Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelNieuwsarchief

Nederland is toe aan een nieuw stelsel voor minimale inkomensbescherming

Opinie Gijsbert Vonk, hoogleraar sociale zekerheidsrecht, Rijksuniversiteit Groningen
27 februari 2017
Prof. dr. G.J. (Gijsbert) Vonk
Prof. dr. G.J. (Gijsbert) Vonk

Het huidige socialezekerheidsbeleid biedt onvoldoende antwoord op de groeiende tweedeling tussen kansarmen en kansrijken in de samenleving. Om deze tweedeling te bestrijden dient te worden gestreefd naar een breed stelsel van minimale inkomensbescherming waarvan de steun vermindert naarmate men meer gaat verdienen. Dit kan worden gerealiseerd door de bijstand meer regelarm te maken en te fuseren met het stelsel van inkomensafhankelijke toeslagen.

De kloof tussen de kansarmen en kansrijken in de samenleving is groeiende. Dit komt door de achterblijvende loonontwikkeling en verslechterende arbeidsmarktpositie van lager opgeleiden. Technologische vernieuwing, immigratie en flexibilisering van de arbeidsmarkt maken de vooruitzichten voor de lager opgeleiden er alleen nog maar slechter op.

De tweedeling ontwricht de Nederlandse samenleving en moet actief worden bestreden. De sociale zekerheid kan daaraan een bijdrage leveren. Universele regelingen die uitgaan van lotsverbondenheid tussen alle groepen in de samenleving hebben hierbij een bijzondere functie. Voor ouderen is een voorbeeld van een dergelijke regeling de AOW, een sobere en eenvoudig uitvoerbare regeling met een brede basis: elke Nederlander krijgt er op enig moment mee te maken, zowel als betaler van premies als ontvanger van het pensioen.

Voor de beroepsbevolking bestaat een dergelijk stelsel niet maar geldt een versnipperd geheel van voorzieningen en verzekeringen, waarvan het beschermingsniveau steeds verder afkalft en waarvoor de voorwaarden steeds strenger worden. Vooral mensen die in de bijstand terechtkomen, hebben het daarbij slecht te verduren, omdat er steeds strengere voorwaarden en sancties worden opgelegd. Waar de bijstand gaten gaat vertonen, raken meer mensen afhankelijk van het ‘vangnet onder het vangnet’, bestaande uit een rafelige mix van private en publieke voorzieningen, zoals het Leger des Heils, de voedselbank, opvang voor dak- en thuislozen, hulp van familieleden, etc.

Om de tweedeling in de samenleving tegen te gaan moet worden gestreefd naar een breed en eenvoudig uitvoerbaar stelsel van minimale inkomensbescherming: het gegarandeerde minimuminkomen. Bij een dergelijk stelsel neemt inkomenssteun geleidelijk af naarmate men meer gaat verdienen. Het gegarandeerd minimuminkomen levert een bijdrage aan het functioneren van de arbeidsmarkt, aangezien het een soepele overgang tussen werk en inactiviteit en tussen zelfstandige en onzelfstandige arbeid faciliteert, waarbij kansarmen en kansrijken in beginsel op gelijke wijze worden bediend.

Het stelsel kan worden gerealiseerd door de sociale bijstand te fuseren met de inkomensafhankelijke toeslagen die worden uitgevoerd door de Dienst Toeslagen van de Belastingdienst, zoals het Kindgebonden Budget. Anders dan de nieuwe Universal Credit die in Groot Brittannië wordt ingevoerd, moet dit een ‘regelarm’ gegarandeerd minimuminkomen worden, waarbij de band tussen arbeidsplicht en inkomenssteun wordt versoepeld en waarbij wordt gewerkt met positieve werkprikkels.

Zo bezien vormt het gegarandeerd minimuminkomen een haalbaarder optie dan het gratis geld van het universele basiskomen.


Woensdag 1 maart organiseerde de FNV een verkiezingsdebat over de toekomst van de sociale zekerheid. Gijsbert Vonk verzorgde de introductie over sociale zekerheid met een betoog over de noodzaak om de sociale zekerheid stevig te veranderen. Het debat vond plaats in de Burcht in Amsterdam.

Dit bericht is geplaatst door de Faculteit Rechtsgeleerdheid.

Laatst gewijzigd:01 december 2017 09:18

Meer nieuws