Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidCareers Services LawCareers Services Law / studentenBeroepsmogelijkhedenBeroepsmogelijkheden in Nederland

Docent/onderzoeker – Robert Jansen

Robert Jansen
Robert Jansen

Ik ben Robert Jansen (1986) en woon sinds mijn afstuderen in 2012 in Amsterdam.

Wat heeft u gestudeerd?

Ik heb van 2006 tot 2012 rechten gestudeerd aan de RUG. Na mijn bachelor heb ik de Togamaster gedaan, wat inhoudt dat je een half jaar als stagiair werkzaam bent in de juridische praktijk. In mijn geval was dat als gerechtssecretaris bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Gelukkig kon dat op de sectie strafrecht, wat aansloot bij mijn afstudeerrichting.

Wat heeft u naast uw studie gedaan?

"Achterhaal waar jij goed in bent en ga daarvoor"

De eerste paar jaren van mijn studie ben ik met veel plezier actief geweest bij een studentenvereniging. In de latere periode heb ik een bestuursfunctie vervuld bij de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Noord-Nederland en ben ik als onderzoeksstagiair verbonden geweest aan de Groningse vakgroep Strafrecht & Criminologie. Niet veel later bood die vakgroep mij de kans werkgroepen Strafrecht 3 te verzorgen, terwijl ik aan mijn afstudeerscriptie werkte. Naast de Togamasterstage heb ik stage gelopen bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad. Dat houdt in dat je een Advocaat-Generaal assisteert bij het schrijven van conclusies.

Wat houdt uw huidige werk in? Welke competenties zijn het meest belangrijk in deze baan?

Ik ben als docent/onderzoeker verbonden aan de sectie strafrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ongeveer driekwart van mijn werkzaamheden heeft met onderwijs te maken. Het voorbereiden en geven van werkgroepen en af en toe een hoorcollege vormen de hoofdmoot. Maar ook het ontwerpen en inrichten van een vak (welke onderwerpen gaan we behandelen en welke stof schrijven we voor?), het uitdenken en nakijken van tentamenvragen en het begeleiden van bachelor- en masterscripties komen daarbij aan bod. Bovendien is het noodzakelijk dat ik goed op de hoogte blijf van de laatste stand van zaken in de rechtspraak en literatuur. Het kan tenslotte niet zo zijn dat ik een leerstuk uitleg aan de hand van een criterium dat de Hoge Raad inmiddels naar de prullenbak blijkt te hebben verwezen.

Naast deze onderwijsactiviteiten verricht ik onderzoek. Dat lijkt een beetje op het schrijven van een masterscriptie, maar een wetenschappelijk artikel is doorgaans iets korter (10-15 pagina's) en de informatiedichtheid iets hoger. Bovendien wordt een artikel pas in een tijdschrift geplaatst nadat een redactie van juridisch specialisten oordeelt dat het stuk goed te volgen en van voldoende niveau is en tevens iets bijdraagt aan het wetenschappelijke debat. Soms betekent dat dat je maanden aan het bijschaven bent totdat het artikel de vorm heeft waarin het uiteindelijk wordt geplaatst.

Als je wilt werken aan de universiteit is het natuurlijk allereerst van belang dat je het rechtsgebied waarin je onderwijs of onderzoek verricht, echt interessant vindt. Zo komt het wel eens voor dat er tussen collega's anderhalf uur lang wordt gediscussieerd over de betekenis van een rechtsoverweging van de Hoge Raad. Daarvoor moet je dus niet alleen een beetje een vakidioot zijn, maar ook een pietje-precies. Bovendien is het zowel bij onderwijs als onderzoek van belang dat je je goed kunt uitdrukken. Je moet immers je gedachten duidelijk aan een ander kunnen overbrengen. Een goed gevoel voor taal is daarom essentieel. Daarnaast is het handig om wat zelfdiscipline te hebben omdat er - anders dan vaak in de rechtspraktijk - weinig korte deadlines zijn: er is niemand die controleert wat ik op een bepaalde dag uitspook, maar op de lange termijn wordt toch van mij verwacht dat ik voldoende ben voorbereid om kwalitatief goed onderwijs te leveren en dat ik af en toe iets op papier krijg. Ten slotte is een beetje geduld geen overbodige luxe. Niet alleen moet je in het onderwijs en onderzoek soms een lange adem hebben; je moet het ook leuk vinden om de werkdynamiek te zoeken in de inhoud en minder in de hectiek van het werk. Als je niet zo goed kunt stilzitten maar liever met veel verschillende dingen tegelijk bezig bent in alle drukte, is een wetenschappelijke carrière misschien niet voor je weggelegd. Zo ging mijn telefoon pas voor het eerst toen ik al drie maanden werkzaam was aan de VU. Verkeerd verbonden.

Hoe bent u op die plek gekomen? Hoe ziet uw loopbaan eruit?

Door mijn scriptiebegeleider werd ik op de hoogte gesteld van een vacature aan de VU. Hij wist dat ik aan een universiteit wilde werken en dat ik dat het liefst in de Randstad wilde doen. Ik had het geluk dat ik werd aangenomen en kon beginnen op het moment dat mijn stage en scriptie waren afgerond.

Voor wie kiest voor een wetenschappelijke carrière, vormt promoveren vaak het startpunt. Enkele jaren verdiep je je dan in een onderwerp en het resultaat daarvan is een reeks artikelen of een boek (proefschrift). Mocht je daarna besluiten door te gaan in de wetenschap, dan zijn de daaropvolgende stappen doorgaans universitair docent, universitair hoofddocent en uiteindelijk eventueel hoogleraar. Hoogleraar (of: professor) wordt iemand dus na behoorlijk wat ervaring in het onderwijs en onderzoek. Hij of zij geeft vaak hoorcolleges aan studenten en cursussen voor advocaten en rechters, schrijft artikelen, boeken en andere wetenschappelijke stukken en is belast met leidinggevende taken.

Het mooie aan het juridische vak is dat de keuze voor ofwel de praktijk ofwel de wetenschap nooit definitief is. Zo zijn er legio voorbeelden van juristen die halverwege hun loopbaan aan de universiteit voor een carrière als advocaat of rechter kiezen. En omgekeerd: advocaten die na 20 jaar verdachten te hebben bijgestaan, besluiten te promoveren.

Heeft u loopbaantips voor onze studenten?

Wat mij als student soms opviel, was dat veel medestudenten beter dan ik op de hoogte leken van de manier waarop je je studententijd het beste kon inrichten. Zo hoorde ik regelmatig wat 'het moeilijkste vak van de studie' zou zijn, welke nevenactiviteiten noodzakelijk waren om überhaupt op een sollicitatiegesprek te worden uitgenodigd en welke master nooit of juist vaak tot het krijgen van een baan zou leiden. Uiteindelijk denk ik echter dat je je niet moet laten leiden door deze zogenaamde waarheden en dat je de keuzes moet maken op basis van wat jij interessant vindt en waar jij een goed gevoel bij hebt. Ik denk dat dat de meeste kans oplevert dat je jezelf van de beste kant laat zien - of dat zich nu uit in hoge cijfers voor vakken die je interessant vindt of in een uitstekende stagebeoordeling omdat je het daar simpelweg enorm naar je zin hebt. Probeer te achterhalen waar jij goed in bent en ga daarvoor. Dat, in combinatie met een beetje geluk op het juiste moment, zorgt er ongetwijfeld voor dat je uiteindelijk terechtkomt op de plek die bij je past.

Laatst gewijzigd:06 februari 2017 15:27