Skip to ContentSkip to Navigation
Research Biografie Instituut

De Ondernemersbiografie

Mythe & Werkelijkheid

Introductie | Programma | Verslag

10 november 2006

Verslag van het congres

Na een lange tijd van relatieve veronachtzaming, is de ondernemersbiografie de laatste jaren weer in opkomst. Voor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), het Biografie Instituut, Metze Research en de Werkgroep Biografie van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde was dat aanleiding om de handen ineen te slaan en een congres te organiseren over de biografie die gewijd is aan de ondernemer. Op vrijdag 10 november 2006 kwamen in het gebouw van het IISG Amsterdam zo’n honderd belangstellenden bij elkaar (de bezoekers die een deel van de dag bijwoonden meegerekend waren het er 120), benieuwd naar de negen lezingen van deskundige sprekers waarin de ondernemersbiografie vanuit diverse invalshoeken belicht zou gaan worden.

  Na de ontvangst met koffie, opende dagvoorzitter Vic van de Reijt het congres. Dr. Jacques van Gerwen, die bij het IISG onderzoek verricht naar Nederlandse ondernemers, vertelde vervolgens in zijn openingslezing over de moeizame opkomst van de ondernemersbiografie in Nederland in de afgelopen zestig jaar. Belangrijke zaken als de definitie voor een ondernemer, de sterke daling van het aantal ondernemers in Nederland tot de jaren tachtig en het gegeven dat het overgrote deel van die ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf komt (maar liefst 95 procent), passeerden de revue. Het waren vooral zogenaamde amateur-biografen die de ondernemer portretteerden, professionele historici en biografen hadden meer oog voor de bedrijfsgeschiedenis als geheel, constateerde Van Gerwen.

  Door een toenemende biografische belangstelling in Nederland in het algemeen in de jaren negentig, de toegenomen media-aandacht voor de mens achter de ondernemer en een herwaardering van zijn functie als rolmodel door de bevolking, is de ondernemersbiografie in de loop van het laatste decennium in Nederland weer in opkomst geraakt. Met name is er sprake van biografieën van ouderwetse entrepreneurs en is het de vraag wat biografen gaan doen met de ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf en de managers.

  Vervolgens was het woord aan prof.dr. Pim Kooij, verbonden aan de RUG en Universiteit Wageningen, die mede namens dr. Ben Gales, economisch-sociaal onderzoeker aan de RUG, verhaalde over het academische perspectief van ondernemersbiografieën. Kooij toonde het publiek tot de verbeelding sprekende boekomslagen en titelpagina’s en liet de geschiedenis van de Nederlandse ondernemersbiografie beginnen in 1871, toen Antony Winkler Prins een biografie schreef van de industrieel Willem Albert Scholten.

  Van oudsher werden in de economische theorie ondernemers echter als ‘onpersoonlijk’ gezien. In de ahistorische economische sociologie van de jaren zeventig in de twintigste eeuw werd dat weer opgepakt. New Economic History zorgde er echter voor dat de rol van de individuele ondernemer in korte tijd wel weer van belang werd. Dat kon niet verhinderen, zo legde Kooij uit, dat er een groeiende kloof ontstond tussen de wetenschappelijke geschiedschrijving en wat er aan ondernemersbiografieën op de markt verscheen, die vooral het werk van amateur-historici waren. Sinds 2000 is er dan wel sprake van de verschijning van integrale biografieën, waarbij de ondernemer ook los van het bedrijf als actor in de maatschappij wordt onderzocht, maar die integrale biografie gaat ten onder aan overdaad en petite histoire. Biografen van ondernemers zouden methodologisch sterker staan als ze hun biografie beter zouden inbedden in wetenschappelijke geschiedbeoefening, en niet voornamelijk van individuele competenties zouden uitgaan en ook vanuit dat standpunt vaak te kortzichtige psychologisering niet zouden toepassen.

  Na deze eerste twee boeiende lezingen kregen alle aanwezigen een uur de tijd onder het genot van een goed verzorgde lunch bij te praten of met elkaar kennis te maken in de kantine en binnenplaats van het mooi gesitueerde instituut. Drs. Wessel Gossink, redacteur van Het Financieele Dagblad, vertelde na deze onderbreking in de eerste lezing van het middaggedeelte over de ondernemersprijzen die jaarlijks in Nederland worden uitgereikt. De ultieme ondernemer, op basis van welke criteria wordt die eigenlijk aangewezen? Gossink vertelde dat de jury’s zelf ook uit ondernemers bestonden. Met de keuze voor de prijswinnaar gaven ondernemers op die manier aan wat ze belangrijk vonden aan zichzelf en hun collega’s. Verder is de algemene tendens volgens Gossink dat de keuze voor de prijswinnaars vaak veel meer iets over de tijd zegt, dan over de winnende ondernemer. In de crisisjaren tachtig gingen de prijzen bijvoorbeeld naar ondernemers die bedrijven in problemen bestuurden.

  Drs. Jos van Hezewijk, directeur van Elite Research, hield vervolgens een verhaal over de oude en nieuwe ondernemerselites. De nieuwe elites van vandaag schoppen het niet zover als de elites van de Gouden Eeuw en de industrialisatie, was zijn stelling. De rijkste Nederlanders van vandaag zijn nog steeds voor het overgrote deel afkomstig uit de oude elite. Het kapitaalbezit is echter wel wezenlijk van karakter veranderd: de meerderheid van het kapitaal is vandaag in collectieve handen, waar die vroeger in particuliere handen was.

  Kan men het privé-leven van een ondernemer in zijn zakelijke wapenfeiten terugzien? Dr. Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, ging in zijn lezing in op vijf kritische punten betreffende de ondernemersbiografie. De persoonlijke eigenschappen van de ondernemer roepen problemen op, terwijl het denken over de biografie als genre zich richt op biografieën van politici en schrijvers. En dat terwijl in ondernemersbiografieën volgens Renders vaak benadrukt wordt dat ondernemers door hun persoonlijkheid hun positie veroverden. Een ondernemer, zo poneerde Renders, die te dicht op zijn product zit, zal nooit een succesvolle ondernemer worden. De biograaf van een ondernemer moet derhalve een ruimere cirkel om zijn onderwerp heen trekken en religie, politiek en de mogelijke rol van de ondernemer in de Tweede Wereldoorlog nauwkeurig onderzoeken.

  Vervolgens was het de beurt aan prof.dr. Luchien Karsten (RUG) om het langste lezingenblok van het congres af te sluiten met een verhelderend betoog vanuit het perspectief van de managementliteratuur. De Canadese hoogleraar Gareth Morgan stelde in 1986 vast dat er in grote lijnen twee verschillende perspectieven op ondernemerschap kunnen worden gehanteerd: de organisme-metafoor, gebaseerd op de negentiende-eeuwse geschriften van de Franse denker C.H. de Saint-Simon, en de mechanistische metafoor. Pas na de Tweede Wereldoorlog brak de algemene systeem-theorie door en die theorie zou grote invloed uitoefenen op het management-denken. De vraag naar wat een ondernemer is moet volgens Karsten, zo maakte hij onder meer via intrigerende sheets waarop pinguïns figureerden duidelijk, veel meer gezocht worden in de specifieke kennis die een succesvolle ondernemer heeft en hem daardoor onderscheidt van anderen. Bij het analyseren van een ondernemer moet dus echt niet alleen de mechanistische metafoor gevolgd worden, concludeerde Karsten.

  Na een verkwikkende theepauze vertelde prof. Meindert Fennema, verbonden aan de afdeling Politicologie van de UVA, over zijn biografie van dr. Hans Max Hirschfeld, die in het voorjaar van 2007 zal verschijnen. Wat of beter wie bepaalt of iemand nu bankier, diplomaat, topambtenaar of staatsman was? Hirschfeld kan volgens Fennema als een belangrijke architect van het huidige Nederland én de Europese eenwording worden beschouwd. Bovendien was hij een symbool van de innige relatie die in die tijd nog tussen overheid en bedrijfsleven bestond.

  Drs. Matthijs Dicke, directeur van Stad en Bedrijf, kondigde vervolgens zijn duo-lezing met dr. Joop Visser aan als ‘een praktisch blokje’ waarin het grootschalige project Biografisch Woordenboek van Nederlandse Ondernemers uit de doeken werd gedaan. In het begin van de jaren negentig waren er al ambitieuze plannen om een dergelijk werk op te zetten. Uiteindelijk verscheen in 2002 een biografisch woordenboek over ondernemers in Rotterdam onder de titel Rotterdamse Ondernemers 1850-1950, dat veel succes had. Visser was projectleider en redacteur van dit woordenboek en Dicke eindredacteur. Nu staat er een project van zes delen met biografieën van ondernemers uit heel Nederland op stapel.

  Visser erkende dat de criteria voor het biografisch woordenboek in hoge mate subjectief zijn. Het maatschappelijke criterium, bijvoorbeeld of ondernemers ook actief waren in het culturele leven, telt in het algemeen echter zwaar mee. Op de vraag van dagvoorzitter Van de Reijt wanneer het woordenboek uitkomt, antwoordde Visser dat het de bedoeling is dat er per jaar een deel zal verschijnen.

  Aan prof.dr. Arie van der Zwan, ex-topmanager, hoogleraar en biograaf, was de eer de laatste lezing van het congres te presenteren. Van der Zwan vestigde met een intrigerend verhaal de aandacht op het interbellum: volgens hem is het een van de interessantste perioden uit de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven. Na het begin van de twintigste eeuw, waarin Nederland een ongelofelijk goed ondernemersklimaat kende en bedrijven als Shell en Unilever snel groot konden worden, liep het in het interbellum helemaal mis met de Nederlandse economie. Zo kon het gebeuren dat de kansen die de Duitse bezetting het bedrijfsleven vervolgens bood, door de Nederlandse ondernemers met beide handen werd aangegrepen. Van der Zwan stelde aan het slot van zijn lezing voor om een project op te zetten voor ondernemersbiografieën die in dit tijdvak vallen. Aan de hand daarvan kan vervolgens de geschiedenis van het interbellum herschreven worden.

  Na dit ambitieuze voorstel van Van der Zwan sloot dagvoorzitter Van de Reijt het congres af en bedankte alle sprekers, aanwezigen en deelnemende organisaties. Op de afsluitende borrel werden vervolgens de lezingen nog eens op ontspannen wijze geëvalueerd en werd duidelijk dat het congres een inspirerende aanleiding heeft gegeven tot verdere reflectie en debat over ondernemingsgeschiedenis, de ondernemer en de rol die biografie hierin kan spelen.

Binne de Haan

Laatst gewijzigd:11 december 2017 14:32