Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Erosie van archeologische vindplaatsen gemeten met radioactiviteit

11 december 2017

Erosie heeft op Nederlandse archeologische vindplaatsen in de laatste 50 jaar geleid tot meetbare aantasting. In de meest extreme gevallen is hierbij het oppervlak meer dan 15 centimeter verlaagd doordat bodemmateriaal van hogere delen is afgespoeld. Dit is de belangrijkste uitkomst van een multidisciplinair onderzoek naar de bedreiging van archeologische vindplaatsen door erosie. Het onderzoek is uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in samenwerking met de universiteiten van Groningen, Wageningen en Colorado, TNO, Medusa Explorations en de grondeigenaren en landbouwers op drie testlocaties in Groningen en Limburg.

Het onderzoek werd geleid door prof.dr. Hans Huisman, onderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en sinds kort aangesteld als bijzonder hoogleraar geoarcheologie en archeometrie aan het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) van de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van isotopen van plutonium en cesium die zijn vrijgekomen in de jaren 1958-1963 bij atmosferische testen van kernwapens door de VS en de Sovjet-Unie. De wapentesten zorgden voor een homogene neerslag van fall-out over het aardoppervlak. Bodemverplaatsing die naderhand heeft plaatsgevonden heeft deze homogene verdeling verstoord. Door de gevolgen van deze verplaatsing te meten is het niet alleen mogelijk gebleken om vast te stellen dat die heeft plaatsgevonden na 1963. Ook is het mogelijk te meten hoe groot deze erosie was.

Het was al langer bekend dat archeologische vindplaatsen te lijden kunnen hebben onder erosie, maar tot nog toe waren er geen methoden waarmee kon worden gemeten hoe lang geleden en hoe snel deze erosie heeft plaatsgevonden. Dergelijke gegevens zijn cruciaal om de ernst van het probleem te kunnen inschatten – en van nut en urgentie van eventuele maatregelen. De succesvolle resultaten van deze studie zijn aanleiding om deze methode verder in te zetten om de gevolgen van erosie, en de invloed van landgebruik erop, te onderzoeken en te kwantificeren.

Laatst gewijzigd:10 april 2018 12:03
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 11 september 2018

    Eerste biografie van Piet Mondriaans vroege jaren

    Sinds zijn dood in 1944 is er een groot aantal biografieën van Piet Mondriaan verschenen - en zijn er evenzoveel mythes rondom zijn kunstenaarschap ontstaan. Hij zou bijvoorbeeld een minzame asceet zijn, of juist een bon-vivant. De Amerikaanse promovendus...