Publication

Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie

Hulsebosch, J. & Wielers, R., 5-Jul-2018, In : Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. 34, 2, p. 200-220 21 p.

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

APA

Hulsebosch, J., & Wielers, R. (2018). Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 34(2), 200-220.

Author

Hulsebosch, Jesse ; Wielers, Rudi. / Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie. In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. 2018 ; Vol. 34, No. 2. pp. 200-220.

Harvard

Hulsebosch, J & Wielers, R 2018, 'Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie', Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, vol. 34, no. 2, pp. 200-220.

Standard

Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie. / Hulsebosch, Jesse; Wielers, Rudi.

In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, Vol. 34, No. 2, 05.07.2018, p. 200-220.

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Vancouver

Hulsebosch J, Wielers R. Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. 2018 Jul 5;34(2):200-220.


BibTeX

@article{9f7f61ab86344a899100385fbba9343e,
title = "Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie",
abstract = "Het onderhavige artikel onderzoekt in hoeverre er verschillen bestaan in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie naar functieniveau, opleidingsniveau, inkomen en arbeidszekerheid. Startpunt is het uit ouder onderzoek bekende resultaat dat mensen met een betere positie op de arbeidsmarkt meer intrinsiek en mensen met een minder goede positie meer extrinsiek zijn gemotiveerd. Op basis van theorie{\"e}n van intrinsieke en extrinsieke motivatie werken we hypothesen uit waarin we poneren dat grotere autonomie en ontwikkelingsmogelijkheden leiden tot een sterkere intrinsieke, en geldzorgen en werkonzekerheid tot een grotere extrinsieke motivatie. We toetsen de hypothesen op de werknemers in de ESS 2010. Verschillen in intrinsieke motivatie worden sterk bepaald door functieniveau, opleidingsniveau en arbeidszekerheid, maar niet door financi{\"e}le positie. Verschillen in extrinsieke motivatie zijn, met uitzondering van geldzorgen, moeilijker te herleiden tot verschillen in ongelijkheid. We onderzoeken vervolgens of de verschillende dimensies extrinsieke en intrinsieke ori{\"e}ntatie te herleiden zijn tot {\'e}{\'e}n dimensie, ori{\"e}ntatie op een goede baan, en vinden daarvoor steun in de data. Ori{\"e}ntatie op een goede baan laat geen sterke samenhang met ongelijkheid zien. We concluderen dat de tot ongelijkheid te herleiden verschillen in intrinsieke en extrinsieke motivatie zijn vervaagd en plaats hebben gemaakt voor een minder aan ongelijkheid gerelateerde ori{\"e}ntatie op een goede baan.",
author = "Jesse Hulsebosch and Rudi Wielers",
year = "2018",
month = jul,
day = "5",
language = "Dutch",
volume = "34",
pages = "200--220",
journal = "Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken",
issn = "0169-2216",
number = "2",

}

RIS

TY - JOUR

T1 - Ongelijkheid en verschillen in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie

AU - Hulsebosch, Jesse

AU - Wielers, Rudi

PY - 2018/7/5

Y1 - 2018/7/5

N2 - Het onderhavige artikel onderzoekt in hoeverre er verschillen bestaan in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie naar functieniveau, opleidingsniveau, inkomen en arbeidszekerheid. Startpunt is het uit ouder onderzoek bekende resultaat dat mensen met een betere positie op de arbeidsmarkt meer intrinsiek en mensen met een minder goede positie meer extrinsiek zijn gemotiveerd. Op basis van theorieën van intrinsieke en extrinsieke motivatie werken we hypothesen uit waarin we poneren dat grotere autonomie en ontwikkelingsmogelijkheden leiden tot een sterkere intrinsieke, en geldzorgen en werkonzekerheid tot een grotere extrinsieke motivatie. We toetsen de hypothesen op de werknemers in de ESS 2010. Verschillen in intrinsieke motivatie worden sterk bepaald door functieniveau, opleidingsniveau en arbeidszekerheid, maar niet door financiële positie. Verschillen in extrinsieke motivatie zijn, met uitzondering van geldzorgen, moeilijker te herleiden tot verschillen in ongelijkheid. We onderzoeken vervolgens of de verschillende dimensies extrinsieke en intrinsieke oriëntatie te herleiden zijn tot één dimensie, oriëntatie op een goede baan, en vinden daarvoor steun in de data. Oriëntatie op een goede baan laat geen sterke samenhang met ongelijkheid zien. We concluderen dat de tot ongelijkheid te herleiden verschillen in intrinsieke en extrinsieke motivatie zijn vervaagd en plaats hebben gemaakt voor een minder aan ongelijkheid gerelateerde oriëntatie op een goede baan.

AB - Het onderhavige artikel onderzoekt in hoeverre er verschillen bestaan in intrinsieke en extrinsieke arbeidsmotivatie naar functieniveau, opleidingsniveau, inkomen en arbeidszekerheid. Startpunt is het uit ouder onderzoek bekende resultaat dat mensen met een betere positie op de arbeidsmarkt meer intrinsiek en mensen met een minder goede positie meer extrinsiek zijn gemotiveerd. Op basis van theorieën van intrinsieke en extrinsieke motivatie werken we hypothesen uit waarin we poneren dat grotere autonomie en ontwikkelingsmogelijkheden leiden tot een sterkere intrinsieke, en geldzorgen en werkonzekerheid tot een grotere extrinsieke motivatie. We toetsen de hypothesen op de werknemers in de ESS 2010. Verschillen in intrinsieke motivatie worden sterk bepaald door functieniveau, opleidingsniveau en arbeidszekerheid, maar niet door financiële positie. Verschillen in extrinsieke motivatie zijn, met uitzondering van geldzorgen, moeilijker te herleiden tot verschillen in ongelijkheid. We onderzoeken vervolgens of de verschillende dimensies extrinsieke en intrinsieke oriëntatie te herleiden zijn tot één dimensie, oriëntatie op een goede baan, en vinden daarvoor steun in de data. Oriëntatie op een goede baan laat geen sterke samenhang met ongelijkheid zien. We concluderen dat de tot ongelijkheid te herleiden verschillen in intrinsieke en extrinsieke motivatie zijn vervaagd en plaats hebben gemaakt voor een minder aan ongelijkheid gerelateerde oriëntatie op een goede baan.

M3 - Article

VL - 34

SP - 200

EP - 220

JO - Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken

JF - Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken

SN - 0169-2216

IS - 2

ER -

ID: 77066703