Skip to ContentSkip to Navigation
Research Nederlands Agronomisch Historisch Instituut

Het beheer van landgoederen in de Achterhoek in de 19e en 20e eeuw

Onderzoeker: mr. dr. Piet van Cruyningen

Opdrachtgever: Provincie Gelderland

Locatie: NAHI Wageningen

Afgerond: najaar 2004

 

Inleiding

De provincie Gelderland is rijk aan landgoederen en buitenplaatsen. Vooral in de Achterhoek kunnen nog steeds vele landgoederen warden aangetroffen. De bezitters van die landgoederen hebben in hei verleden een stempel gedrukt op het platteland doordat ze een grout deel daarvan in hun bezit hadden. Door hun beheer van kastelen, parken, woeste gronden en landbouwgrond hebben zij vormgegeven aan het landschap van de Achterhoek. Vreemd genoeg is er echter nog maar uitermate weinig over de exploitatie van de Achterhoekse landgoederen gepubliceerd. Juist omdat landgoederen zo'n belangrijke rol hebben gespeeld in de Achterhoek en mede omdat over de agrarische geschiedenis van deze regio in de 19e en 20e eeuw nog zo weinig bekend is, verdient het beheer van landgoederen in de Achterhoek nader onderzoek.

De omstandigheden waaronder de eigenaren van Gelderse landgoederen hun bezittingen hebben geëxploiteerd, zijn in de loop van de 19e en 20e eeuw sterk veranderd. In de 19e eeuw was het Gelderse platteland nog het exclusieve domein van boeren en grootgrondbezitters. De eersten beoefenden er op steeds intensievere wijze de landbouw, de laatsten leefden op hun buitenplaatsen tussen tuinen en bossen ver van het jachtige bestaan in de stad. Spanningen tussen beide groepen lijken er nauwelijks te zijn geweest. Ze hadden zelfs gemeenschappelijke belangen omdat de intensivering van de landbouw voor de landgoedbezitters hogere pachtopbrengsten kon opleveren. Grootgrondbezitters zoals de familie Staring konden zich dan ook met een gerust hart bezig houder met modernisering van het boerenbedrijf.

Helemaal zonder spanningen was de verhouding tussen boeren en grootgrondbezitters overigens niet. Soms ontstonden problemen tussen een groeiende, naar land hongerende boerenbevolking en de bezitters van landgoederen. Nog aan het eind van de 20e eeuw werd de Winterswijkse Scholten verweten dat ze door hun liefde voor bossen en woeste grond een 'fraai, maar voor de moderne landbouw ondoelmatig negentiende-eeuws coulisselandschap in stand hadden gehouden.' We zien hier overigens wel een mooi voorbeeld van de manier waarop grootgrondbezitters vorm hebben gegeven aan het huidige landschap.

Groene ruimte en modernisering

In de 20e eeuw veranderden de verhoudingen op het platteland. In de eerste plaats werd de positie van de grootgrondbezitters tegenover de overige plattelandsbewoners zwakker. Een belangrijke oorzaak daarvan was de invoering van de pachtwetgeving (Pachtwet 1937, Pachtbesluit 1941). Als gevolg hiervan kregen de pachters een veel grotere rechtszekerheid en nam de macht van de grondbezitters navenant af Bovendien verminderde ten gevolge van de nieuwe wetgeving vermoedelijk ook de rentabiliteit van de landgoederen omdat er maximum pachtprijzen werden vastgesteld.

In de tweede plaats waren boeren en grootgrondbezitters niet langer de enigen met claims op de "groene ruimte'. Er kwam gedurende de 20e eeuw steeds meer behoefte aan grond voor stadsuitbreiding, infrastructurele werken en industrieterreinen. Bovendien waren de bewoners van buitenplaatsen met meer de enigen die stad ontvluchtten. Ook anderen wilden een huisje op het platteland of daar tenminste kunnen recreëren De 'groene ruimte' werd gedurende de 20e eeuw steeds schaarser, steeds meer groepen eisten een deel ervan op, wat leidde tot toenemende spanningen tussen boeren, natuurbeschermers, recreatie, industrie en gemeenten. De bezitters van landgoederen kregen ook met deze conflicten te maken en moesten kiezen hoe ze hun bezit onder deze omstandigheden verder wilden exploiteren. De 'groene ruimte' werd niet alleen schaarser; de gebruiksmogelijkheden van het deel waarover men de beschikking had, werden ook steeds verder ingeperkt. Het toenemende besef van de achteruitgang van de natuurlijke omgeving leidde tot ingrijpen door overheden en natuurbeschermingsorganisaties, waardoor grond aan de landbouw werd onttrokken of het gebruik ervan aan steeds strengere regels werd gebonden.

Met dit laatste komen we bij een derde verandering die zich gedurende de 20e eeuw voltrok. De keerzijde van de in de 19e eeuw ingezette modernisering van de landbouw kwam aan het licht. In de eerste plaats leidde de intensivering van het boerenbedrijf tot aantasting van landschap en milieu; in de tweede plaats leidde het tot productie van overschotten die niet meer op de markt konden warden afgezet. Uiteindelijk dreigt de landbouw aan haar eigen succes ten onder te gaan. Ook voor de bezitters van landgoederen heeft dit consequenties, omdat deze veelal voor een belangrijk deel uit landbouwgrond bestaan.

Vraagstelling

Op basis van bet bovenstaande kan de volgende vraagstelling worden geformuleerd: hoe zijn de bezitters van landgoederen omgegaan met de ingrijpende veranderingen waarmee zij werden geconfronteerd? Deze vraag kan in twee delen worden uitgesplitst:1. Hoe werden landgoederen beheerd in de 19e eeuw? Welk belang werd toen door de eigenaren gehecht aan enerzijds bossen, tuinen en woeste gronden en anderzijds de landbouwbedrijven die tot hun bezit behoorden? Bestonden er spanningen tussen boeren en grootgrondbezitters over de inrichting van het landelijk gebied? 2. Op welke wijze is de exploitatie van landgoederen vanaf de jaren veertig van de 20e eeuw aangepast? Hoe werd ingespeeld op de verschillende nieuwe claims die op de groene ruimte werden gelegd? Hoe probeerden landgoedeigenaren hun bezit rendabel te houden in een periode met lage pachtprijzen en afnemende rentabiliteit van de landbouw? Hoe reageerden ze op enerzijds de druk tot schaalvergroting vanuit de landbouw en anderzijds de druk van natuur- en milieuorganisaties tot behoud van landschap en milieu?

 

De publicatie is verschenen in 2005:

P.J. van Cruyningen, Landgoederen en landschap in de Graafschap (Matrijs: Utrecht 2005) ISBN 90-5345-270-2

Laatst gewijzigd:14 februari 2019 07:07