Publication

Effectieve kenmerken van een digitaal biologie practicum in het hoger onderwijs: Analyse van logfiles met een onderwijseffectiviteitsmodel

Beetsma, IJ., 2010, [S.l.]: s.n.. 245 p.

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)Academic

Copy link to clipboard

Documents

  • Chapter 3

    Final publisher's version, 192 KB, PDF document

  • References

    Final publisher's version, 102 KB, PDF document

  • Title and contents

    Final publisher's version, 92 KB, PDF document

  • English summary

    Final publisher's version, 53 KB, PDF document

  • Complete thesis

    Final publisher's version, 1 MB, PDF document

  • Chapter 5

    Final publisher's version, 189 KB, PDF document

  • Chapter 4

    Final publisher's version, 218 KB, PDF document

  • Acknowledgements

    Final publisher's version, 31 KB, PDF document

  • Chapter 7

    Final publisher's version, 240 KB, PDF document

  • Chapter 1

    Final publisher's version, 135 KB, PDF document

  • Annexes

    Final publisher's version, 358 KB, PDF document

  • Chapter 6

    Final publisher's version, 506 KB, PDF document

  • Chapter 2

    Final publisher's version, 191 KB, PDF document

  • IJtje Beetsma
Het onderzochte digitale biologie practicum is ingevoerd als vervanging van het gebruik van proefdieren in het onderwijs en wordt al jaren met succes in het universitaire onderwijs gebruikt. De vervanging van het gebruik van proefdieren bestaat uit videobeelden van experimenten. In voorliggend onderzoek is met behulp van het onderwijseffectiviteitmodel van Creemers (1994) nagegaan welke didactische kenmerken bijdragen aan het succes van dit practicum in termen van leerresultaat en tijdbesteding. Tijdbesteding aan de verschillende practicumonderdelen en antwoordpatroon van studenten zijn tijdens het doorlopen verzameld in zogenaamde logfiles en vormen de basis van voorliggend onderzoek. De effectieve en efficiënte instructiekenmerken in het model zijn ontleend aan onderzoek naar de effectiviteit van courseware en worden ingevuld vanuit drie leertheorieёn. Het voorliggend onderzoek laat zien dat het succes van het practicum wordt bepaald door het aanbieden van een sterk gestructureerde leeromgeving in de vorm van een onderwijsdialoog en een open toetsomgeving waarin de student door het online schrijven van een aantal kort essays de aangeboden leerstof samenvat. De lengte van het laatste essay is de grootste voorspeller van leerresultaat en vormt een bevestiging van eerdere onderzoeksresultaten (Page, 1994; Kaplan et al., 1998). Het practicum is opgezet volgens de principes van het beheersingsleren (Bloom, 1971): de student krijgt de gelegenheid de tijd te investeren die benodigd is om het gewenste beheersingsniveau te halen. Het voorliggend onderzoek laat zien dat dit principe alleen geldt voor het doornemen van verplichte leerstof. De instructional events van Gagne (1970) hebben als leidraad gediend bij het ontwerpen van het practicum. Het voorliggend onderzoek laat zien dat het doornemen van de inleiding effectief is Het onderzoek heeft een model opgeleverd dat als leidraad gebruikt worden bij het evalueren en ontwikkelen van courseware. Het model biedt ook de mogelijkheid om inzicht te krijgen in onderliggende cognitieve processen bij het leren.
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
Supervisors/Advisors
  • Creemers, B.P.M., Supervisor, External person
  • Guldemond, Hendrik, Co-supervisor
Award date28-Jan-2010
Place of Publication[S.l.]
Publisher
Print ISBNs9789036741187
Electronic ISBNs9789036741194
Publication statusPublished - 2010

Download statistics

No data available

ID: 2056282