Publication

Diagnostiek van koemelkallergie op het consultatiebureau aanzienlijk verbeterd door dubbelblinde provocatietest

Boerstra, B., Tissen, I. & Sprikkelman, A., 2015, In : Nederlands tijdschrift voor allergie & astma. 15, 1, p. 25-28 4 p.

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Copy link to clipboard

Documents

  • Diagnostiek van koemelkallergie op het consultatiebureau aanzienlijk verbeterd door dubbelblinde provocatietest

    Final publisher's version, 123 KB, PDF document

    Request copy

In de nieuwe nationale richtlijn Diagnostiek van koemelkallergie bij kinderen in Nederland wordt de dubbelblinde,
placebogecontroleerde provocatietest (DBPGVP) met koemelk aanbevolen voor de diagnostiek
van koemelkallergie bij kinderen. Nieuw is dat voortaan ook in de eerste lijn, dus op de consultatiebureaus
en in huisartsenpraktijken, bij kinderen van 0-12 maanden met milde klachten, DBPGVP’s met
koemelk kunnen worden uitgevoerd.
Vanwege de nog ontbrekende vergoeding van de DBPGVP in de eerste lijn is deze test na de autorisatie
van de richtlijn in 2012 nog niet geïmplementeerd in de eerste lijn.
Onlangs is bekend geworden dat de DBPGVP met koemelk, uitgevoerd door de JGZ, m.i.v. 2015 wordt
vergoed. Dit opent de weg voor implementatie van de DBPGVP met koemelk in de JGZ.
Het doel van deze studie was om in de regio Eindhoven de effectiviteit van de DBPGVP voor de diagnostiek
van koemelkallergie op de consultatiebureaus van Zuidzorg te onderzoeken versus standaardzorg.
Hiertoe zijn de resultaten van de eerste vijftig DBPGVP’s bij flesgevoede kinderen, die zijn uitgevoerd
op de consultatiebureaus van Zuidzorg, retrospectief vergeleken met de resultaten van de laatste
vijftig, meestal thuis uitgevoerde open voedselprovocaties (OVP’s) volgens standaardzorg in diezelfde
regio.
In de groep met de OVP was de test bij 36/50 (72%) kinderen positief, bij 2/50 (4%) dubieus, en bij 12/50
(24%) negatief. In de groep met de DBPGVP was bij 13/50 kinderen (26%) de test positief, bij 4/50 (8%)
dubieus en bij 33/50 (66%) negatief. Het aantal positieve tests lag bij de DBPGVP’s significant lager dan
in de OVP-groep (p = 0,01).
Door de DBPGVP op het consultatiebureau daalde het aantal kinderen met de diagnose koemelkallergie
met maar liefst 46% ten opzichte van standaardzorg. Met de implementatie van de DBPGVP wordt
overdiagnostiek van milde koemelkallergie sterk teruggedrongen.
Original languageDutch
Pages (from-to)25-28
Number of pages4
JournalNederlands tijdschrift voor allergie & astma
Volume15
Issue number1
Publication statusPublished - 2015

ID: 61237624