Press/Media items

Hoe hoorde het? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur, 1780-1890

Press/Media: ResearchPopular

01/12/2000

De titel geeft een onvolledig beeld van het onderwerp, want de bestudeerde adviesliteratuur
behandelt meer dan alleen sexualiteit en partnerkeuze.VanTilburgs bronnenmateriaal bestaat/
uit twee typen literatuur: gidsen met levenslessen voor jongvolwassenen en huwelijksadviesboeken,
waarin de auteurs uiteenzetten hoe een goed huisvader of een goede huisvrouw zich
dient te gedragen. Dit tweede genre richt zich meest tot degenen die de huwelijkse staat nog
moeten bereiken. Uiteenlopende zaken als de kostwinning, het bestieren van het huishouden
en de gezagsverhouding tussen echtelieden komen hier ter sprake. Door beide genres heen
loopt het verschil in de religieus-ideologische achtergrond van de auteurs. Op het eind van de
achttiende eeuw verschenen voor het eerst vrijzinnige adviesboeken, geënt op de christelijk
angehauchte Nederlandse Verlichting. Het wekt geen verbazing dat vele ervan binnen de kring
van het Nut tot stand kwamen. Dergelijke werken bleven ook in de negentiende eeuw uitkomen.
Daarnaast kreeg de adviesliteratuur van orthodox-protestantse snit een nieuwe impuls
door het Réveil, terwijl er, met de emancipatie van de katholieken in Nederland, in de loop van
die eeuw ook goede raad voor deze opkomende zuil op de markt kwam.
Van Tilburg analyseert haar bronnen vanuit diverse invalshoeken. Er is een grotendeels impliciete
vergelijking met de adviesliteratuur over huwelijk en gezin uit de vroeg-modcrne periode.
Zonder de laatste uitvoerig in de analyse te betrekken, concludeert de auteur op welke
punten de laat-achttiende- en negentiende-eeuwse werken continuïteit dan wel verandering
vertegenwoordigden. Een expliciete vergelijking, door het hele boek heen, betreft het genderelement:
welk beeld hadden de bestudeerde auteurs van (jonge) mannen en vrouwen en waarin
verschilden hun adviezen aan de ene of de andere sexe? Een derde belangrijke invalshoek
betreft de uitgebreide aandacht voor vormelementen in de bestudeerde literatuur. Hier draait
het om contrasten en beeldspraken, om morele intonaties en half verborgen strategieën teneinde
de boodschap aan de man en aan de vrouw te brengen.Wat leveren deze drie invalshoeken
op?
Recensies 617
Uit de vergelijking met de adviesliteratuur van de vroeg-moderne periode komt veel continuïteit
naar voren. Nog steeds zien de adviseurs het huwelijk als een huiselijk en affectief
partnerschap; nog steeds propageren zij een hiërarchie waarin de man weliswaar de baas is
maar zijn vrouw respecteert; nog immer is het fout wanneer sexuele aantrekkingskracht de
primaire basis van de partnerkeuze vormt; als altijd dienen kleinburgerlijke gezinnen de tering
naar de nering te zetten en zijn ondeugden als kroegbezoek, voor gehuwden en ongehuwden,
uit den boze. De continuïteit is het grootst bij de adviesboeken van protestantse en katholieke
signatuur (in het laatste geval een continuïteit vanuit Europees perspectief; ook vertalingen
zijn in de analyse betrokken). Het belangrijkste nieuwe element is met name zichtbaar bij de
vrijzinnige auteurs. Zij zagen jongvolwassenen, mannen en vrouwen, als zelfstandige personen,
die aan niemand formeel rekenschap verschuldigd waren. De partnerkeuze bijvoorbeeld
lieten deze auteurs geheel aan de jongelui zelf, zonder enige ouderlijke inbreng. Voorts gunden
zij vrouwen een iets grotere verantwoordelijkheid voor het huishouden dan hun vroegmoderne
voorgangers hadden gedaan. De vrouw was autonoom binnen haar eigen sfeer, maar ze diende
wel financiële verantwoording aan haar echtgenoot af te leggen. Nieuw tenslotte was de notie
dat het voeren van een deugdzame en spaarzame huishouding bijdraagt aan de welvaart van de
samenleving als geheel. Hier verwoordden de Verlichte auteurs een bescheiden mate van
secularisering, waar de vroegmoderne gezinsmoralisten uitsluitend vanuit een christelijke doelstelling
redeneerden en de orthodoxe en katholieke auteurs in de negentiende eeuw zulks bleven
doen.
Wat het genderonderscheid betreft, vallen naast verschillen de overeenkomsten op. Natuurlijk
hebben de auteurs een onderscheiden beeld van mannen en vrouwen en een duidelijke
visie op de sexerollen, waarin het traditionele rollenpatroon grotendeels gehandhaafd blijft.
Mannen horen actiever dan vrouwen te zijn: een man doet de eerste stap die tot verkering kan
leiden en de vrouw gaat daar al dan niet op in. Maar waar het de behandelde thema's betreft, de
stappen die jonge vrouwen en mannen moeten zetten op het pad naar volwassenheid, loopt de
adviesliteratuur voor beide sexen parallel. Mannen en vrouwen dienen het pad der deugd te
bewandelen, zich niet door verkeerde vrienden of kennissen te laten afleiden, zich te vormen
tot verantwoordelijke personen. Sociaal verkeer, het indelen van de tijd, partnerkeuze, verkering
en het huishouden zijn thema's die zowel mannen als vrouwen aangaan. Van Tilburg
concludeert vervolgens dat de sexeverschillen vooral tot uiting komen in de vorm en structuur
van de adviesliteratuur. Zo verpakken auteurs die zich tot jonge vrouwen richten hun adviezen
vaker in verhalen over gefingeerde personen. Voorts kennen de voor mannen bestemde werken
een strakkere opbouw, terwijl die voor vrouwen een weinig samenhangende presentatie vertonen.
Aan dit punt hecht Van Tilburg veel belang.
Daarmee belanden we bij de analyse van de vormaspecten, die Van Tilburgs eigen boekindeling
structureert. Tussen inleiding en conclusie liggen zes empirische hoofdstukken, aangaande
de inhoud van huwelijksgidsen; de inhoud van adviesboeken voor jongvolwassenen;
de stijl van deze werken voorzover ze zich tot mannen richten; de stijl van deze werken voorzover
ze zich tot vrouwen richten; de regels over sexualiteit; de verwoording van die regels.
De grote aandacht voor vorm en stijl krijgt in de inleiding een theoretische fundering, maar
deze is onbevredigend. Volgens de auteur ligt het verschil tussen de structuralistische en de
poststructuralistische tekstwetenschap in het feit dat de laatste aan begrippen geen eenduidige
betekenis toekent. Dit verschil in uitgangspunt leidt, gezien Van Tilburgs weergave, kennelijk
niet tot een verschil in methode. Ook verzuimt de auteur te melden welke van de identiek
lijkende methodes zij volgt. Dat laatste maakt weinig uit, want de stijlanalyse is ook zonder
vertrouwdheid met filosofisch jargon goed te volgen. Wel maakt de opeenvolgende aandacht
618 Recensies
voor inhoud en vorm van de bronnen het boek nogal repetitief en minder opwindend voor de
lezer die niet wakker ligt van de vraag of de auteurs zich van metonymie dan wel analogie
bedienden. Bovendien kan men zich afvragen waarom sommige aspecten, zoals de nadruk op
de zelfstandigheid van jongeren, bij de vorm worden ingedeeld. Behoort die notie van zelfstandigheid
niet tot de ideologie van de auteurs? Volgens van Tilburg vormde ze een stijlmiddel
om jongeren een besef van verantwoordelijkheid bij te brengen. Met deze opvoedende
imperatief legden de auteurs hun regels dwingend aan de lezers op.
Van Tilburg heeft een helder geschreven pr

References

  • Hoe hoorde het? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur, 1780-1890

Related Prizes
  1. Marga Klompé Prijs

    Maria Tilburg, van (Recipient), 30-Oct-1998

    PrizeAcademic

View all (0) »

ID: 17381472