen met een beperking is vaak afwezig vs. 2.7% van de kinderen zonder beperking). Omgevingsfactoren Verschillende omgevingsfactoren (op school, in de thuissituatie en met leeftijdgenoten) bleken ook samen te hangen met symptomen van stress en overbelasting. De verschillende aspecten van Kwaliteit van Leven (Fysiek Welbevinden, Psychisch welbevinden, Stemming en Emoties), zijn hoger bij kinderen die zich thuis en op school op hun gemak voelen, die zich geaccepteerd voelen door leeftijdgenoten, die voldoende sociale steun ervaren en beschikken over voldoende financiële middelen. Daarnaast bleken de gezinssamenstelling (kerngezin vs. niet-traditionele gezinsvormen zoals éénouder gezin) en het meemaken van ‘life-events’ (bv. echtscheiding van de ouders) samen te hangen met Psychisch welbevinden en met Psychosomatische Symptomen (Emotionele Symptomen, Fysieke Klachten). Van de kinderen in kerngezinnen heeft 16.1% een lage score op Psychisch Welbevinden, terwijl 33.3% van de kinderen in een niet-traditioneel gezin een lage score op Psychisch Welbevinden heeft. Volgens de leerkrachten komen Psychosomatische Symptomen ook vaker voor bij kinderen in niet-traditionele gezinnen. 11.5% van de kinderen in niet-traditionele gezinnen laten af en toe Emotionele Symptomen (zoals onzeker, angstig en snel overstuur) zien, versus 2.9% van de kinderen in kerngezinnen. Kinderen in niet-traditionele gezinnen vertonen ook vaker Fysieke Klachten: 6.6% van de kinderen in niet-traditionele gezinnen vs. 2.3% van de kinderen in kerngezinnen. Voor kinderen die een life-event hebben meegemaakt, zijn de percentages in hoge mate vergelijkbaar. Coherentiegevoel en autonomie Hoe een individu de gebeurtenissen in zijn/haar omgeving ervaart, kan een rol spelen in het ontstaan van stress en overbelasting. Met andere woorden, wat voor de één stressvol is, hoeft dat voor de ander nog niet te zijn. Dit geldt niet alleen voor volwassenen, maar ook voor kinderen. Daarom zijn de factoren Coherentiegevoel (de mate waarin een individu situaties als begrijpelijk, hanteerbaar en zinvol ervaart) en Gevoelens van Autonomie (keuzevrijheid en onafhankelijkheid) opgenomen. Kinderen die voldoende autonomie ervaren en kinderen met een sterk coherentiegevoel scoorden hoger op de aspecten van Kwaliteit van Leven (Fysiek Welbevinden, Psychisch Welbevinden, Stemming en Emoties). Psychisch Welbevinden en Emoties Tot slot is uitgezocht wat voor gezamenlijk effect verschillende factoren hebben op symptomen van stress en overbelasting bij kinderen, met name wat betreft Psychisch Welbevinden en Emoties. Psychisch welbevinden en Emoties bleken voor een groot deel bepaald te worden door de thuissituatie, coherentiegevoel, en sociale acceptatie door leeftijdgenoten. Met andere woorden, kinderen die zich thuis op hun gemak voelen, die situaties als begrijpelijk, hanteerbaar en zinvol ervaren, en die zich sociaal geaccepteerd voelen door leeftijdgenoten, zijn gelukkiger en in een beter humeur. Conclusie Met de overgrote meerderheid van de kinderen in de steekproef is niets aan de hand: 57.4% voelt zich thuis op zijn gemak, ervaart situaties als begrijpelijk, hanteerbaar en zinvol, en voelt zich sociaal geaccepteerd door leeftijdgenoten. Deze kinderen zijn doorgaans gelukkig en in een goed humeur en zijn dus goed ‘beschermd’ tegen stress en overbelasting. Een kleine groep (6.6%) voelt zich thuis niet op zijn gemak, ervaart situaties als onbegrijpelijk, moeilijk hanteerbaar en zinloos, en voelt zich niet geaccepteerd door leeftijdgenoten. Dit zijn de kinderen die zich ongelukkig voelen en geen plezier in het leven ervaren. Deze kinderen zijn mogelijk vatbaar voor stress en overbelasting. In dit onderzoek naar symptomen van stress en overbelasting bij kinderen bleek coherentiegevoel een belangrijke rol te spelen. Coherentiegevoel bepaalt mede de manier waarop een persoon situaties ervaart, en dus de mate waarin deze als stressvol ervaren worden. Daarom kan het zinvol zijn om met name bij de kinderen die vatbaar zijn voor stress en overbelasting aandacht te besteden aan het verhogen van hun coherentiegevoel. Aangezien er nog weinig bekend is over coherentiegevoel bij kinderen, zal hier eerst meer onderzoek naar gedaan moeten worden.
Original languageDutch
Number of pages116
Publication statusPublished - 2009

View graph of relations

Download statistics

No data available

ID: 14620531