Press/Media items

De sterke vrouwen, helemaal vergeten!

Press/Media: Expert CommentPopular

07/11/2007

Rotterdam, 7 nov. Goed hoor, al die aandacht in de politiek voor allochtone vrouwen met een achterstand. Maar om ze echt te helpen, mag minister Plasterk wat meer naar de successen kijken.

Waar is de hoog opgeleide Marokkaanse of Turkse vrouw? Waar zijn de allochtone vrouwen met een goeie baan of eigen bedrijf?

Niet in de Emancipatienota van minister Plasterk (Onderwijs), waar de Tweede Kamer vandaag over praat. In die nota gaan het vooral over de 79 procent van de allochtone vrouwen met een taalachterstand en een gebrek aan diploma’s.

Het is ook belangrijk dat daar aandacht voor is, schreven hoofdredacteur van SEN Senay Özdemir, journaliste Çilay Özdemir en docent en columnist Stine Jensen vorige maand bij het verschijnen van de nota van Plasterk in een opiniestuk in deze krant. Maar zelfs áls deze vrouwen beter Nederlands leren en vrijwilligerswerk gaan doen, of zelfs een gesubsidieerd baantje krijgen zoals de minister wil, zal dat de sociaal-economische stagnatie niet doorbreken. Daarvoor is toch echt die 21 procent allochtone vrouwen nodig die zichzelf weet te redden, al was het maar als rolmodel. En minister Plasterk, was de kern van hun betoog, wat doet u voor hén?

Volkomen terechte vraag, vindt ook Marja van Tilburg, universitair docent bij het Centrum Genderstudies van de Rijksuniversiteit Groningen. „De overheid denkt te weinig divers over de migranten. De aandacht is vooral gericht op wat er níet goed gaat.”

Er gaat ook veel wél goed. Marokkaanse en Turkse meisjes gaan steeds vaker naar hbo en universiteit. Vaker dan hun broers. Van Tilburg heeft het idee dat deze meisjes door hun goede schoolprestaties meer ruimte krijgen van thuis. „Daarom zijn ze zo gemotiveerd. Ze emanciperen zich via het verwerven van kennis. Dat is acceptabel voor vader en broers.”

Als lector aan de Fontys-hogescholen ziet Erna Hooghiemstra massa’s allochtone meisjes op de opleidingen. „Maar ik ben vooral benieuwd naar hoe het ze daarna zal vergaan”, zegt ze. „Als ze worden genegeerd, bestaat de kans dat ze hun voorsprong verliezen. Als zij na de opleiding gaan trouwen en een gezin willen stichten, is het maar de vraag of ze hun opleiding kunnen verzilveren.”

Volgens Senay Özdemir, Çilay Özdemir en Stine Jensen moet Plasterk meer gebruik maken van de ervaringen van de 21 procent fijne rolmodellen die er al zijn. „Hoe hebben zij het glazen plafond doorbroken, zich losgescheurd van de plakkende huiskamervloer, hoe hebben zij het negatieve imago van de allochtone vrouw van zich afgeschud?”

De emancipatie van tweede generatie moslimvrouwen is vooral sociaal-economisch, zegt Jan Latten, hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het CBS. „Op het relationele vlak is het nog lang niet bevochten.”

Als je bijvoorbeeld aan goed opgeleide Marokkaanse vrouwen tussen 18 en 27 jaar vraagt of het goed is als een vrouw haar eigen inkomen verdient, dan is 91 procent het daarmee eens. Vraag je dat aan de Marokkaanse jongens van dezelfde leeftijd, dan steunt 68 procent die stelling. „Dat zijn grote verschillen”, zegt Jan Latten. „Het is de prijs die de jonge allochtone vrouwen betalen voor de snelle emancipatie.”

Voor Turkse en Marokkaanse vrouwen is het lastiger een geschikte partner te vinden, een man met gelijke opleiding, maar vooral ook: een vooruitstrevend denker. De gevolgen zien we gebeuren, zegt Jan Latten. „Veel moslimmeisjes en vrouwen blijven single. Als ze gaan trouwen, scheiden ze relatief vaak, vaker nog dan autochtone vrouwen.” Senay Özdemir, Çilay Özdemir en Stine Jensen zien wel een oplossing: een aparte emancipatienota voor allochtone mannen.

References

ID: 17413823