Press/Media items

Huwelijksgidsen voor een deugdzame natie

Press/Media: ResearchPopular

30/10/1998

HONDERDEN BOEKEN vol goede raad en welgemeende adviezen uit de lange negentiende eeuw heeft de historica Marja van Tilburg met groot geduld doorgenomen voor haar Groningse proefschrift, Hoe hoorde het?...

BERNARD KRUITHOF 30 oktober 1998, 00:00

0

Voor het genre voorlichtingsboeken over het huwelijk had Cats in 1625 de toon gezet met zijn op rijm gezette werk, eeuwenlang een van de best verkochte boeken in Nederland. Maar tegen het einde van de achttiende eeuw komt er een kentering in het genre. Die verschuiving zit in de manier waarop de lezer wordt toegesproken, want in de kern veranderde er niet zoveel. Het pedagogische element werd veel pregnanter; hoe het hoorde, werd met angstaanjagende voorbeelden geïllustreerd. De lezer werd geacht er niet alleen maar kennis van te nemen, maar zich ook nog eens slecht en zondig te voelen wanneer hij of zij de regels overtrad.

Huwelijksgidsen boden vanaf de jaren tachtig van de achttiende eeuw in eerste instantie veelal positief getoonzette adviezen: over het doel van het huwelijk en de rolverdeling tussen man en vrouw. Echtelieden worden gemaand hun plichten jegens elkaar trouw te vervullen en vooral niet te hooggespannen verwachtingen te koesteren: was een partner 'vrij van ondeugden', dan was dat al heel wat.

Bij het kiezen van een partner werd indringend beschreven dat seksuele aantrekkelijkheid geen stabiele basis was voor een huwelijk. Bekwaamheid in handwerk en beroep voor de man, kwaliteiten in het huishouden voor de vrouw - dat waren de dingen waar het op aankwam. Ze moesten het wel goed met elkaar kunnen vinden en daarom was het van belang een partner te kiezen van gelijke stand, leeftijd en godsdienstige overtuiging. De man was dan wel het hoofd van het gezin, de vrouw had een eigen verantwoordelijkheid voor het voeren van de huishouding.

Ook al was dat alles niet bijster origineel, het nieuwe van de negentiende eeuw school in de detaillering, de nadruk op het belang van een geordend gezin voor een deugdzame natie en vooral in de geweldige hoeveelheid oorspronkelijk Nederlandse en vertaalde boeken waarin dit alles aan het lezende publiek werd voorgehouden.

Daarnaast, en dat is nog opvallender, komen er boeken uit die zich specifiek op jong-volwassenen richten. Van Tilburg vond voor haar onderzoek meer dan honderd titels bedoeld voor jongemannen, en bijna vijftig die zich richtten op meisjes en jonge vrouwen. Veel sterker dan bij Cats het geval was gaat het er in deze boeken om de jongelui zo ver te krijgen dat zij zich ook echt zullen houden aan de voorschriften.

Van Tilburg laat zien hoe dat gebeurt door allerhande stijlmiddelen, die de schrijvers bewust toepasten om het overredende effect het grootst te laten zijn. Krachtige overdrijving wordt niet geschuwd, nuances bij voorkeur gemeden, en waar mogelijk wordt geappelleerd aan angst voor ondergang en verderf door in saillante anekdotes de gevaren van een onverantwoorde levenswandel breed uit te meten.

Dat geldt overigens vooral voor de boeken die zich op jongemannen richtten. Want die waren, door het bruisen van hun bloed, het meest vatbaar voor verleiding en uitspattingen. Voor meisjes is de toon anders; hun wordt voorgehouden dat zij zich later aan het huishouden moeten wijden, en dat wordt niet voorgesteld als werk, maar als deugd. Huishoudelijke arbeid is steeds iets 'edels, verhevens, een moreel goed'.

Over seksualiteit werd vooral impliciet en in vage termen van beheersing gesproken. De strekking van de adviezen was betrekkelijk eenvoudig: seks mocht alleen binnen het huwelijk en niet daarvoor of daarbuiten. Tegelijkertijd beseffen de auteurs dat de hartstochten op jeugdige leeftijd sterk zijn. En dat de drijfveer om een huwelijkspartner te kiezen tenminste voor een deel 'zinnelijke aantrekkingskracht' is.

Zelfdiscipline en plichtsbesef worden daarom van harte aangemoedigd. Uitgaan en ledigheid worden gezien als gevaarlijke vijanden van kuisheid en ingetogenheid. In veel orthodox-protestantse en katholieke geschriften wordt over seksualiteit en hartstocht bij voorkeur gezwegen; men probeert vooral te laten voelen wat men bedoelt zonder het met zoveel woorden te zeggen.

In vrijzinnige geschriften lijkt de openhartigheid wat groter. Het liefst geeft men door een schokkend verhaal een waarschuwing en jaagt men angst aan door suggestief taalgebruik. Wie niet voorzichtig is, zal net als 'ontelbare meisjes, zoowel uit de voornaamste als uit de geringste standen, vallen en verloren gaan'. Van Tilburg wijst erop dat dit gebruik van het woord 'val' verwijst naar de zondeval, en daarom sterk werkt.

Net als in een preek wordt de lezers door sterke contrasten te schilderen duidelijk gemaakt dat een verantwoorde partnerkeuze niet te rijmen is met economische of fysieke aantrekkelijkheid. Het gaat immers om deugdzaamheid, niet om uiterlijkheden. Ziekte en verderf, zonde en hel, daarmee wordt de foute keuze verbonden.

Van Tilburg vindt het opvallend dat de gedragsvoorschriften zo geformuleerd zijn alsof de toegesproken jongelui inderdaad vrije en autonome mensen zijn, zelf verantwoordelijk voor hun eigen keuzen. De stijl zet de lezers aan tot zelfstandigheid. Gearrangeerde huwelijken komen in deze adviezen niet voor, al vinden de boeken ouderlijke instemming met de beoogde partner wel vaak een garantie voor een juiste keuze. Voor de jonge vrouwen is die zelfstandigheid overigens minder gewenst, want als zij trouwen dienen ze zich - binnen hun eigen verantwoordelijkheid voor een welbestierd huishouden - te schikken naar hun man, en als ze ongetrouwd zijn, blijven ze onder toezicht van haar ouders.

Het bewonderenswaardige van het boek is dat Van Tilburg de greep op het materiaal heeft behouden. Zij heeft zich ook niet laten verleiden tot de breedvoerigheid van veel negentiende-eeuwers. Het bronnenmateriaal, voorlichtingsboeken, is in ruwe vorm weinig opwindend en vooral heel veel van hetzelfde. Het vereist een bijzondere vorm van oplettendheid en analytisch vermogen om die verschuivingen op te merken die iets zeggen over veranderende visies op jongens en meisjes, jonge mannen en jonge vrouwen.

Tot de negentiende eeuw werden huwelijksboeken voor een algemeen publiek geschreven; in de manier van presenteren van die voorschriften zat weinig variatie. De herkenning aan het einde van de achttiende eeuw van een nieuwe fase in de ontwikkeling van kind naar volwassene, de puberteit, leidde ertoe dat auteurs zich specifieker tot juist die groep beïnvloedbare jongelieden gingen richten.

Ongevraagde adviezen zijn zelden welkom. Dat was natuurlijk in de negentiende eeuw niet veel anders dan tegenwoordig. Het is een open vraag wie al deze goedbedoelde adviesboeken kocht, las, eigen gedrag erdoor liet beïnvloeden. Het is niet onwaarschijnlijk, al besteedt Van Tilburg daaraan geen aandacht, dat ze voornamelijk werden gekocht door hetzelfde soort mensen waardoor ze ook geschreven werden: dominees, pastoors en onderwijzers. En dat de jongelui voor wie al deze aanbevelingen bedoeld waren, liever iets anders gingen doen dan ze te lezen.

Misschien is dat de verklaring waarom er nog zoveel van deze boeken in bibliotheken terug zijn te vinden. Want wat echt veel gelezen en gebruikt wordt, wordt maar zelden zorgvuldig bewaard.

Bernard Kruithof

Marja van Tilburg: Hoe hoorde het? - Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur, 1780-1890.

Het Spinhuis; 198 pagina's; * 45,-.

ISBN 90 5589 127 4.

References

  • Huwelijksgidsen voor een deugdzame natie

Related Prizes
  1. Marga Klompé Prijs

    Maria Tilburg, van (Recipient), 30-Oct-1998

    PrizeAcademic

View all (0) »

ID: 17381405