Skip to ContentSkip to Navigation

PNAS Publicatie Peter Jorden

Oudste aardewerk werd gebruikt om vis te bereiden, zelfs na ingrijpende klimaatverandering
17 juli 2018

Het oudste aardewerk ter wereld werd door onze jagende en verzamelende voorouders gebruikt om vis te bewaren en te bereiden. Eerst voor zalm, maar na intensivering van de visserij ook voor schaaldieren, zoet- en zoutwatervissen en zoogdieren. Opvallend genoeg bleef die functie van aardewerk onverminderd belangrijk, ook toen het klimaat aan het eind van de laatste ijstijd opwarmde en de uitbreidende bossen nieuwe mogelijkheden boden voor jacht en het verzamelen van noten en planten.

Dat concluderen onderzoekers uit Nederland, Japan, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, onder wie Peter Jordan, directeur van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Hun onderzoek werpt nieuw licht op hoe prehistorische jager-verzamelaars in het postglaciale tijdperk voedsel bereidden en consumeerden. Tot nu toe was vrijwel niets bekend over hoe en waarom aardewerk is uitgevonden, of hoe aardewerk hielp om te overleven en gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die ontstonden door de enorme veranderingen in het klimaat. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Tegen alle verwachtingen in

Jordan: ‘Onze resultaten bevestigen dat er een sterk verband was tussen een deel van het vroegste aardewerk en de bereiding van vis, onafhankelijk van de ecologische omgeving. Tegen alle verwachtingen in bleef dit verband bestaan nadat deze gemeenschappen van jager-verzamelaars aan het einde van de laatste ijstijd werden geconfronteerd met enorme veranderingen in het klimaat en de omgeving. Na het begin van de wereldwijde opwarming van de aarde werden veel meer verschillende soorten houdbare vis- en schaaldierproducten in aardewerk bereid. Deze toegang tot een breder aanbod aan vissoorten hielp lokale gemeenschappen enorm om hun economische activiteiten uit te breiden, zodat ze zich konden vestigen in permanente dorpen.’

Achthonderd potten

De wetenschappers onderzochten achthonderd potten van het oudste aardewerk ter wereld, vooral uit Japan, een land dat wordt gezien als een van de eerste centra voor innovaties op het gebied van aardewerk. Het onderzoeksteam slaagde erin om het gebruik van de verschillende aardewerken potten te bepalen door middel van een chemische analyse van organische voedselverbindingen; deze zijn zelfs na zo’n 10.000 jaar onder de grond nog steeds in de potten te vinden. De geanalyseerde monsters behoren tot de oudste ooit gevonden en dateren uit het einde van het late pleistoceen (een periode waarin onze voorouders nog in glaciale omstandigheden leefden) tot het postglaciale tijdperk, toen het klimaat opwarmde tot bijna de huidige temperatuur en er veel meer aardewerken potten werden gemaakt.

Aardewerk: van zeldzaam voorwerp tot dagelijks hulpmiddel

Als onderdeel van het onderzoek isoleerden onderzoekers diagnostische lipiden uit de verbrande lagen van het aardewerk. De meeste van deze verbindingen waren afkomstig van het bereiden van zoetwater- of zoutwaterorganismen. Hoofdonderzoeker dr. Alexandre Lucquin: ‘Omdat resten van dierlijk vet zo uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven, weten we nu dat aardewerk zich ontwikkelde van een zeldzaam en speciaal voorwerp tot een dagelijks hulpmiddel voor het bereiden van vis. Ik denk dat ons onderzoek niet alleen iets vertelt over het dieet van het oude Jōmon-volk in Japan, maar ook over zijn veerkracht in een tijd waarin het klimaat drastisch veranderde.’

Meer informatie

·     Contact: Peter Jordan, tel.: 050 363 5954 en 06-46618802

·     Lees de volledige publicatie in PNAS: The impact of environmental change on the use of early pottery by East Asian hunter-gatherers

Laatst gewijzigd:19 juli 2018 10:33

Meer nieuws