Publication

Case Note: ECLI:NL:RVS:2018:3787

Wever, M., Feb-2019, In : AB Rechtspraak Bestuursrecht. 2019, 10, p. 659-662 AB 2019/98.

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Copy link to clipboard

Documents

  • Case note: ECLI:NL:RVS:2018:3787

    Final publisher's version, 227 KB, PDF-document

    Request copy

De minister heeft zich in het besluit van 10 mei 2017 op het standpunt gesteld dat hij geen rekening kan houden met de door appellant in bezwaar overgelegde medische stukken, omdat appellant bijzondere omstandigheden uiterlijk tijdens de telefonische hoorzitting op 9 september 2016 naar voren had moeten brengen en dat het te laat is om rekening met deze omstandigheden te houden. Anders dan de minister stelt betekent de omstandigheid dat appellant die stukken pas in de bezwaarfase heeft overgelegd, niet dat die stukken niet bij de beoordeling in bezwaar konden worden betrokken. De minister heeft de door appellant overgelegde medische stukken ten onrechte niet bij zijn beoordeling in bezwaar betrokken. Reeds hierom komt het besluit van 10 mei 2017 wegens strijd met art. 7:11 lid 1 Awb voor vernietiging in aanmerking.
Original languageDutch
Article numberAB 2019/98
Pages (from-to)659-662
JournalAB Rechtspraak Bestuursrecht
Volume2019
Issue number10
Publication statusPublished - Feb-2019

Court cases

CourtAfdeling Bestuursrechtspraak Raad van State
Date of judgement21/01/2018
ECLI IDECLI:NL:RVS:2018:3787
Case number201800675/1/V6

View graph of relations

ID: 78252363