Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Meer CEASG en Mongolie in de Volkskrant

16 april 2014

'Elke winter vallen hier doden'

VAN ONZE CORRESPONDENT ANNE MEIJDAM − 16/04/14, 00:00

Zo'n 1.500 mijngangen doorploegen de zwarte grond buiten het Mongoolse dorp Nailakh. Met de hulp van oude automotoren worden de bodemschatten in bakken naar boven gelierd.

ULAANBAATAR - Twintig meter onder de grond, in een illegale mijnschacht, hakken zeven mannen vuistdikke stukken steenkool uit met ijs bedekte wanden. Ze werken hard. De steenkool gaat per karrenvracht omhoog en zo veel levert het niet op.

'Voor wie echt hard werkt is het niet slecht', schreeuwt de duidelijk aangeschoten voorman in een poging boven het lawaai van de pneumatische hamer uit te komen. 'Dronkenlappen en luilakken hebben hier niets te zoeken.' Achter hem op de spekgladde bodem liggen drie lege wodkaflessen.

Dronken of niet, over een paar maanden zit de klus er weer op. Deze levensgevaarlijke schachten zijn alleen tijdens Mongolië's bitterkoude winter in bedrijf. Dan vindt goedkope, illegaal gedolven steenkool altijd gretig aftrek. In de zomer zijn de arbeiders aan zichzelf overgeleverd. Sommigen gaan dan in beekjes door het hele land met een zeef op zoek naar goud. Anderen brengen de tijd door met drinken. Vanwege hun alcoholisme komen ze bij fabrieken eigenlijk nooit aan de slag.

'Ik slaap slecht vanwege die mannen', zegt Ganhuyag, de eigenaar van de schacht. Hij zit in zijn auto te wachten. 'Ze zijn nonchalant. Elke winter vallen er hier in de mijnen in de omtrek zo'n vijftig tot zestig doden. Natuurlijk maakt mij dat zenuwachtig.'

In totaal doorploegen zo'n 1.500 van dit soort geïmproviseerde gangen de zwarte, besmeurde grond buiten het treurige dorp Nailakh. Het is een landschap van duistere, nauwe molshopen. Met de hulp van oude automotoren wordt de opbrengst met bakken vol naar boven gelierd.

Sommige gangen zijn enkele tientallen meters diep. Andere 100 meter of meer. Volgens Ganhuyag zijn in deze armetierige industrie circa tienduizend mensen werkzaam. Dit op nog geen uur van de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar. Dat de overheid deze illegale maar enige echte broodwinning van de streek kan sluiten, dat is iets waarover niemand in Nailakh zich zorgen lijkt te maken. 'Zo dom zijn ze in Ulaanbaatar nu ook weer niet', zegt Ganhuyag. 'Dat zou massale werkloosheid en onrust veroorzaken.'

Bovendien verdient iedereen aan de clandestiene mijnen. Niet alleen de plaatselijke bevolking, ook degenen die het land verpachten. En zoals dat met landeigenaren gaat, hebben die wel degelijk politieke invloed.

Nailakh mag dan straatarm zijn, de Mongolië heeft percentueel de snelst groeiende economie ter wereld. Voor dit jaar verwacht de onderzoeksafdeling van het Engelse weekblad The Economist een groei van 15,3 procent. Vorig jaar bedroeg die zelfs 25 procent.

Van steenkool, koper en uranium tot goud, zilver en platina. De 3 miljoen inwoners van het alweer meer dan twintig jaar democratische Mongolië leven in feite op een gigantische (begraven) schatkist: 72 soorten waardevolle mineralen liggen te wachten op kapitaalkrachtige mijnbedrijven die het willen komen opgraven.

Vorig jaar ging een samenwerking tussen het Australisch/Britse Rio Tinto en de Mongoolse staat al gedeeltelijk van start. Als de precaire onderhandelingen tussen de partners slagen, dan moet Shoyu Tolgoi in de Gobi-woestijn per jaar 450 duizend ton koper en 12 duizend kilo goud gaan opleveren.

Dat is goed voor ruim 30 procent van Mongolie's bruto nationaal product. 'En dan te bedenken dat het overgrote deel van het land nog niet eens is geëxploreerd', zegt Mongolië-deskundige Tjalling Halbertsma, hoogleraar Oost-Azië studies aan de universiteit van Groningen. 'Wie weet wat er verder nog in de grond zit.' . . . zie verdere artikel hieronder

CEASG in de Volkrant 16 April 2014
CEASG in de Volkrant 16 April 2014
Laatst gewijzigd:08 juli 2014 16:59

Meer nieuws